Category

Geloof

Category

In de afgelopen weken heb ik ontzettend veel tranen moeten laten. Tranen die voort kwamen uit vroeger. Die voort kwamen uit onbegrip, maar ook uit een stuk boosheid en teleurgesteld zijn. Ik heb me soms zo hard afgevraagd waar God was in bepaalde situaties. En dat heb ik nog steeds heel vaak. Hoe lang duurt het, voordat de pijn die ik van binnen voel, weg is? Hoeveel tranen ga ik nog laten, en hoeveel boosheid en teleurstelling ga ik nog voelen? Ik weet het niet. 

Wat ik wel bijzonder blijf vinden, is dat God soms op onwerkelijke momenten even laat weten dat Hij er is. Hoe ver Hij dan soms ook kan voelen, soms kan Hij dan ook zo dichtbij zijn. Zo was ik een blog aan het schrijven die ik niet heel makkelijk vond. Een waar ik tijdens het schrijven bij moest huilen, omdat het veel opriep. De hele dag luisterde ik al Christelijke muziek. Ik had een lijst aangezet met nummers die ik totaal niet kende. En terwijl ik de blog aan het schrijven ben, is daar mijn doopnummer. Het voelde vertrouwd, Hij liet zichzelf even zien door een nummer heen. Zo voelde dat. Hieronder dan ook het nummer. 

Midden in de stad woon ik. Een plek waar veel geluid is, want de stad is dagelijks open. Mijn huis is dé plek waar je mensen vanuit huis hoort lachen op straat, of huilen. Mijn huis, de plek waar ik de afgelopen tijd steeds minder wilde zijn. Er zijn feestjes naast mijn deur, eens per jaar kermis en om carnaval niet te vergeten.

Met een overprikkeld hoofd die op ontploffen staat, lig ik op de bank. Ik heb de luiken van mijn ramen gesloten, zodat al het geluid van buiten zo min mogelijk naar binnen komt. En dan, in de meest gemaakte rust, hoor ik de muziek van het draaiorgel mijn huis binnen glippen. Vreselijk vind ik het. Ik heb ´m de afgelopen maanden weg gewenst, maar keer op keer komt ´ie terug. Het lijkt wel of ´ie langer blijft staan. Alsof het me van alles wil zeggen. Als ik héél goed luister, hoor ik vervolgens dat het een opwekkingsnummer is, die me vroeger veel tranen heeft opgeleverd.  

´Al mijn zonden, al mijn zorgen,
neem ik mee naar de rivier.
Heer vergeef mij, en genees mij,
Vader kom, ontmoet mij hier.´

Ik besef me ineens, dat dit een nummer is, die nu meer dan van toepassing is in mijn leven. Er zijn zoveel zorgen die er maar door mijn hoofd leven, zoveel draken die me willen verslaan van binnen. Ik vecht en het enige wat ik hoef te doen, is naar God te gaan om het bij Hem neer te leggen.

Want dit water brengt nieuw leven,
En verfrist mij elke dag.
´t is een stroom van uw genade,
Waar ´k U steeds ontmoeten mag.

Het draaiorgel draait langzaam het nummer af terwijl ik mee begin te zingen. Eigenlijk is het gewoon zo moeilijk niet, om iedere dag, elk moment weer alles wat je hebt, wat je kwijt wilt, bij God neer te leggen. Het is alleen een kwestie van doen. Het aangaan. Hij geeft het nieuws, dat wat je nodig hebt.

Kom ontvang een heel nieuw leven,
Kom en stap in de rivier.
Jezus roept je, Hij verwacht je,
En Hij zegt, ´ontmoet mij hier´.

Voor mij was dit nummer een moment van erkenning. Een moment van zien, opnieuw dat ik mijn pijn, mijn verdriet, mijn zorgen bij God mag neerleggen. Ik hoef het niet alleen te dragen. De strijd hoef ik niet alleen te dragen. Zolang ik maar naar die ´rivier´ blijf gaan.

Ik ben dankbaar dat het draaiorgel me dit nummer heeft laten horen. Meerdere weken achter elkaar. Hoe rot ik het geluid van het draaiorgel ook vind, het laat me inzien, zoveel meer dan ik soms kan beseffen.

