Category

Levensverhaal

Category

We deden een oproepje aan jou, als lezer, om een gastblog te schrijven en in te sturen. Chantal schreef al eerder een gastblog voor ons en wil vandaag opnieuw haar verhaal delen.

Sommige dagen vallen zwaarder dan andere dagen, iedereen zal dit kunnen beamen. In sommige periodes komen je struggles vaker naar boven, zijn ze heftiger. Ik heb dit zelf altijd in de winter, dan komt mijn winterdepressie weer om de hoek kijken. Alleen mijn winter begint helaas al vroeg. Mijn vader is in oktober 2016 plotseling overleden waardoor het eigenlijk vanaf oktober al heel zwaar voor me wordt.

Elk jaar weer lijkt het gemis van papa erger te worden en dit is niet alleen bij mij, maar ook bij mijn zusje. Dit jaar ook weer: ‘s ochtends voelde ik al dat het een zware dag zou worden. Ook voor mijn zusje was dit het geval. ‘s Ochtends om half 8 hingen wij al met elkaar aan de telefoon om even ons hart te luchten en even te horen dat we er niet alleen voor staan. Dat we elkaar hebben en dat we er samen wel doorheen zouden komen.

De rest van die dag ging eigenlijk best goed, tot mijn verbazing. Toch merk ik wel dat ik het rouwen om zijn dood vier jaar heb uitgesteld en dat dat wellicht een reden is dat het gemis elk jaar erger wordt. Wel merk ik al resultaten van de rouwverwerking -welke ik heb opgestart met mijn behandelaren. Want ondanks dat het gemis er niet minder om wordt, kan ik wel al beter over papa praten en merk ik wel dat ik iets meer vrede begin te krijgen met het feit dat hij er niet meer is.

Ik heb mezelf voorgenomen om weer te stoppen met blowen, omdat ik weet dat papa daar echt een hekel aan had. Dat wat ik in huis heb, rook ik nog op. Zeker vandaag zal ik dit wel kunnen gebruiken om een beetje normaal in slaap te kunnen komen, zeg ik tegen mezelf om een soort excuus te hebben waarom ik niet meteen stop.

Toch wil ik er wel echt mee stoppen en kies ik ervoor dit al tegen de mensen om me heen te zeggen, zodat zij mij hier ook in kunnen steunen. Mijn vriend, mijn beste vriendin, maar ook mijn behandelaren heb ik verteld dat ik er weer mee wil stoppen. Ja je leest het goed: “weer”. Twee dagen nadat mijn vader overleed, ben ik namelijk ook gestopt met blowen en ik was er 2,5 jaar vanaf. Dit heb ik nu weer gedaan en ik zal het nu langer volhouden, ik ben het zo zat om elke ochtend zo verrot wakker te worden puur omdat ik die zooi rook.

Ik ben nu een week verder en moet zeggen dat het me best wel zwaar valt, maar toch voelt het wel heel goed dat ik het alweer een week volhoud nu. Alleen mijn slaapritme is een beetje naar de knoppen nu: ik val laat in slaap en doorslapen zit er momenteel ook niet echt in. Dit heb ik ook bij mijn behandelaren aangegeven en we hebben afgesproken dat we naar een oplossing gaan kijken als dit over een maand nog steeds het geval is. Anders ga ik er aan onderdoor, want een slaaptekort is niet bepaald goed voor je humeur of depressie.

Ook wil ik graag stoppen met normaal roken, maar dit wil ik pas gaan doen als ik geen last meer heb van m’n ontwenningsverschijnselen van het blowen. Ik moet niet alles in één keer willen doen, dan leg ik de lat namelijk te hoog en is de kans groot dat ik één van de twee dingen toch niet volhoud. En een teleurstelling om iets wat juist een goede stap moet zijn, is het laatste wat ik wil.

Weer een stap in de goede richting, ook al ben ik er nog lang niet. Je kunt niet alles in één keer veranderen en ik ben trots op de stappen die ik nu zet. Ik hoop dat mijn papa van boven meekijkt en ook ziet dat ik echt wel mijn best doe, ook al gaat het niet altijd zoals ik zou willen, of zoals het zou moeten. Ik maak ook zeker nog wel fouten en heb af en toe een terugval in bepaalde dingen. Ik doe het meeste wel op eigen kracht en ik hoop gewoon dat hij daar, net als ik, onwijs trots op is.

