Author

Ingenborgh

Browsing

Steeds weer de woorden: ‘je bent sterk, je kunt dit.’ Super lief bedoeld natuurlijk en zo fijn dat iedereen zoveel vertrouwen heeft in dat ik dit kan. Maar waarom voel ik dit dan niet zo? Wat als blijkt dat ik niet zo sterk ben en het gewoon echt niet kan? Ja, wat dan? Heb ik dan nog meer gefaald dan dat ik al heb? Of praten we het dan ook gewoon goed en maken we er dan weer iets positiefs van, zoals ‘maar je hebt het in ieder geval geprobeerd’.  Zoveel vertrouwen in mij, maar misschien stel ik iedereen uiteindelijk wel enorm teleur, omdat ik het gewoon NIET kan.

‘Je kunt het’, ‘topper’, ‘je bent sterk’. Steeds weer hoor ik het om me heen als ik vertel over mijn deeltijdbehandeling. Iedereen bedoelt het goed, maar op dit moment voelt het totaal niet alsof ik het kan. Ik ben ondertussen drie weken bezig met mijn behandeling en jeetje, wat vind ik het ontzettend zwaar. Elke dag twijfel ik of ik mezelf af zal melden, elke dag kom ik thuis met het gevoel dat ik dit niet meer wil. Het is zwaarder dan ik me had voorgesteld. In hoeverre ik mezelf er überhaupt iets van heb kunnen voorstellen natuurlijk. Want wat moet je er jezelf van voorstellen als je zoiets nog nooit hebt gedaan?

Deze week had ik mijn eerste persoonlijke gesprek met een sociotherapeut. Tot nu toe was alles in groepsverband geweest, dus het was even fijn om één op één te kunnen praten. De eerste vraag die ik kreeg was, ‘en, hoe gaat het nu?’ De tranen rolden meteen over mijn gezicht. Ik vind het zwaar, maar tegelijk vind ik dat ik mezelf niet moet aanstellen, want ik wist dat het zwaar zou worden. De therapeut zegt dat het ook zwaar is en dat de afgelopen weken ook wel enorm heftig waren, zelfs voor haar. Er zijn veel heftige onderwerpen aan bod gekomen en door corona is de aanpak ook veranderd. Het is volgens haar logisch dat ik het moeilijk heb, want het is ook zwaar. Maar toch komt dit niet echt binnen want, “ik ben toch sterk?” Tenminste, dat zegt iedereen, dus wat zit ik hier nou te janken.

Tijdens therapie zit ik in mijn hoofd in een continue strijd tussen mee moeten doen en er volledig voor gaan enerzijds en mijn mond houden zodat ik mezelf niet voor schut zet anderzijds. Steeds als ik iets zeg, komen de gedachten in mij op of ik het wel goed heb verwoord en of ik hiermee niemand heb gekwetst. Elke keer probeer ik tegen mezelf te zeggen dat dit juist de reden is dat ik hier zit. Omdat ik altijd van alles vermijd, omdat ik bang ben voor wat een ander ergens van vindt. Het is dus goed dat ik praat, maar waarom voelt het dan niet zo? Waarom voelt het allemaal zo zwaar en moeilijk? Elk blok, elke therapie komen er dingen naar voren die ik doodeng vind. Tijdens beeldend vind ik het moeilijk om mezelf te uiten en vind ik het ook doodeng dat ik zelf in het lokaal op zoek moet naar de spullen die ik nodig heb. Want misschien loop ik wel raar? Misschien kan ik het niet vinden? Allemaal gedachten die het er niet makkelijker op maken.

De sociotherapeut gaf aan dat het goed is dat ik nu enorm struggle, want dat betekent dat ik tegen mijn valkuilen aanloop. Als ze dit zegt, geloof ik het meteen. Maar ik had niet verwacht dat het vanaf dag één al zo enorm zwaar zou zijn. Dat het drie weken later nog niet beter is, vind ik ook enorm eng. Als ik naar de anderen in onze groep kijk… Zij kunnen zich al veel beter verwoorden dan ik, dat valt me meteen op. Zij zijn al veel verder in hun inzichten, maar ook zij ‘breken’ nog continue en geven aan dat elke dag weer een enorm gevecht is. Ik leg mijn zorgen daarover bij de sociotherapeut neer en zij geeft aan dat het inderdaad de komende weken nog niet echt beter zal worden. Fijn, bedankt voor de eerlijkheid….NOT! Het liefste zou ik horen dat het vanaf volgende week beter zal gaan. Maar ze geeft aan dat we in traject A, de eerste 18 weken, vooral ‘afgebroken’  worden en pas in traject B zullen gaan opbouwen. Het vooruitzicht dat de komende 15 weken enkel nog zwaarder zullen worden, maakt me angstig.

Ik wil niet meer terug naar vorig jaar. Ik wil niet weer naar dat enorme zwarte gat waar ik toen in zat. Het gevoel dat ik net weer begon op te klimmen verandert in het gevoel dat ik mezelf voel terug glijden in dat gat. Elke dag vecht ik om niet terug te vallen maar kan ik dat alleen? De komende twee weken gaan we aankijken of ik er op eigen kracht weer uit kom en anders gaan we opnieuw sleutelen aan mijn medicatie. Ik moet blijven praten en vooral mijn gevoel uiten in de groep. Maar dit vind ik zo moeilijk. Want zij zitten hier al veel langer en zitten er al veel verder in en dan ga ik als ‘nieuweling’ lopen zeuren over hoe lastig ik het allemaal heb? Is dat niet een beetje de omgekeerde wereld? Zo voelt het voor mij in ieder geval.

Ik vond dat ik deze blog moest schrijven. Niet om medelijden te krijgen, niet omdat ik mezelf er nu zo goed bij zal gaan voelen (nee, nu voel ik me nog meer een mislukking). Maar vooral voor degene die ook zijn begonnen met therapie of degene die al langer bezig zijn maar het ook enorm moeilijk hebben. Want je bent niet alleen!  Praat erover, wees eerlijk en deel het. Alleen zo kunnen we elkaar helpen.

Misschien ben ik niet sterk en misschien kan ik dit wel helemaal niet, maar dan heb ik het in ieder geval geprobeerd !

TRIGGER WARNING: deze blog gaat over zelfbeschadiging en suïcidaliteit. Mocht je hier gevoelig voor zijn, houd je eigen grenzen dan goed in de gaten en vraag jezelf dan af of het verstandig is om verder te lezen.
Heb je zelf last van suïcidale gedachtes? Neem dan contact op met 113Online.

Een jaar geleden alweer en ik ben er nog steeds. Wat kan er ontzettend veel veranderen in een jaar. Het is een gekke gedachten dat ik deze blog zonder onze kat Eddie waarschijnlijk niet meer had kunnen schrijven. Dat ik er dan nu niet meer bij was geweest en dat ik alles wat het afgelopen jaar gebeurd is, niet meer had meegemaakt. Het is een nare gedachten, maar het geeft me ook kracht. Want als ik dit jaar door heb kunnen komen, ben ik dus sterk genoeg om door te gaan en te blijven vechten voor zolang dat nog nodig is. Eerst vechten en dan genieten, zullen we maar zeggen.