Dan draai ik me nog een keer om in bed. Een vriendinnetje die bij mij logeert, springt onder de douche en zodra ze de klaar is met douchen, stap ik uit bed om een goed kop koffie te zetten en een havermoutontbijtje te maken. Wanneer ze richting school vertrekt, besluit ik dat ik nog even terug in bed te gaan. Mijn hoofd is vermoeid en mijn lichaam even zo.

Uren lig ik stil in bed, de dekens om mij heen gewikkeld en soms komen er gedachten naar boven. Langzaamaan merk ik dat ik tot rust kom. Rust die ik nodig had en al lang niet ervaren had. Ik laat het toe ondanks ik het ontzettend eng vind. Ik bid, praat met God en vraag Zijn nabijheid bij mij. Zo nu en dan draai ik, open ik mijn ogen en ervaar ik nog meer rust, dan dat ik daarvoor ervoer.

De tijd dat ik in bed lig, is voor mij normaal een tijd dat ik onrust ervaar en ik vind het dan ook heel bijzonder, dat er zoveel rust in me is. Terwijl ik mijn ogen sluit, gebeurt er iets bijzonders. God laat mij een prachtig beeld zien. Een beeld waar ik in eerste instantie even niet weet, wat het betekent.

‘Vanuit mijn oogpunt kan ik twee planeten zien. Een grote zwarte planeet en de aarde. De zwarte planeet is niet in lijn met de aarde. Tot uit de grote zwarte planeet een nieuwe planeet uitbreekt. Een die vol roze en gouden kleuren is. De roze aarde ploft letterlijk boven op mij. ’

Ik spring uit bed, pak mijn schilderspullen en breng in beeld hoe dit er voor mij uitgezien heeft. Daarna app ik een vriendin om haar te vragen, hoe zij het ziet.

Ik breek letterlijk uit de zwarte planeet die niet in lijn loopt met de aarde. De planeet – de roze met gouden kleuren – komt terug in lijn met de aarde. Op die manier kom ik terug bij God en mag ik mee bewegen zoals God het bedoeld heeft. Hij maakt nieuw wat gebroken was. Hij maakt nieuw wat geheeld moet worden.

Waarom ik dit een bijzonder beeld vind, is omdat ik soms ontzettend zoek naar waar God voor mij is. Is Hij er wel? Laat Hij zich zien aan mij? En dit was zo’n krachtig moment dat Hij liet zien, dat Hij er was.

Nu hebben de kleuren roze en goud beide een bijzondere betekenis. Roze staat voor genezing, gezondheid. Goud laat de Heerlijkheid, glorie en heiligheid en aanwezigheid van God zien.

Ik wilde dit beeld graag met jullie delen. Heel vaak krijg ik namelijk de vraag: ‘Bernice, hoe zie jij God in jouw leven?’ Of ‘Wat betekent God nu voor jou door de zwaarte heen?’ Ik vind het heel moeilijk om God soms te zien. Maar ik weet wél dat Hij er is, iedere dag weer. Door alle kleinste dingen. Door de mensen die Hij op mijn pad laat komen, door de rust zoals ik die in deze ochtend mocht ervaren. En daardoor weet ik dat ik vast wil blijven houden aan Hem. Hoe moeilijk of duister het ook is, als ik mijn hand blijf uitreiken naar Hem, dan zal Hij mijn hand altijd vasthouden!

Deze blog bevat als onderwerp ‘de dood’ op diverse manieren. Denk goed na of je dit wilt en kunt lezen in jouw situatie.

Op verschillende manieren hang ik in de stoel op de SEH. Ruim vier uur zijn verstreken en nog weten we niet hoe het afloopt. Ik sta op, loop een rondje en merk dat alles in mijn lijf trilt. Ik voel me meegezogen in de wereld waar mensen moeten vechten voor hun leven. Stilletjes aan bekruipt mij een gevoel, wat ik heel veel gevoeld heb door de jaren heen. Maar hier, in alle stilte midden in de nacht op de SEH, is datzelfde gevoel intens.

Wanneer de klok 05:00u slaat, is ze buiten levensgevaar en mogen we van de SEH af.

Na een boel geregel en heen en weer gerijd, beland ik om 07:00u bij mij thuis op de bank. De nacht is voorbij en een stortvloed aan tranen overvallen me. Ik heb gehuild, gebeden en geprobeerd te slapen. Maar wetende dat ik dat niet voor elkaar zou krijgen, stapte ik op de afgesproken tijd op de fiets om naar een vriendinnetje in Utrecht te gaan.