Na aanleiding van mijn eerdere blog “Vind je het hebben van kinderen leuk?” schrijf ik nu een vervolg. Deze blog gaat over de reacties die ik kreeg, wat die reacties met mij deden en hoe het nu gaat.

Ik wilde mijn vorige blog eerst anoniem online zetten, omdat het toch wel erg persoonlijk is. Er rust een behoorlijk taboe op dit thema en ik vond het een behoorlijk grote stap om dit vanuit mijn eigen naam te doen. Iemand van ons MJZENV-team vroeg me of ik het ook aandurfde om ‘m onder mijn eigen naam te publiceren en na lang twijfelen heb ik dit gedaan.

De ochtend dat de blog online zou komen, had ik echt kriebels in mijn buik. Hoe zullen de lezers erop reageren? Zullen meer ouders zich hierin herkennen? Is het niet te persoonlijk? Zullen de lezers het überhaupt wel wat vinden?

Maar niets was minder waar: ik werd overdonderd met appjes en reacties op Facebook. Reacties met begrip en herkenning, met steun en support. Ik kreeg terug dat ik zo open en mooi had geschreven. En dat had ik allemaal niet verwacht.

Nu zijn jullie vast benieuwd hoe het nu gaat. We zijn inmiddels een paar weken verder en ik zou het liefste willen vertellen dat het beter gaat. Echter, met de feestdagen voor de deur en de coronamaatregelen die nog steeds gelden wordt het er niet makkelijker op. Eerder moeilijker zelfs.

Zwemles die ineens niet meer doorging en dagbesteding die ineens een dag minder werd… het hakte er allemaal in bij de kinderen. Zeker de oudste had het daar erg moeilijk mee, waardoor hij erg dwars werd. Hij kan niet goed tegen verandering, wat het voor mij alleen maar zwaarder maakte. Gelukkig is mijn schoonmoeder hier in huis om mij daarin te steunen, want alleen kan ik het gewoon nog niet.

Ook kwam er nog eens bij dat mijn man na maanden thuis weer ging werken. Dat was voor iedereen omschakelen, ook voor mij omdat hij er altijd was en nu ineens de hele week weg is. Maar de allerkleinste had daar het meeste moeite mee: elke ochtend zocht hij in huis naar papa. Als we zeiden dat papa aan het werk was, leek hij het niet te begrijpen. Ook begon ik met wat werkzaamheden op kantoor, iets waar iedereen aan moest wennen.

Momenteel vind ik het hebben van kinderen nog steeds niet leuk, maar ik kan er wel steeds meer van genieten. Dat genieten is voor mij al een grote stap vooruit. Uiteindelijk hoop ik het weer leuk te gaan vinden, maar die weg is nog lang.


Deze week is het de Week tegen Kindermishandeling en we willen hier als team aandacht aan besteden. Uit diverse onderzoeken komt namelijk naar voren dat minimaal 3% van de kinderen in Nederland te maken heeft met kindermishandeling. Hierbij worden alleen de kinderen meegeteld bij wie hulpverleners de mishandeling hebben gesignaleerd. In veel gevallen wordt de mishandeling helemaal niet opgemerkt, dus men verwacht dat dit werkelijke aantal veel hoger ligt. (Alink e.a., 2018) Uit zelfrapportages onder leerlingen van groep 7 en groep 8 blijkt namelijk dat 27% te maken heeft gehad met één of meerdere vormen van kindermishandeling (De Augeo Taskforce, 2016 & Vink, e.a. 2016). Dat verschil is dus enorm. Juist die onzichtbare gevallen leiden vaak tot de meeste schade. In deze blog gaat het over de onzichtbaarheid van de mishandelingen en de onzichtbaarheid van de gevolgen.

Toen ik op sociale media de hashtag #weektegenkindermishandeling tegenkwam, moest ik even slikken. Ik durf inmiddels te zeggen dat ik te maken heb gehad met huiselijk geweld. Maar kindermishandeling? Nee, dat klinkt veel te heftig. En zo heftig was het niet -denk ik vaak. Toch is kindermishandeling wel de officiële benaming voor dat wat ik van jongs af aan heb meegemaakt.