Een jaar geleden

Wanneer ik deze blog schrijf, is het 5 oktober 2020: precies een jaar na mijn eerste poging tot zelfdoding. In de nacht van 4 op 5 oktober 2019 was ik ervan overtuigd dat het leven voor mij lang genoeg geduurd had. Mijn leven was op dat moment een grote teleurstelling en ik had het gevoel totaal geen toegevoegde waarde meer te hebben voor de mensen om mij heen. Naast dat mijn eigen leven niet fijn was, was ik ervan overtuigd dat ik ook de mensen om mij heen enkel tot last was. Het was geen wanhoopsdaad, maar een gedachte die al langere tijd in mijn hoofd zat. Die nacht besloot ik dat het tijd was om te ‘gaan’.

Een heftige beslissing met veel consequenties, daar was ik mezelf van bewust. Toch wist ik dat het goed zou komen. Iedereen zou doorgaan, mijn man zou op den duur weer een nieuwe vrouw ontmoeten die net zo fijn in het leven zou staan als hoe wij dit vroeger deden en ook mijn vrienden zouden misschien even verdriet hebben, maar ook hun leven zou gewoon doorgaan. Mijn ouders hadden genoeg aan hun hoofd met mijn broer, dus dat mijn sores dan op zou houden, zou in mijn ogen enkel een opluchting voor hen zijn.

De details van de nacht bespaar ik jullie. Maar één ding vind ik nog steeds ontzettend bijzonder en dat is ook de voornaamste reden dat ik er nu nog ben. Onze kat Eddie was mijn reddende engel (al zag ik dat toen niet zo). Hij was namelijk degene die die nacht bij mij was en ook degene die uiteindelijk mijn man wakker maakte. Je moet weten, normaal is hij enorm op zichzelf gesteld. In de nacht is hij wel vaker wakker, maar ons wakker maken doet hij nooit. Tot deze nacht. Hij tikte mijn man meerdere keren met zijn pootje op zijn schouder en gaf dit niet op tot mijn man wakker werd en erachter kwam dat ik niet in bed was. Op dat moment ging het al een tijd niet goed met mij, waardoor mijn man meteen voelde dat het niet goed was. Mede door Eddie zijn hulp was hij er daardoor op tijd bij en hebben we erger kunnen voorkomen. Ik vind het mooi dat een dier zoveel kan aanvoelen en sinds die nacht zijn Eddie en ik twee handen en vier pootjes op één buik. We kroelen als nooit tevoren, hij wil niet naar boven als ik niet met hem mee ga en als ik een nacht niet kan slapen, is hij beneden bij mij. Hij is nog steeds dezelfde Eddie als vroeger en nog steeds erg op zichzelf gesteld maar laat mij steeds meer toe en dat vind ik enorm fijn.

Een jaar later
Een jaar later sta ik totaal anders in het leven dan toen. De nare gedachten zijn er nog steeds, maar ze zijn wel een stuk minder aanwezig dan toen. Als het die nacht gelopen was zoals mijn planning was, dan zou iedereen het grootste verdriet al achter de rug hebben en een beter leven hebben dan ze nu hebben -daar ben ik nog steeds van overtuigd. Maar zo is het niet gelopen en op sommige momenten kan ik daar zelfs weer een beetje blij om zijn. We hebben namelijk nog een leven voor ons. We willen nog zoveel doen en met elkaar beleven, maar eerst moet ik herstellen en er weer helemaal bovenop komen. En dat ga ik doen. Daar ga ik voor vechten. Mijn behandeling start bijna en dan gaat de weg naar herstel eindelijk beginnen.

Het afgelopen jaar heb ik alleen ondersteuning gehad en geen echte therapie. Dat was ook wel fijn, want dat had ik niet aan gekund. Het was voor mij het belangrijkste om mijn dagen goed door te komen en te zorgen dat ik ‘veilig’ was. 

Iets waar ik nog niet eerder echt over heb gepraat, is dat ik in deze periode ook aan zelfbeschadiging heb gedaan. Omdat hier een groot taboe op ligt, wil ik er in mijn blog toch nog een klein stukje aan wijden. Om heel eerlijk te zijn snapte ik zelfbeschadiging vroeger namelijk niet. Waarom zou je jezelf pijn doen? Waarom zou je je lichaam verminken terwijl je jezelf al zo rot en onzeker voelt? Maar in het afgelopen jaar ben ik erachter gekomen dat het heel begrijpelijk is dat je het doet. Natuurlijk het is niet ‘normaal’ en we moeten het ook zeker niet goedpraten, maar ik begrijp het nu wel en onbewust doen we het misschien allemaal wel op één of andere manier. Mijn littekens zijn ondertussen bijna allemaal geheeld en ik kan volmondig zeggen dat de keren dat ik het nu doe op 1 hand zijn te tellen. Het zal nog een gevoelig punt blijven, maar ik ben op de goede weg.
Het heeft me wel aan het denken gezet over mijn manier van omgaan met teleurstellingen en pijn. Als ik terugdenk aan vroeger, dan kan ik mezelf nog herinneren dat ik als kind vaak met mijn hoofd tegen de muur bonsde als ik boos of verdrietig was. Dit was in die tijd de manier om mezelf te straffen. In een later stadium deed ik dit door niet te eten. Ik heb een periode erg geworsteld met mijn voeding. Ik wilde dunner zijn en moest afvallen. Ik ontzag mezelf eten en ook dat is een manier van zelfbeschadiging -als ik er nu aan terugdenk. Ik vond dat ik het niet verdiende om te eten, want ik was al dik genoeg. Als ik nu terugdenk aan die tijd sloeg het natuurlijk nergens op, maar toen was ik ervan overtuigd dat ik het niet verdiende. Dit zal voor mij altijd een gevoelig punt blijven. Ik merk dat ik soms een eetbui krijg als ik niet lekker in mijn vel zit, iets wat me boos op mezelf maakt.

Zelfbeschadiging is er in veel verschillende vormen. Het bekendste is natuurlijk het beschadigen van je lichaam door middel van snijden of krassen. Er zijn echter nog zoveel ‘onzichtbare’ manieren waarop mensen zichzelf pijn doen. Ik hoop dan ook dat iedereen wat meer begrip kan gaan opbrengen voor mensen die dit doen. Je moet je eens indenken dat je continue boos bent, dat moet er toch uit? En nee, dit is niet de juiste manier en er zijn heel veel andere manieren om dit te doen. Maar daar hebben we (wij die dit doen) hulp bij nodig. Het is niet zo makkelijk om het zomaar niet meer te doen. Dus wees een beetje lief voor elkaar, we zijn allemaal wel eens boos. De ene gooit dan misschien iets kapot, maar een ander wordt boos op zichzelf en dat is gewoon ontzettend naar.