Als ik het station bereik, krijg ik een telefoontje dat mijn opa is overleden. Diezelfde avond. En op dat moment, is het enige wat ik kan doen, op de stoep gaan zitten en huilen. Ik voel me machteloos, sprakeloos en tegelijk zou ik zo hard willen schreeuwen. Niet mijn opa. En opnieuw bekruipt mij datzelfde gevoel als die nacht. Datzelfde gevoel als wat ik iedere keer voel, wanneer er iemand overlijd of moet vechten om te blijven leven.

Dat gevoel wat ik steeds beschrijf, is een gevoel over de dood. Niet wetende wat er is. Misschien is het een gevoel van rust, alsof je slaapt wanneer je een goede nacht hebt. Maar tegelijk voelt de dood ongrijpbaar en leeg. Je kunt niemand ooit nog navragen hoe het is. Maar wetende dat ik in God geloof, en Hij ontzettend veel moois beloofd heeft, blijft het als een groot vraagteken rondcirkelen in mijn hoofd.

En met dat ik de dagen langzaam voorbij laat gaan, sla ik mijn Bijbel open. Hij valt open op Daniël 7. Een Bijbelboek waarin God Daniël laat zien in de toekomst. Heftige dingen die er gebeuren totdat God zelf verschijnt. Het laat me nadenken. En vervolgens blader ik verder door de Bijbel op zoek naar dat wat God ons heeft beloofd. Ik kom bij Openbaringen waar in Openbaringen 21 geschreven wordt over de stad met gouden straten. ‘Op 21: 18 En het bouwmateriaal van de muur was jaspis en de stad was zuiver goud, gelijk aan zuiver glas’. Het is de moeite waard om heel Openbaringen te lezen, om te weten wat God ons geeft wanneer we bij Hem zijn. Zoveel schoonheid gaat er schuil in de hemel.

Hoe onbegrijpelijk ik dit alles ook vind, het geeft me een gerust gevoel om te weten dat wanneer je dood bent, er zoveel moois op je te wachten is. Het neemt niet weg dat ik soms mijn cirkel vol vragen heb, of angst over de dood zal hebben. Maar ik mag houvast hebben in Hem en vertrouwen op dit alles. En dat is waar ik heel dankbaar voor ben.

Als ik in Apeldoorn de trein uit stap, pak ik een OV-fiets en vertrek al fietsend naar de afspraak die ik die dag heb. Spannend en wel heb ik een intake voor mijn behandeling bij Scelta. Hoewel mijn lijf vol spanning is, ik roekeloos door het verkeer ga en bij een stoplicht stil sta, werp ik mijn blik ineens op een straatnaambordje. ‘Wapenrustlaan’ staat daar op. Het stoplicht springt op groen en ik rijd verder.

Hoewel mijn lijf vol spanning is, kan ik maar een ding denken. Als kind leerde ik altijd dat je de wapenrusting van God mocht aantrekken. Een heel liedje zongen we er regelmatig van en net zoals zoveel, begreep ik er niet zoveel van, want het was iets wat niet zichtbaar was, maar wat je wel kon doen. Maar op dat moment besloot ik tot God te bidden. Om samen met Hem mijn wapenrusting aan te doen. Hoe spannend en moeilijk het gesprek ook zou worden, Hij zou erbij zijn.

Ik werd aangenomen bij Scelta, stopte voor een onbepaalde tijd omdat ik helemaal overliep en kwam opnieuw thuis te zitten. Dat moment van die wapenrusting was ik vergeten. Tot het moment dat ik verkleumd op de verwarming thuis lag. In tranen, de wereld om me heen anders leek, dan ik ‘m ´s morgens had aangetroffen en mijn hoofd weer zo duister was dat ik er liever niet meer wilde zijn.

Mijn telefoon ging. De bureauwacht belde en al een aantal keer had ik met deze vrouw gebeld. Ik moet zeggen dat ik het moeilijk vind om mensen via de telefoon toe te laten. Vaak krijg je te horen ‘zit de tijd maar uit’, ‘je hebt hier al langer last van, dus wat deed je toen, dan doe je dat nu toch ook’. Maar zij deed het anders. Ze luisterde, vroeg door en liet mijn geratel over de heftigheid in mijn hoofd er zijn.