Misschien ken je de uitspraak van WarChild wel: ‘je kunt een kind uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind?‘ Opgroeien in een onveilige situatie, een situatie met huiselijk geweld en of kindermishandeling vergelijk ik vaak met een privé-oorlog. Inmiddels ben ik uit die privé-oorlog, want ik woon niet meer thuis en ben op een veilige plek. Echter, die oorlog is daarmee niet uit mijn hoofd, want nog dagelijks moet ik omgaan met de sporen die het heeft achtergelaten.

De verleden tijd is voor mij de onvoltooide tijd.

Het zijn niet de klappen of koude douches die me dagelijks bezighouden. Ja, de herinneringen hieraan -en aan nog zoveel meer- komen nog regelmatig als herbelevingen en flashbacks voorbij, maar daar heb ik in verhouding niet zoveel last van. Wat veel meer impact heeft gehad, is de constante dreiging. De eerste 23 jaar van mijn leven heb ik continu in angst geleefd. Ik was altijd bang voor geweld, voor de afwijzing en voor de vernedering. Altijd bang zijn voor hoe een pet staat. Nooit weten wat je aan zult treffen als je uit school komt. Bang voor ruzies als er vriendjes of vriendinnetjes over de vloer waren. Bang voor hun afwijzing en bang voor mijn eigen schaamte. Dag in dag uit. Het heeft me mijn kind-zijn ontnomen.

Ik voelde vroeger heel goed aan dat het thuis niet oké was. Altijd buikpijn en hoofdpijn. Niet durven huilen en niet meer vertellen dat ik bang of verdrietig was. Het werd toch allemaal weggemaakt. Al heel jong leerde ik om te dissociëren van mijn gevoel en van de werkelijkheid. Het was nodig om de oorlog te kunnen overleven.

Ik heb talloze keren om hulp gevraagd. Direct en indirect. Bij juffen en meesters, bij docenten op de middelbare school, bij mijn behandelaren… maar niemand greep in. Een aantal jaar geleden zag ik dit filmpje. De orthopedagoog in het filmpje sluit haar verhaal af met de woorden, ‘de meeste cliënten zeggen dat ze het heel vaak verteld hebben, maar dat niemand ze gehoord heeft’. Het is precies wat ik zó ontzettend vaak gevoeld heb, maar niet onder woorden kon brengen.

Het voelde vroeger vaak alsof ik gek was. Alsof ik degene was die het fout deed. Langzaam leer ik dat dat niet zo was. Ik voelde het wel goed aan. Mijn lijf heeft altijd heel duidelijk aangegeven wat ik wel en niet fijn vond, maar ik kon er niet naar handelen. En daarmee heb ik geleerd om niet op mijn lijf te vertrouwen en het vooral te haten.

Ik heb een valse start gehad. Ik heb geen basis kunnen leggen om de rest van mijn leven op verder te bouwen. Ik heb niet geleerd hoe het is om lief te hebben en respectvol met jezelf, elkaar en de wereld om te gaan. Maar bovenal heb ik niet geleerd wat liefde is. En is dat niet wat kinderen nodig hebben, als plantjes water?

Maak je je zorgen om iemand of heb je zelf te maken met een onveilige thuissituatie? Blijf er niet alleen mee zitten, maar maak het bespreekbaar. Soms kan alleen het verhaal delen je al helpen en soms is een beetje advies ook heel fijn. Via 0800-2000 kun je bij Veilig Thuis terecht voor advies en hulp. Ben je getuige of slachtoffer van seksueel geweld? Bel Centrum Seksueel Geweld via 0800-0188.

Bronnen:
– Alink, L., Prevoo, M., van Berkel, S., Linting, M., Klein Velderman, M. & Pannebakker, F. (2018). NPM-2017: Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen. Leiden: Universiteit Leiden/ TNO.
– De Augeo Jongerentaskforce (2016). Ik heb al veel meegemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACEs) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Driebergen-Rijssenburg: Augeo.
– Vink, R., van der Pal, S., Eekhout, I., Pannebakker, F. Mulder, T. (2016). Ik heb al veelgemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACE) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Leiden: TNO.