Wijnmeisje, wijnen wijnen wijnen en wijn is fijn! Allemaal dingen die bij mij horen. Als vrienden over mij zouden moeten vertellen dan zeggen ze waarschijnlijk, ‘zij houdt van wijn’. En inderdaad, ik houd van wijn. Maar nu moet het stoppen. Ik zag wijn niet als een probleem maar misschien is dat het toch wel. Want ik ben Ingenborgh en geen wijnmeisje, ik ben Ingenborgh en naast “wijnen wijnen wijnen” drink ik ook een heleboel water, thee en andere dingen en ik ben Ingenborgh en ik vind wijn fijn maar er is nog zoveel anders dat fijn is op deze wereld. Wijn is niet mijn wereld, wijn is maar een onderdeel. Een fijn onderdeel, dat dan weer wel!

Inmiddels ben ik gestart met mijn deeltijdbehandeling. Heel veel informatie over de invulling van de dagen had ik nog niet ontvangen tot vlak voor de start. Ik moest naar een introductiegesprek waar veel duidelijk werd. Er werden tijden genoemd, uitleg gegeven over het ‘buddy’-systeem, over de behandeling en eventuele aanvullende mogelijkheden. Erg fijn allemaal. Ook werd de belangrijke vraag gesteld of ik drugs gebruik. Deze vraag zag ik al aankomen en kon ik met een volmondige ‘NEE’ beantwoorden. Geen behoefte aan ook dus deze info was voor mij verder niet belangrijk. Na de vraag over het gebruik van drugs kwam de vervolgvraag of ik dan misschien alcohol gebruik. En ja, dit wijnmeisje houdt van wijnen, wijnen, wijnen.

Een wijntje bij het diner, een drankje met vriendinnen of lekker met een herfstbockje bij het kampvuur. Ik vind het fijn, ik vind het gezellig en mijn omgeving ook. Het is heel normaal in mijn omgeving om in het weekend lekker samen wat te drinken. Tot nu toe zag ik dit ook als een normaal iets. Kijk maar op tv bij programma’s als GTST, JINEK en noem maar op: er staat vaak een glaasje wijn of een biertje op tafel, gezellig!
Maar de vraag of ik dit gebruik kwam niet voor niets. Na de vraag kwam namelijk een reactie die ik nog niet eerder had gehoord en dus ook niet had zien aankomen. In Traject A (3x6weken) mag je helemaal geen alcohol nuttigen. “WHATTTTT?!?!” dacht ik. Tijdens het gesprek wuifde ik het een beetje weg. Maar als ik thuiskom gaat mijn hoofd er mee aan de haal.

Geen drankjes drinken gedurende 3×6 dus 18 weken? Best heftig vind ik het om heel eerlijk te zijn. Eerst denk ik nog, “hoe willen ze dat controleren dan? Ik denk dat ik het gewoon wel doe.” Maar al snel ga ik verder en dieper nadenken en praat ik erover met mijn man. Het idee van het niet drinken tijdens Traject A heeft te maken met het verdoven van je gevoelens. De therapeute gaf aan dat sommige mensen gevoelig zijn voor drank en snel naar de fles grijpen als het moeilijk wordt. En ik weet dat het geen oplossing is, maar ik weet ook dat ik zo’n persoon ben. Op het moment dat ik een rotdag heb gehad, ben ik snel geneigd een extra wijntje te pakken. Want ja, ‘dan slaap ik beter’ zeg ik dan. Niks van waar natuurlijk, want het is algemeen bekend dat je er zeker niet beter van slaapt. Het is een mooi excuus om dat extra wijntje wel te drinken zonder verdere vragen. Maar dat moet nu dus veranderen.

Misschien alleen op zaterdag drinken? Maarja, wordt zaterdag dan niet snel ook een drankje op een verjaardag op zondag of gezellig een borreltje op vrijdagavond? In een omgeving waarin het zo normaal is om te drinken, ben ik bang dat ik mezelf er dan toch in verlies. Ik wil mezelf voor de volle 100% inzetten voor mijn komende deeltijdbehandeling. Na veel praten, nadenken en de voordelen en nadelen tegen elkaar afwegen ben ik tot de conclusie gekomen dat ik ervoor ga: geen alcohol tijdens het traject. Of in ieder geval, niet in traject A. In traject B kan ik misschien wel weer een wijntje drinken, dan “mag” het van de behandelaren ook weer. Maar dat zien we tegen die tijd wel. Misschien bevalt het me wel enorm om niet te drinken en ga ik ook lichamelijke en geestelijke voordelen eruit halen. Misschien besluit ik dan wel om dit voort te zetten.

In mijn leven is een wijntje drinken zo normaal geworden dat het een hele weg zal zijn om dit niet meer te doen. Het zal op sommige dagen enorm moeilijk zijn. Zeker op zware therapiedagen waarna ik normaal als ik thuiskwam een paar glaasjes zou drinken. Ik moet manieren gaan vinden om deze moeilijke momenten anders in te vullen. Ook zal het moeilijk zijn op visite, feestjes of andere gelegenheden waar alcohol gedronken wordt. En thuis, als mijn man een wijntje pakt of een herfstbockje neemt op een regenachtige herfstdag. Makkelijk wordt het zeker niet en om heel eerlijk te zijn… als ik er nu aan denk, vind ik het al enorm zwaar. Maar ik ga ervoor, ik moet dit kunnen, het is voor een goed doel.

Op naar een betere versie van mezelf, op naar Ingenborgh 2.0!

Medicatie: de ene is er enorm mee geholpen en de ander wil er voor geen goud aan beginnen. Ik vind dat iedereen hier zijn eigen mening over mag hebben. Mijn mening? Als het me serieus een beter leven kan opleveren, dan slik ik het met liefde elke dag. Ik snap de mensen die het niet willen ook goed, want het is toch chemische zooi die je elke dag in je lichaam gooit. En als ik eerlijk ben… ik denk niet dat het echt goed voor je lichaam kan zijn. Maar ik slik het nu wel en mijn ervaring hierover deel ik in deze blog.

Ik vind medicatie dus best een dingetje. Vooral antidepressiva vind ik een lastig medicijn. Want helpt het nu echt? Of is het meer het idee dat ervoor zorgt dat ik me beter voel? Voel ik me eigenlijk überhaupt wel beter? Ik slik nu ongeveer een jaar medicatie voor mijn depressie en ik heb al veel wisselingen en veranderingen in dosering doorgevoerd. Ik heb medicatie gehad waarbij ik een strikt eetschema had omdat ik bepaalde uren voor/ na het innemen niet mocht eten en ik heb ook medicatie gehad waarmee ik geen auto mocht rijden. Allemaal verschillende bijwerkingen en manieren van innemen dus. Er bestaan zoveel verschillende soorten antidepressiva dat ik denk dat er altijd voor iedereen wel een medicijn is dat werkt. Maar voor je het juiste middel hebt gevonden, kun je wel een paar jaar verder zijn.