Toen vroeg ze me – wetende dat ik in God geloof en zij ook – wat Jezus voor mij nu in alles betekende. Een stortvloed aan tranen kwamen naar buiten. Precies net voor zij belde had ik een kaartje gehad van een lieve vriendin gehad die in Engeland woont, die samen met vrouwen regelmatig bidt voor me. Ik krijg heel veel berichtjes van mensen die ik helemaal niet ken, Jezus laat zich zien op momenten waarvan ik het niet verwacht. Steeds weer – en elke keer vol verbazing, snap ik er helemaal niks meer van. We praten erover, delen erover. En waar ik het normaal echt zo vervelend vind om over het geloof te praten in zulke telefoongesprekken, vond ik het nu heel fijn. Alsof God echt even weer dichtbij was.

Zij gaf aan, dat ze moest ophangen en gaf me, Galaten 6 mee, met de woorden dat ik wat vaker de wapenrusting van God aan mag trekken. Zonder dat ik de bovengenoemde situatie had verteld over het straatnaam bordje. Even kreeg ik kippenvel over mijn lijf. Want zodra je die aan hebt, sta je samen met God nóg sterker, dan je al stond. Ik geloof dat jij het net zo moeilijk kan vinden als ik. Maar ik weet wel, dat God het ons door de mooiste en kleinste dingen keer op keer laat weten, dat we dit mogen doen.

Voor je deze blog leest, wil ik je laten weten dat er pittige stukjes in kunnen staan. Bedenk zelf goed of je dat nu aan kunt.

Wat ben jij toch ongelooflijk irritant. Je moet kapot. Eindeloos ver weggestopt achter een stapel dekens en nooit meer er achter wegkomen. Hoe durf jij je te laten zien? Wie denk je wel niet dat je bent?  Daar is ‘ie. Een van mijn vele donkere gedachten uit mijn binnenwereld. Pikzwart, ongezellig en soms zo hels. Tot ik iets besefte, niet makkelijk, maar ook niet onmogelijk.

Precies kan ik me niet meer herinneren hoe ik op het idee van deze blog kwam. Maar, zou ik net zo lelijk doen tegen mezelf als Jezus naast me zou staan? Zou ik net zoveel harde woorden naar mezelf roepen als Hij in mijn gezelschap is? Het eerste wat er in me gebeurde was dat het angst opriep. Want het was zó makkelijk om alle woorden tegen mezelf te roepen. Mezelf soms dood te willen maken. Mezelf kleiner te maken dan ik eigenlijk ben. Alle pijn die ik ervoer, alle traumashit die ik keer op keer herbeleefde ruimte te geven. En ik had niet eens het besef dat Jezus gewoon naast me stond.

Ik voelde me alleen in mijn strijd. Elke ruimte die ik binnenstapte, voelde ik me leeg, alleen en klein. Alsof er een deken over me heen viel van ‘zie je wel, jij klein monster, je bent helemaal niets waard en je mag kapot – nee moet kapot.’ Heftig als ik de woorden zo op schrijf. Maar helaas is dit de realiteit. Als mijn hoofd zo ontzettend duister en vol monsters is, kan ik Jezus het verste bij mij vandaan zien. En dat vind ik moeilijk. Want ik weet dat Hij er is en voor mij wil strijden. Immers heeft Hij die strijd al gestreden.

Toen ik zoveel chaos in mijn hoofd kreeg en ook nog eens schimmen ging zien, raakte alles in me helemaal uit balans. Mijn binnenwereld stond op z’n kop en ik kon er letterlijk niet meer tegen vechten. Ik raakte mezelf kwijt, kon alleen maar huilen en verloor keer op keer de strijd. Ik miste Jezus hierin. Tot een van mijn vriendinnen vertelde dat ik alleen maar in alles hoefde te vragen of Hij voor mij wilde gaan staan. Hij is er en wil de strijd met mij mee strijden. Waar ik ook ben. Thuis, op straat, in een winkel. Hoe duister en heftig mijn binnenwereld ook is. Ik strijd niet alleen maar samen.

Ik vind het ontzettend moeilijk om dit steeds weer te doen, te beseffen dat ik er om mag vragen. Maar zo nu en dan gooit die vriendin er in ‘heb je Jezus er al tussen gevraagd?’ En het enige wat ik dan kan denken is ‘verrek, gelijk ook nog’.