We deden een oproepje aan jou, als lezer om een gastblog te kunnen schrijven. Alladinn schreef een aangrijpend verhaal waarvan je afgelopen weken deel 1, deel 2 en deel 3 hebt kunnen lezen. Vandaag volgt het vierde en laatste deel van haar verhaal.

Terwijl ik hard aan mezelf werkte in therapie om mijn ervaringen met de dood op peuterleeftijd te verwerken, onderging mijn moeder in 2018 een operatie waar ze niet goed uit kwam. Toen ze door haar huisarts werd afgewezen voor euthanasie, sneed me dat door mijn ziel. Ik wist hoe ze zich voelde en ik wilde haar zo graag die pijn besparen. De boosheid die ik had tegen de artsen die mij destijds hadden gereanimeerd, werd aangewakkerd door de huisarts van mijn moeder en richtte zich nu op hem. Woest was ik. Toen besefte ik hoe diep dit zat en hoe ingewikkeld ook. Mijn eigen ervaringen rondom leven en dood zorgden er wel voor dat ik, samen met mijn zussen er alles aan heb gedaan om de lijdensweg van mijn moeder zo kort mogelijk te maken en haar wens in vervulling te laten gaan. Natuurlijk ben ik heel verdrietig dat mijn moeder is overleden, maar iemand zo te zien lijden tijdens het leven, vind ik erger dan verdriet en gemis na de dood. En wie ben ik om te bepalen of iemand klaar is om te sterven? Ik besef dat ik wat dit betreft geen doorsnee mening heb. Net als dat ik hard ben voor mezelf: ik denk vaak dat ik alles aan kan in het leven: zelfs de dood. Ik sta eigenlijk altijd standaard in de overlevingsstand. Dat heeft me gemaakt tot wie ik nu ben en daar ben ik trots op, maar het leven is leuker dan dat.

Door alles wat ik heb meegemaakt en onverwerkt is gebleven, ben ik depressief geworden. Dezelfde vechtersmentaliteit die me zo ver had gebracht, hielp me alleen maar dieper de put in, want ik bleef eindeloos streng voor mezelf. Terwijl ik juist ‘moet’ leren lief te zijn voor mezelf, dat ik niet (meer) voor alles hoef te knokken. Dat door dingen er simpelweg te laten ‘zijn’ ik gelukkig ben. Door middel van therapie en heel veel lieve mensen om mij heen, ben ik nu op de goede weg. Dat gaat met vallen en opstaan. Dat kleine meisje dat destijds zo graag dood wilde omdat het leven ondraaglijk was, is ongelooflijk bang geweest. Er was niemand die haar kon beschermen voor de dood noch het leven. Ik weet nu dat ik lief moet zijn voor haar. Ik omarm haar steeds meer. Ze mag er simpelweg ‘zijn’.

‘Het wordt echt beter.’ ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen met jou.’ ‘Nog even doorbijten.’ ‘Jij komt er echt wel, je hebt zoveel in je mars!’ ‘Je bent zo sterk en zo’n doorzetter.’

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Hoe vaak ik dit wel niet heb gehoord, in een kaartje zag staan of in een appje heb gelezen… het leek en lijkt vaak alsof de hele wereld vertrouwen in mij heeft, behalve ikzelf.

Even terug in de tijd
Zo’n tien jaar geleden kwam ik als cliënt in de GGZ terecht. Ik had geen idee wat er aan de hand was, behalve dat ik mezelf te dik vond en niet wilde eten. Ik wist niet wat ik moest met de hulp en begeleiding die ik kreeg en had ook geen idee van wat ik zou kunnen bereiken als ik die hulp zou aanvaarden. Door de jaren heen heb ik de wereld van de GGZ leren kennen. Ik leerde wat de geschreven en ongeschreven regels zijn; ik leerde de mores in groepsbehandelingen en ik maakte kennis met eindeloze vragenlijsten.