Medicatie is misschien wel het lastigste onderdeel van een depressie. Het zou je moeten helpen om je beter te voelen, maar dat is zeker niet altijd het geval. Als je ermee start, moet je vaak eerst door hele nare bijwerkingen heen en daarna is het maar te hopen dat de medicatie aanslaat en echt iets voor je kan betekenen. In mijn geval is dit lastig. Na ongeveer een half jaar verschillende medicijnen te hebben geprobeerd, kwamen we erachter dat medicatie voor mij erg weinig doet. Dit omdat ik een persoonlijkheidsstoornis heb. Die is zo hardnekkig dat de medicatie niet heel veel voor me doet. Toch slik ik het wel. Ondertussen zit ik nu ongeveer 5 maanden op dezelfde medicatie. Een maagbeschermer en twee verschillende antidepressiva. Daarnaast heb ik nog een tabletje wat ik voor het slapen kan innemen, maar dit probeer ik zo min mogelijk te doen. Dit vanwege de bijwerkingen die het bij mij heeft. Als ik een heel pilletje inneem slaap ik als een blok. “Fijn” zou je denken, maar voor iemand die normaal van elke ‘scheet’ wakker wordt, is dit ook een eng gevoel. Want wat als er iets gebeurt? Daarnaast ben ik de dag daarna de hele dag ontzettend duf en niet vooruit te branden. Af en toe neem ik een half tabletje en dan is het redelijk te doen.

De dosering van mijn medicatie is de afgelopen 5 maanden steeds veranderd. De perfecte dosis heb ik nog steeds niet gevonden. Omdat het niet heel veel voor me lijkt te doen, vind ik het onzin om op een hoge dosis te zitten. Ik ben dus nu sinds een aantal weken weer terug op mijn start dosis. Met deze dosis kom ik mijn dagen redelijk door. Ik heb enorm slechte dagen maar ik heb ook redelijk goede dagen. Een hogere dosis zorgt niet dat ik me beter ga voelen, dus dan vind ik het niet nodig meer te slikken dan voor mijn gevoel nodig is.

Het zoeken naar de juiste medicatie was best een ding. Je moet weten dat ik enorm bang was om aan te komen. Het was dus zaak om een antidepressivum te vinden waarvan ik niet teveel zou aankomen en die ook nog samen met mijn anticonceptie zou kunnen. Deze hebben we gevonden. Volgens de psychiater dan. Want in het afgelopen jaar ben ik maar liefst tien kilo aangekomen. Of dit enkel de schuld van de medicatie is, betwijfel ik. Door mijn depressie heb ik veel tijd in mijn bed doorgebracht en bestond mijn lunch vaak uit een zak chips. Die tien kilo is dus wel te herleiden.

Medicatie is belangrijk en ik denk dat het voor veel mensen ook echt een uitkomst is om zich beter te voelen. Toch merk ik dat er nog best een groot taboe op rust. Want kun je het dan echt niet alleen af? Het is tenslotte (volgens veel mensen) iets wat tussen je oren zit. En deels klopt dat ook want hé, je hersenen zitten nou eenmaal tussen je oren. Veel antidepressiva regelen wel degelijk dingen in je hersenen. En laten we eerlijk zijn: als je een probleem hebt in een ander deel van je lichaam en daarvoor medicatie moet slikken, doe je dat toch ook? Daar wordt toch ook niet vreemd naar gekeken? Waarom met antidepressiva dan wel? Als het je helpt, denk ik dat het iets heel moois kan zijn en het je leven een stuk beter kan maken en dat is toch uiteindelijk het enige wat telt?!

Het heeft even geduurd. Wat zeg ik? Het heeft heel lang geduurd, maar eindelijk is er dan duidelijkheid. Eindelijk is er zekerheid, want 12 oktober is het dan zover: ik mag starten met mijn deeltijdbehandeling Schematherapie bij De Viersprong. Wat dit met mij doet en hoe ik mezelf hierbij voel, deel ik in deze blog met jullie.

Steeds weer krijg ik dezelfde vraag van mijn huidige psycholoog, mijn ouders, de bedrijfsarts en niet te vergeten van vrienden: wanneer begint je behandeling? Maar ik weet het niet, ik kan er geen antwoord op geven. De indicatie was in november, maar het is nu september en ik heb nog niets mogen vernemen. Ik besluit dan ook om de stoute schoenen aan te trekken en een mail te sturen naar De Viersprong om navraag te doen of er al iets bekend is. Al vrij snel krijg ik antwoord dat mijn mail wordt doorgestuurd naar de wachtlijstcoördinator en dat zij contact met mij zal gaan opnemen.

Een week later heb ik helaas nog niets gehoord, dus pak ik de telefoon en bel ik naar De Viersprong. De wachtlijstcoördinator is zelf niet telefonisch bereikbaar maar de mevrouw die ik aan de telefoon heb, maakt een terugbelnotitie voor mij. Niet veel later gaat mijn telefoon al en ja hoor, het is de wachtlijstcoördinator. Ze is blij dat ik contact heb opgenomen en staat mij vriendelijk te woord. Op dit moment is ze bezig met het bellen van nieuwe patiënten die op de wachtlijst staan voor een behandeling en ik ben momenteel 4e op de wachtlijst. Omdat er 3 patiënten per keer worden toegelaten betekent dit dat ik er voor de komende behandeling net buiten val, maar ze kan me wel in de volgende groep plaatsen. Ik kan dus op 4 januari 2021 starten. Fijn, eindelijk een datum, eindelijk duidelijkheid.

Na opgehangen te hebben, word ik vrij snel opnieuw gebeld. Ik zou zelfs op 23 november al kunnen gaan starten. Mijn instelling is “hoe eerder, hoe beter” dus ik besluit ermee akkoord te gaan. Om eerlijk te zijn vind ik deze datum lastig. Dit omdat het begin van de behandeling zwaar zal gaan worden en met de feestdagen zo kort na het starten van mijn behandeling vind ik dat een beetje eng. Maar ik ga ervoor. Ik moet toch een keer gaan beginnen, dus dan maar het liefst zo snel mogelijk. Ik informeer mijn man, moeder en mail direct mijn psycholoog met het goede nieuws. Ook noteer ik de datum in mijn agenda en kijk ik meteen of ik na die datum nog afspraken heb staan op de maandag, dinsdag of woensdag. Dat zijn de dagen dat ik behandeling zal hebben, dus wil ik daarnaast geen andere afspraken gepland hebben staan. Gelukkig zijn dit er maar weinig en degene die ik had kan ik makkelijk verzetten. Wat fijn!

Ongeveer een uur later gaat opnieuw mijn telefoon.  En ja hoor…. opnieuw De Viersprong. De vrouw geeft aan dat ze ‘een foutje’ heeft gemaakt en mijn hartslag schiet meteen omhoog. Het zal toch niet zo zijn dat ik weer langer moet gaan wachten? Dat de datum weer verschoven wordt? Degene die mijn eerdere blogs hebben gelezen, weten dat er aan het begin van mijn aanmelding ook al een hoop dingen zijn misgegaan waardoor ik pas 2 maanden later op de wachtlijst gezet ben en de wachttijd ook steeds anders bleek te zijn dan dat mij op dat moment geïnformeerd werd. Teleurstelling op teleurstelling dus. Ik ga er dan ook meteen vanuit dat het wel weer slecht nieuws zal zijn. Maar dat blijkt gelukkig niet het geval te zijn. Er is in een groep eerder een plekje vrij dat nog opgevuld moet worden en de vraag is of ik op 12 oktober al zou willen starten. Volmondig zeg ik ja! Alles wordt in werking gezet en er wordt bevestigd dat deze datum de echte startdatum zal zijn.