Het is een strijd met vallen en opstaan. Een strijd die je niet alleen hoeft te doen, maar Jezus helpt erbij. Hij zal zoveel mogelijk helpen. Zo vertelde iemand mij een veel te mooi beeld, die ik graag met je deel. Jezus liep de weg met grote voetstappen. En ik – jij – wij hoefden alleen maar onze voeten in Zijn voeten te zetten. Soms met een wat grotere sprong om erbij te komen.

Mijn binnenwereld haalt me nog iedere dag onderuit. Nog iedere dag is er een strijd gaande en nog elk moment moet ik zoeken naar hoe ik Jezus erbij betrek. Maar het besef is er. Ik heb geen idee of je de blog las, terwijl je helemaal niet christelijk bent. Ik zou er nog zoveel woorden over willen schrijven. Maar het enige is – durf toe te laten, te vertrouwen en te vragen. Hij zal helpen.

Warm lig in bed. Ik draai nog een keer om en besluit dan uit bed te stappen. Strompelend loop ik naar de woonkamer waar ik Vos vrijlaat en een fijn kop koffie voor mezelf zet. Als ik tussendoor een blik in de spiegel werp, zie ik allemaal rode vlekken in mijn gezicht. Lijkend op brandvlekken. Ik schrik, schiet in actie en laat voor dat moment alles voor wat het is.

Op dag twee zijn de brandvlekken nog niet verdwenen en alleen maar heftiger geworden. Ik app hierover met een vriendin en maak als grap dat het boek van Max Lucado hier heel mooi bij aan zou kunnen sluiten. Met dat in mijn hoofd zoek ik op internet het boek, lees ik de woorden zorgvuldig en rollen er tranen over mijn wangen. Als kind las ik dit boek zo ongeveer wekelijks. En iedere keer deed het me niets. Terwijl ik nu dat boek las, letter voor letter, vielen er stilletjes tranen over mijn wangen.

Korte uitleg voor als je het boek niet kent:
In het boek delen Nerflanders stippen en sterren aan elkaar uit. Stippen aan hen die niet goed zijn, niks kunnen en niets waard zijn. Sterren aan hen die alles waard zijn, geweldig zijn en de mooiste kunstjes kunnen. Er is een Nerflander Wout die letterlijk helemaal volgeplakt wordt. Zelfs zonder reden. ( De Nerflanders zijn allemaal gemaakt door Eli een houtbewerker.)

Ik wil je meenemen naar een klein stukje uit het boek, waarom het mij raakte:
Eli: “Het gaat erom wat ik van jou vindt. En ik vind jou heel bijzonder.” Wout moest lachen. “Ik bijzonder? Waarom? Ik kan niet hardlopen. Ik kan niet hoogspringen. Mijn verf is afgebladderd. Waarom vindt u mij bijzonder?” Eli keek hem aan. Legde zijn handen op de kleine houten schoudertjes en zei met nadruk: “Omdat je bij mij hoort. Daarom vind ik jou zo bijzonder. Ik houd van jou. “Wout had nog nooit meegemaakt dat iemand zo naar hem keek. En dit was niet zomaar iemand, nee, dit was zijn maker.

Het raakte, omdat hoe je ook bent, wat je ook kunt en waar je ook staat in je leven, het okay is. Iets wat ik zelf nu heel moeilijk vind. Ik sta zo diep, leeg en totaal niet daar waar ik sta. Maar voor God is dat zo ontzettend geen probleem.

Ik twijfelde
De afgelopen tijd heb ik geroepen naar God. Ik heb zoveel tranen gelaten. Ik twijfelde over alles. Over het leven, over wie ik ben. Over mijn kunnen. Ik liep rond in de wereld en elke stap die ik maakte, was naar mijn idee een stap in de verkeerde richting. Ik wist niet hoe ik moest leven, hoe ik moest zijn en voelde me letterlijk Wout uit het boek. Ik kreeg dan niet letterlijk die stippen op mijn gezicht voor iets wat ik verkeerd deed – wat ik dan dacht.

Daarnaast was ik misschien ook wel ontzettend bang voor alle confrontratie met God. Bang voor als ik Zijn hand zou pakken. Bang voor welke weg ik in zou slaan, waarvan ik die weg helemaal niet in durfde te slaan. Ik twijfelde letterlijk aan alles.