Zodra ik heb opgehangen informeer ik meteen iedereen opnieuw. De reactie van iedereen is gelukkig positief, maar hoe voel ik me nu eigenlijk? Je zou denken dat ik door het dolle heen ben. Maar zo voelt het niet. Ik voel een raar soort angst opkomen. Want 12 oktober is nog maar 4 weken en dat idee zorgt ervoor dat ik zenuwen krijg. Ik voel me een kind dat morgen voor de eerste keer naar een andere school moet. Ik heb buikpijn en ook begin ik hoofdpijn te krijgen van al het nadenken. Het is eng en tegelijkertijd besef ik maar al te goed dat ik dankbaar mag zijn dat ik eerder kan beginnen. Deze datum is alleen maar beter. Hopelijk ben ik dan met de feestdagen in ieder geval door het zwaarste gedeelte heen en kan ik de feestdagen een beetje beter doorkomen dan vorig jaar.

Het gaat nu pas echt beginnen. Na 2 jaar ‘ziek’ te zijn gaat het nu pas echt starten. Ik ga starten aan de lange weg naar herstel. De behandeling zal naar alle waarschijnlijkheid minimaal 1.5 jaar duren en zal zeer intensief zijn, maar als dat betekent dat ik me straks beter ga voelen, dan heb ik dat er zeker voor over. Let’s do this, ik zal jullie op de hoogte houden van alles wat nog komen gaat !





Daar zit ik dan, met de brief van het UWV in mijn handen. Ik wist dat dit moment er aan zat te komen, maar nu ik de brief heb ontvangen merk ik toch dat het meer met me doet dan ik had gedacht. Een traan rolt over mijn gezicht: ik voel me zo’n mislukking. Deze aanvraag betekent dat ik niet meer terug zal keren bij mijn oude werkgever. Het zou me wat rust moeten geven, maar om eerlijk te zijn doet het dat niet. Het doet me vooral verdriet.

Aanstaande december is het al zover: ik zit dan 2 jaar in de ziektewet. In de tussentijd heb ik nog wel een tijdje gewerkt maar dat pakte helaas niet goed uit. Om terug te keren bij mijn oude werkgever zou ik voor december op mijn volledige uren terug moeten komen. Dit zijn er 40 en dat is voor mij niet haalbaar. Al zou het ineens super goed gaan, dan nog lukt het me niet. Niet omdat ik het niet zou willen, maar de voorspelling is dat ik pas in november ga starten met mijn deeltijdbehandeling. Die is 3 dagen per week waardoor ik op die dagen niet kan werken. De mogelijkheid om voor december volledig terug te keren is er dus gewoon niet en daarom dien ik een WIA-uitkering aan te vragen.

De bedrijfsarts(-en) hebben het al vaak tegen me gezegd, maar nu de brief van het UWV dan ook daadwerkelijk binnen is gekomen, merk ik dat het toch meer met me doet dan ik dacht. Het idee dat ik deze uitkering aan moet gaan vragen zorgt ervoor dat ik me een mislukking voel. Want hoe heeft het zover kunnen komen? Waar is die Ingenborgh gebleven die 40 uur werkte en geen andere toekomst voor zich zag dan fulltime blijven werken tot er kindjes zouden komen? Maar nee , het is nu eenmaal anders gelopen dan mijn voorspelling was.  Nu zit ik volledig thuis en mag ik al blij zijn als ik mijn huishouden een beetje kan doen en 1 à 2 keer in de week kan sporten. Wat een contrast met hoe het was.

Laat ik eerlijk zijn: ik wil niet meer terug naar hoe het was. Ik wil geen 40 uur meer werken, maar eerder 3 dagen in de week. Dan heb ik meer tijd voor het huishouden en om dingen te doen die mijn leven fijner maken en mij energie geven. Niet dat ik zoals eerst vanuit het werk naar huis cross om daarna snel wat dingen in huis te doen, te gaan sporten, eten en na een douche mijn bed in te duiken. Nee, ik wil wat meer rust in mijn leven. Wat meer tijd om te kunnen genieten in plaats van alleen maar te rennen, want daar ben ik misschien gewoon niet voor gemaakt. Misschien is deze slechte periode dan toch nog ergens goed voor ook al vindt ik dat nu nog lastig om in te zien.

Maar verder over de WIA-aanvraag. Tijdens het lezen van de documenten merk ik enorme onrust opkomen. Een opsomming van documenten en stappen die ik moet uitvoeren zorgt ervoor dat ik enorm in paniek raak. Ik mail mijn SPV’er (sociaal psychiatrisch verpleegkundige) of zij mij bij de volgende afspraak wil helpen. Normaal worden de documenten aangeleverd door je bedrijfsarts. Echter, wie mijn eerdere blog heeft gelezen weet dat ik ondertussen bij bedrijfsarts nummer 4 ben aanbeland en deze is van een ander bedrijf en heeft mijn dossier nog niet ontvangen van mijn oude bedrijfsarts. Erg fijn dus. Ik dien alle documenten dus opnieuw op te zoeken en in te leveren bij het UWV. Best een werkje. Gelukkig heb ik wel inzage in mijn dossier bij mijn psycholoog maar het printen van de documenten wil niet echt lukken. Toch ga ik aan de slag. Ik overleg met mijn SPV’er en laat haar de belangrijkste documenten uit mijn dossier printen. Ook neem ik meerdere malen contact op met mijn oude en nieuwe bedrijfsarts om te kijken of er toch iets kan geregeld worden met het dossier. Maar zoals eigenlijk altijd in mijn geval gaat dit niet zo eenvoudig en snel als ik had gehoopt. Ook neem ik contact op met mijn werkgever voor mijn re-integratie dossier. Deze dien ik volgens de documenten van het UWV ook te hebben.

Wachten op alle documenten van de bedrijfsarts en mijn werkgever kan niet. Zoveel tijd heb ik helaas niet dus ik ga hard aan de slag om alle documenten bij elkaar te zoeken. Vermoeiend vind ik het. Weet je wat het is? Vroeger zat ik hele dagen zonder moeite achter mijn computer. Hele dagen was ik aan het bellen, mailen en dingen aan het verwerken in verschillende systemen. No problemo, dat was jarenlang mijn werk en ging me prima af. Maar als ik nu maar een half uurtje achter mijn PC zit, ben ik ontzettend moe. Dus het opzoeken van al deze documenten kost mij naast een hoop stress ook een hoop energie. Maar het is voor een goed doel zullen we maar zeggen.

Ik ga alles zo volledig mogelijk aanleveren en dan is het hopen dat het UWV mijn situatie begrijpt en dat de WIA-aanvraag goed gekeurd gaat worden. Zodat ik met een gerust hart in (hopelijk) november met mijn deeltijd behandeling kan gaan starten.

Een blog vol tips? Ik hoor je denken… “maar heel het internet staat daar toch al vol mee?” Klopt, soms zie ik zelf door de bomen het bos niet meer als het gaat om websites met tips over om te gaan met psychische shit. Maar niet alles werkt voor mij. Sterker nog, het grootste gedeelte werkt niet voor mij. Gelukkig weet ik inmiddels wat mij wel helpt. Ik wil dat graag met je delen, omdat ik hoop dat je er iets aan hebt. En misschien werken mijn tips niet voor jou, dat kan natuurlijk. Maar laten we het proberen!

Oké laten we beginnen met dat ik natuurlijk helemaal geen Flippie heet en dat de titel van deze blog eigenlijk helemaal nergens op slaat. Maar wees eerlijk… “Tippie van Flippie” klinkt toch veel leuker dan Tippie van Ingenborgh? Dus daarom deze naam. Weet je dat ook weer 😊

Zoals ik in de inleiding al schreef, staat internet vol met websites, blogs, vlogs en allerlei informatie en tips over hoe je uit deze nare periode zou kunnen komen en welke dingen je leven wat aangenamer kunnen maken. Ik heb ondertussen zelf half internet al afgestruind, ik heb misschien al wel aan 50 online webinars meegedaan en me ingeschreven voor verschillende cursussen die mij gingen helpen er weer bovenop te komen. Maar helaas…. Hier zit ik dan: 1,5 jaar later en nog steeds niet aan het werk, nog elke dag moe en de nare en goede dagen wisselen elkaar nog steeds af. Niet echt iets mee opgeschoten dus, zou je denken.

Maar toch denk ik dat het me wel geholpen heeft. Van alle tips en teksten die ik de afgelopen tijd heb gelezen, is natuurlijk niet alles blijven hangen. Mijn hoofd is een grote zeef waarin maar heel weinig blijft zitten. Ik lees dingen en als je me 5 minuten later vraagt wat ik heb gelezen, ben ik het vaak alweer vergeten. Maar toch ben ik er van overtuigd dat je onbewust toch iets opslaat waar je wat mee kunt. Van elke tekst die je leest en elke tip die hoort, leer je weer iets. Het is natuurlijk aan jou of je er ook iets mee doet of niet.

Hierbij Tippie’s van Flippie (of Ingenborgh natuurlijk net wat je wilt😉)

TIP 1: LEZEN
Je voelde hem misschien al een beetje aankomen… lezen. Zoals ik zelf al aangaf blijft misschien weinig hangen van wat je leest. En dat mag, je bent herstellende en natuurlijk is je hoofd nog niet zover dat het hele boeken kan opnemen. Maar elk woord dat je leest is een training om je hersenen weer wat in actie te krijgen. Je kunt kiezen voor sprookjes, thrillers, science-fiction of iets heel anders. Maar ik geef persoonlijk de voorkeur aan boeken waar je iets uit kunt halen. Boeken van mensen die hetzelfde hebben meegemaakt of boeken die je leren hoe je een fijner leven kunt leiden bijvoorbeeld!

TIP 2: RUST, REINHEID EN REGELMAAT

Rust lijkt heel vanzelfsprekend maar toch is het dat niet. Je bent waarschijnlijk enorm moe en vaak blijft je hoofd in dit soort periodes ondanks dat je zo moe bent toch ‘aan’ staan. Zoek daarom rust. Dit kan een welverdiend dutje zijn, een rustgevende wandeling of bijvoorbeeld een half uurtje mediteren. Persoonlijk vind ik Yoga Nidra ook erg fijn. Dit is een rustgevende meditatie waarbij de focus ligt op gehele ontspanning van de geest en lichaam. Echt een aanradertje!

Ook reinheid is belangrijk, zorg goed voor jezelf juist in deze moeilijke tijd. Ik weet dat dit ontzettend moeilijk is en dat vind ik zelf ook. Maar het is zo belangrijk! Ik maak dit mezelf vaak makkelijker door het samen te voegen met ‘regelmaat’ . Een tijdje geleden heb ik een boekje gekocht waarin ik elke dag taakjes schrijf zodat ik wat zinvols in mijn dag heb. Dit kunnen de kleinste dingetjes zijn. Ook de ‘vaste taakjes’ zet ik hierin om voor mezelf regelmaat te creëren. Om goed voor jezelf te zorgen kun je hier ook dingen opzetten als douchen, gezond lunchen,  1.5 liter water drinken of andere dingen die voor jou goed voelen om voor jezelf te zorgen. Op die manier creëer je regelmaat en werk je ook nog aan je reinheid. En ik weet niet hoe het met jou zit maar ik vind het heerlijk om dingen af te vinken! En al die kleine taakjes en al die krulletjes zorgen er dan weer voor dat ik me een stukje minder nutteloos voel.

TIP 3: DOE VOORAL WAT GOED VOELT
Je hebt waarschijnlijk heel lang dingen gedaan die veel van je hebben gevraagd.  Je bent waarschijnlijk moe en opgebrand en ziet het allemaal even niet meer zitten. En dat is logisch!
Dus lieve jij, gun jezelf het ook om een OFF-day te hebben. Gewoon niets te moeten, geen planning te hebben misschien even niet gezond te eten en een dag niet naar buiten te gaan. Dit mag ook. Maar zorg ervoor dat je er niet in blijft hangen, want dan gaat het mis. En geloof me… terwijl ik dit schrijf zit ik zelf met tranen in mijn ogen, ben ik zelf opgebrand en heb ik zelf totaal geen zin om nog maar iets uit te voeren vandaag. Maar dat mag ook. Die momenten mogen er zijn. Schaam jezelf daar niet voor (jeetje wat een wijze praat voor iemand zoals ik, haha) gun jezelf rust, gun jezelf even helemaal niets. Doe vooral wat voor jou goed voelt en misschien, heel misschien voel je jezelf dan later weer beter en ga je alsnog iets actiefs doen. Maar doe wat jij goed vindt en wat voor jou goed voelt !

Ik denk dat ik het voor nu hier maar even bij laat. Er komt vast nog een keer een deel 2 met weer nieuwe Tippies. Ik hoop dat je er iets mee kunt en dat het je kan helpen je dagen iets dragelijker te maken. Zelf zal ik ze ook nog vaak genoeg doorlezen want ook ik ben er echt nog laaaaaaaang niet helaas. Maar we komen er wel. Is het niet snel dan maar langzaam.

ps. Heb jij nou ook nog tips? Laat het dan even weten in de comments. Zo helpen we elkaar om een fijner leven tegemoet te gaan!

‘Ik heb ook wel eens ergens geen zin in’ zegt hij. Ik snap zijn gedachte want hé, we moeten allemaal wel eens iets doen waar we geen zin in hebben. Maar op dagen als vandaag, dagen die zo donker zijn en mijn bed de enige plek is waar ik wil zijn, is het lastig om iets te doen waar ik ‘geen zin’ in heb. Het uit mijn bed komen lijkt ineens een enorm grote taak. Laat staan dat ik nog andere dingen moet gaan doen.