Maar toen ik wakker werd met die stippen op mijn gezicht en later pas besefte dat hier ook een betekenis achter kan zitten, besef ik dat ik alleen maar keer op keer weer naar God hoef te gaan. Ik mag aangeven dat ik het soms niet weet. Ik mag aangeven dat ik de wegen soms helemaal niet zie en dat ik het leven ontzettend moeilijk vind. Ik hoef alleen maar keer op keer bij Hem te komen. En in dat alles ben ik goed genoeg, ik hoef daarvoor niet de beste kunstjes te kunnen. Niet de mooiste wedstrijden te winnen, ik hoef niet de langste uithoudingsvermogens te hebben.

Ik mag in alles gewoon heel even laten voor wat het is, want God is er, en Hij zal meegaan in de weg die ik ga. Ik hoef alleen maar te komen. Met alle twijfels die ik heb. Met de dingen die ik graag zou willen kunnen, maar niet kan. Met datgene wat ik kan, en nog beter in wil worden. Maar we hoeven er geen stickers op te plakken. Want God geeft er geen oordeel aan. En zo hoeven wij er ook geen oordeel aan te geven.

Een storm aan kinderen loopt de school leeg. Stuk voor stuk zochten we onze ouders. De een vond haar vader, de ander haar moeder. En hoe vaak ik de hoop ook had, bij mij was daar geen vader die me in veiligheid van school kwam halen. Vaak wandelde ik dan samen of soms alleen van school naar huis.

Regelmatig vond ik het ontzettend moeilijk om bovengenoemde situatie en zoveel andere, keer op keer te beleven. Ondanks dat ik niet alleen een aardse vader heb, heb ik ook een Vader in de Hemel. De vader die ik als vader voor op aarde zou moeten zien, was alles behalve mijn vader. Ik deed geen leuke dingen met hem. Ik was alleen maar bang voor hem. En er kwam zelfs een dag dat ik het voor elkaar kreeg, dat er via de rechter besloten werd, dat ik hem nooit hoefde te zien.  

Maar ondanks dat, geloofde ik wel in God. Ik groeide op, leerde God kennen als een warme Vader. Een Papa die er wél was, maar dan anders dan jouw vader die je gewoon aan kunt raken. Ik geef toe, dat het soms ontzettend vele kortsluiting in mijn hoofd opleverde. Dan maakte het me boos, dat ik niet beide vaders kon hebben.

Iedere zondag ging ik trouw naar de kerk. Ik voelde, ervaarde dan oprecht dat er meer was tussen hemel en aarde en bouwde daar dan mijn rotsvaste vertrouwen op. God – mijn Papa bestond. En ik kon alsnog een band met hem opbouwen.

Niet altijd vond ik het bouwen aan een relatie met God makkelijk. Ik kon Hem niet zien, het weten dat Hij er was, voelde soms veel te ver weg, maar altijd hield ik vast. Toch kwam er ook een moment dat ik niet meer vertrouwde dat God er was. Ik was zó ontzettend boos op alles wat ooit aangedaan was en dat reageerde ik af op God. Soms schreeuwde ik dan langs de snelweg alle rottige woorden die ik ook maar voor dat moment kon verzinnen. En hoe lelijk ik ook was, Hij liet niet los. Nooit.

Iedere dag dat ik mijn pijn meer bij Hem neerleg, hoe moeilijk ik dat ook vind, besef ik me dat ik de mooiste en beste Papa heb, die ik me kan wensen. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik een bende van mensen om me heen heb, waardoor ik samen sterk mag staan. Hij zorgt ervoor dat, hoe duister het is en ik het niet meer zie, ik af en toe een lichtpuntje krijg van anderen om me heen.

Het is en blijft niet makkelijk. Want Hij heeft Zijn hand uitgestoken en ik mag keer op keer mijn hand opnieuw terug uitreiken naar Hem. Zolang we dat samen doen, kan ik de strijd en de heftige storm doorstaan.

De storm aan kinderen die een school uitlopen, blijf ik vaak nog moeilijk vinden. Ik denk dat dat iets is wat nooit zal slijten. Maar ik kan ‘m wel omdraaien naar het weten dat ik een Papa in de Hemel heb, die er voor mij is en op Zijn manier klaar kan staan.

[ Ik zal nog een tweede versie schrijven over deze blog. Doordat ik nu opgenomen ben op een crisisafdeling, is mijn hoofd zo leeg en chaotisch dat ik blij ben dat de dag soms al voorbij is. ]