Vandaag is het zover: mijn gesprek bij de bedrijfsarts. Ik heb besloten er wegens omstandigheden niet heen te gaan, dus de afspraak is veranderd in een telefonische afspraak. Dit is inmiddels bedrijfsarts nummer 4. Het gesprek begint al niet fijn. Er is geen dossier ontvangen over mij dus ik mag voor de zoveelste keer opnieuw gaan uitleggen wat er met me aan de hand is. Dat doe ik dan maar. Ik vind het lastig om alles te vertellen dus sommige dingen laat ik weg. Die leest hij uiteindelijk wel in mijn dossier terug. Ik vind het niet fijn om erover te praten, dus dat doe ik dan ook liever niet. Tijdens het gesprek worden opnieuw de woorden ‘WIA’ en de zin ‘je bent nog niet in staat te re-integreren’ genoemd. Ondanks dat ik dit natuurlijk al  meerdere keren van verschillende bedrijfsartsen heb gehoord, raakt het me toch weer. Ik zou gewoon zo graag willen dat alles voorbij is. Dat ik gewoon weer kan werken en dat ik gewoon weer een fijn leven kan leiden. Maar zo ver is het helaas nog lang niet.

De gedachte dat alles nog minimaal een jaar en waarschijnlijk langer gaat duren zorgt ervoor dat ik terugval in een enorme negatieve bui. Ik sluit mijn gordijnen en besluit dat ik vandaag een slechte dag mag hebben van mezelf. Ik slaap veel want de laatste dagen ben ik ontzettend moe. Eén slechte dag worden er al snel twee. Twee dagen met vooral slapen en in een donkere kamer naar het plafond staren. De derde dag besluit ik in de ochtend meteen maar te gaan sporten, want ik weet dat ik anders weer heel de dag in mijn bed doorbreng. Ik sta samen met mijn man om 04.30 uur op zodat ik om 05.30 uur in de sportschool sta. En ja hoor, dit helpt!
Ik begin de dag met een work-out en pak daarna een lekker kopje koffie mee om met een omweg naar huis te lopen. De dag is beter gestart en gelukkig houdt dit ook aan. ’s Avonds besluit ik nog een lesje Yin-Yoga te volgen en ook dat voelt erg fijn.

Eén fijne dag dat is fijn, maar de dag daarna zak ik meteen weer terug in mijn negatieve gedachten. Meerdere keren heb ik mijn man aan de telefoon. Hij vindt het maar niks dat ik weer een slechte dag heb en probeert me goed bedoeld te pushen om uit mijn bed te komen. Ik moet gewoon maar even gaan lopen, dan voel ik me vast een stuk beter. Maar ik wil niet lopen, ik wil niks en ik heb nergens zin in. Dan zegt hij, ‘ik heb ook wel eens ergens geen zin in, maar dan moet ik het ook doen’. Ik snap hem, maar hoe zwak  het misschien ook klinkt… het lukt me gewoon niet. En waarom niet? Ja dat vind ik dus moeilijk om uit te leggen. Op dagen als deze komt er gewoon niets uit me en wil ik het liefst alleen maar in mijn bed liggen. In een donkere kamer zodat ik ook niet hoef mee te krijgen wat voor een weer het buiten is.

Geen zin in dingen hebben is sinds mijn depressie vaak het geval. Het enige wat ik wil is rust. Het is heel tegenstrijdig. Immers het “niets doen” zou dus rust moeten geven, maar dat is niet het geval. Het geeft juist stress. Mijn hoofd heeft op dagen waarop ik ‘niets’ doe namelijk volop de tijd om overuren te draaien. Logisch natuurlijk, want er is dan totaal geen afleiding waardoor je juist over van alles gaat nadenken en jezelf alleen nog maar rotter gaat voelen. En ondanks dat ik mezelf het dan gun om een ‘slechte dag’ te hebben, blijven de gedachten dat ik eigenlijk iets zou moeten gaan doen en dat ik hier ook niet beter van wordt wel rondspoken in mijn hoofd. Erg vervelend.

Tegenwoordig heb ik een ‘to do’ boekje aangeschaft. Hierin schrijf ik elke dag dingen die ik moet doen, zodat ik ze kan afvinken. Afvinken van to do lijstjes heeft mij altijd al een fijn gevoel gegeven. En omdat ik me vaak zo ontzettend nutteloos voel is dit de ideale manier om voor mezelf zichtbaar te maken dat ik echt wel wat doe. Al zijn het maar kleine dingen zoals een vaatwasser leeg maken of een wasje opruimen. Al die kleine dingen zorgen ervoor dat ik mezelf minder nutteloos voel. Het lukt me niet elke dag om het hele lijstje af te vinken en dat vind ik soms nog erg moeilijk, maar ik probeer mezelf er bij neer te leggen. Elke taak is er weer één meer dan niets doen, zullen we maar zeggen.

Daar zit ik dan achter mijn laptopje: een bestelling plaatsen voor wasmiddel. Ja, want die was ver op -kwam ik net achter. Ik heb mijn man gevraagd of hij ook nog iets heeft wat besteld moet worden en hij kijkt ‘zo wel even’. Dat antwoord laat mijn nekharen omhoog staan. Zo? Waarom niet nu? Maar als ik realistisch nadenk, vraag ik mezelf af, “waarom moet het nu?” Waarom is “zo” niet gewoon goed? Waarom toch altijd die haast in mijn hoofd? Dat zou toch niet nodig moeten zijn?

Zometeen, straks, dadelijk… allemaal woorden die ik het liefste niet hoor. Het liefst hoor ik, ‘ik doe het nu meteen wel even’. Want dan kan ik het afvinken in mijn hoofd. Maar soms zijn er nou eenmaal andere dingen die voor gaan. Belangrijke dingen, maar soms ook onbelangrijke dingen en dat zou ook geen probleem moeten zijn, maar in mijn hoofd zorgt dit voor een soort kortsluiting. Ik bedoel daarmee niet dat ik helemaal uit mijn dak ga. Nee, kortsluiting als in een zenuwachtig gevoel, tikkende voeten en een hoofd dat maar geen rust kan vinden tot het uiteindelijk gedaan is.

Waar deze haast vandaan komt, weet ik niet. Ik heb dit naar mijn idee altijd gehad. Een goede eigenschap denk ik, maar het zit mezelf vaak ook in de weg. Op mijn werk bijvoorbeeld. Ik ben iemand van de lijstjes: ik schrijf alles op. Zo houd ik overzicht en kan ik afvinken als ik iets gedaan heb. Echter ik ben heel gevoelig voor dingen die ‘even’ tussendoor komen. Die pak ik gelijk op want ja, dan is het ook maar gedaan. Dat zou ik zelf ook wel zo fijn vinden. Collega’s vinden dit natuurlijk super fijn maar al die ‘even tussendoor’ dingen zorgen voor mij voor chaos in mijn hoofd, stress in mijn lichaam en soms zelf overwerktijd omdat ik mijn andere dingen dan niet af krijg. Dingen overdragen aan een ander doe ik niet graag, want als ik het zelf doe weet ik tenminste dat het gebeurt zoals ik dat wil. En laten liggen voor morgen? Nou nee ook liever niet. Alles wat vandaag af kan zorgt ervoor dat ik morgenochtend rustiger kan starten.

Mijn man is wat dat betreft totaal het tegenovergestelde. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg zullen we maar zeggen. Alles op zijn tijd, geen stress en vooral zo weinig mogelijk afspraken maken, want dan hoef je ook niet bang te zijn dat je ze niet na kunt komen. Heerlijk lijkt me dat! Even geen chaos in je hoofd, maar gewoon kijken wanneer je het gaat doen. We vullen elkaar hierin wel aan. Hij laat mij inzien dat sommige dingen echt wel even kunnen wachten en ik laat hem dan weer inzien dat sommige dingen gewoon echt meteen geregeld moeten worden. Inmiddels doen we dit al zes jaar en op zich gaat dit prima. Toch blijft mijn karakter hetzelfde en blijf ik steeds terugvallen in mijn oude gedrag. Ik denk ook dat dit één van de redenen is dat ik beland ben waar ik nu ben.

Altijd maar die stress en chaos in mijn hoofd heeft ervoor gezorgd dat ik overbelast ben geraakt. Niet gek als je eraan denkt dat ik altijd maar aan het denken en haasten ben. Ik zou ook niet weten hoe het voelt om gewoon even aan niks te denken. Hoe doe je dat?
Op dit moment probeer ik elke dag te mediteren, juist om te leren wat meer rust in mijn hoofd te krijgen. Op het moment dat ik ga mediteren schieten mijn gedachtes nog vaak alle kanten op. Dat kan zijn over een was die nog gedraaid moet worden, hoe laat mijn man nu eigenlijk thuis is, wat we gaan eten en of ik bijvoorbeeld mijn deur van mijn auto wel op slot heb gedaan. 

Chaos in mijn hoofd, chaos in mijn lichaam en altijd maar alles meteen gedaan willen hebben… Het heeft ervoor gezorgd dat ik over de kop ben gegaan en geen leuker persoon ben geworden. Het is één van de dingen waarmee ik beter zou willen leren omgaan. En ik hoop dat de tijd zal komen dat ik die rust ook echt in mijn lichaam en hoofd kan gaan vinden.



Daar liggen ze dan: netjes in een bakje en klaar om door de WC gespoeld te gaan worden. Makkelijk vind ik het niet maar ik heb het mezelf beloofd. Ik zou nooit meer diëten. Echt nooit meer. Ze moeten dus weg en dit ‘tijdperk’ moet worden afgesloten. Misschien is het raar, misschien ook normaal, ik weet het niet… ik vind het enorm moeilijk om het bakje leeg te kieperen en daarna door de WC te spoelen. Dan zijn ze echt weg, geen weg meer om ze terug te pakken.

Diëten staat voor mij gelijk aan weinig tot niets eten en afslankpillen slikken. Ondanks dat ik enorm goed weet dat dit echt heel slecht is, val ik toch steeds terug in mijn oude patronen. Zodra ik weer op de weegschaal heb gestaan en me rot geschrokken ben van wat hij aangeeft begin ik weer opnieuw. Door mijn depressie ben ik veel aangekomen en geeft mijn weegschaal nu zelfs aan dat mijn BMI te hoog is. Nou weet ik dat BMI eigenlijk niets zegt, maar voor iemand die altijd aan de ondergrens van een gezond gewicht heeft gezeten doet dit enorm pijn.

Vorige week nam ik het mezelf voor: ik ging nooit meer diëten. Ik vertelde dit ook in m’n omgeving, want hoe vaker ik het uitsprak, hoe meer het tot me door zou dringen dacht ik. Gewoon gezond eten en sporten en dan komt het vanzelf weer goed. Maar liefst twee dagen heeft het geduurd voor ik terugviel in mijn oude patronen. In mijn nachtkastje lag nog een shitload aan afslankpillen, dus die gingen elke ochtend weer mijn mond in. Slecht vind ik het van mezelf. Nooit meer diëten en dan twee dagen later alweer beginnen met die gore pillen in je mond stoppen? En daarbij ook nog proberen zo weinig mogelijk te eten. En het dan raar vinden dat ik mezelf niet zo lekker voel. Nee duhh , tuurlijk voel je je daar niet lekker bij!

Als ik nu terugdenk aan ongeveer zeven jaar geleden, begrijp ik niet hoe ik het ooit volhield. Op dat moment at ik echt bijna helenaal niet, slikte afslankpillen en als het me niet zinde wat ik had gegeten kon het zijn dat ik mezelf liet braken. Hoe hield ik het vol? Nu denk ik steeds weer: “ik moet even door die honger periode heen en dan lukt het me wel weer”. Maar dat wil ik juist niet meer. Ik wil niet meer terug naar zeven jaar geleden. In ieder geval niet meer naar hoe ik me toen rondom eten gedroeg. Ik voelde me toen zwaar en vond dat ik moest afvallen. Als ik nu foto’s terugkijk van toen weet ik niet hoe ik ooit heb kunnen zeggen dat ik toen dik was. Toch knaagt het gevoel aan me dat ik terug wil naar het figuur dat ik toen had. Ik weet dat ik dat moet loslaten maar jeetje, wat is dat ontzettend moeilijk zeg.

De enige manier om echt van die stomme pillen af te komen, is zorgen dat ik ze niet meer heb en niet meer koop. Nu liggen ze ontzettend verleidelijk in mijn nachtkastje en is het heel makkelijk om ze in te nemen als het weer even slecht gaat. Weg ermee dus. Ik gooi mijn geopende potje fatburners leeg in een bakje en ook mijn andere afslankpillen druk ik uit de verpakking in het bakje. Het zijn er nog best veel eigenlijk en om heel eerlijk te zijn vind ik het mega zonde om weg te gooien. Ik weet dat ik hier spijt van krijg, maar het moet. Voor ik de pillen echt in de WC heb gegooid, heb ik eerst nog 10 minuten naar mijn bakje staan staren. Maar ik vind dat ik me niet zo moet aanstellen dus ik draai het bakje om en alles valt erin. Nu is het echt. Ik kan ze nu niet meer pakken. Dat was ook specifiek de reden dat ik de WC koos want uit de prullenbak zou ik ze misschien uit wanhoop/spijt nog wel terug pakken. Maar ze uit de WC vissen gaat me te ver. Toch? Even twijfel ik nog maar snel spoel ik het toilet door. De pillen laten nog even aan mij zien hoe hardnekkig ze zijn, want zelfs na 5 keer doorspoelen zijn ze nog niet weg. Uiteindelijk zijn ze allemaal in het riool beland en is er geen weg meer terug.

Nooit meer diëten dus. Stap 1 is nu voltooid: het weggooien van de afslankpillen. Nu stap 2 nog en dat is het gezond eten. Wat voor mij vaak uitmondt in weinig tot niets eten, terwijl ik weet dat dat me niet gaat helpen. Zo fascinerend vind ik het soms dat ik alles in mijn hoofd zo goed lijk te weten, maar het toepassen een serieus probleem is. Maar dit is op meerdere vlakken zo. Ik voel me enorm dubbel bij wat ik heb gedaan. Aan de ene kant ben ik trots op mezelf dat ik ze weg heb gegooid, maar aan de andere kant blijft het in mijn hoofd zitten dat het ontzettend zonde is en ik nu niets meer heb. Maar dat is goed zullen we maar zeggen. Nu nog zorgen dat ik geen nieuwe koop!