Als ik nu terugkijk op die eerste jaren begrijp ik ontzettend goed dat ik niet wist wat me overkwam. Ik leefde in een vrij giftig milieu, maar dat was het enige wat ik kende: ik dacht dat het normaal was. Na jarenlange groepstherapieën, waarin ik verhalen van groepsgenoten hoorde, begon langzaam door te dringen dat mijn achtergrond misschien niet heel normaal was. Maar écht vertellen wat ik meemaakte? Tot in details? Nee, dat deed ik niet. Ik schaamde me. Ik was bang voor de veroordeling en de afwijzing. Ik was bang dat mensen boos zouden worden en me niet zouden geloven.

Intensieve behandelingen
De afgelopen jaren heb ik heel wat klinieken en instellingen van binnen gezien. In intensieve behandelingen leerde ik om de lat een stukje lager te leggen en om wat vaker rust te nemen. Ik leerde me uitspreken en ik stond iets vaker stil bij hoe ik me voelde. Ook kreeg ik mijn destructieve gedrag steeds meer onder controle. Gedragsmatig ging het dus best redelijk goed -en dat is ook wat de mensen om mij heen zien.

Echter, gevoelsmatig was er nog maar weinig veranderd…

En nu verder…
Momenteel ben ik weer opgenomen: een klinische traumabehandeling van drie maanden vanwege mijn PTSS-klachten. Deze kliniek is een wereld van verschil in vergelijking met andere klinieken waar ik ben geweest. En meer dan ooit sluit de zelfstandigheid, de eigen verantwoordelijkheid en regie die ik hier heb en krijg, aan bij wat ik nodig heb.
Het geeft me namelijk de ruimte om verder uit te bouwen wat ik de afgelopen jaren geleerd heb. Ik vind het sinds een paar jaar fijn om een middag voor mezelf te hebben of om een serie te kijken onder een dekentje met een kop thee. Ik mag en kan en durf te voelen waar mijn behoeftes liggen en daarnaar te handelen. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Er zijn steeds vaker momenten dat ik durf na te denken over de toekomst. Dat ik terug durf te komen op eerder genomen besluiten waarin ik vooral gehandeld heb naar de wens van anderen in plaats van naar mijn eigen wensen. Mijn leven bestaat niet meer voornamelijk uit de GGZ en, belangrijker nog, er zijn momenten waarop ik ook niet meer wil dat mijn leven om de GGZ draait. Dat niet meer willen, is doodeng. Ik heb ruim twintig jaar moeten óverleven en vond in de GGZ voor het eerst een stukje veiligheid. Maar steeds vaker kan en durf ik te voelen dat ik mezelf die veiligheid ook kan geven. Ik leer langzaam om mildheid en zelfcompassie te waarderen en daarnaar te handelen: iets wat in schril contrast staat met wat ik gewend ben. Met andere woorden, het wordt een stukje lichter in mijn hoofd. En eerlijk? Het bevalt me wel.

Al die mensen hadden gelijk:
iedere storm gaat liggen.

We deden een oproepje aan jou, als lezer om een gastblog te kunnen schrijven. Alladinn schreef een aangrijpend verhaal waarvan je afgelopen twee weken al deel 1 en deel 2 hebt kunnen lezen. Vandaag is deel 3 aan de beurt en volgende week het vierde en tevens laatste deel van haar verhaal.

Tijdens de sessies met de lichaamsgerichte therapeut kwamen we erachter dat ik als peuter van nog geen drie jaar heel duidelijk heb gevoeld hoe mijn hersenen bezig waren af te sterven. Op dat moment was ik klaar om dood te gaan en dat was ook gebeurd als de artsen mij niet hadden gereanimeerd. De vernietigende pijn die je voelt als je lichaam van binnenuit afsterft, kan ik niemand uitleggen die het niet zelf heeft meegemaakt. Maar probeer je eens voor te stellen dat het innerlijk afsterven zo onmenselijk veel pijn doet, dat je er vrede mee hebt om ‘over te steken’…en dat er dan artsen zijn die je terug naar het leven halen? Het lijdt geen twijfel dat alles in het werk wordt gesteld om een kind het leven te redden. Maar wie beslist er over leven en dood? Artsen? God? De patiënt zelf? Ik was klaar om dood te gaan en ik ben teruggehaald naar het leven. Maar ik leef al bijna 40 jaar met het verlangen naar de dood, terwijl ik nog leef. Of eigenlijk: leef ik met het kleine meisje van toen wat verlangt naar de dood. Haar draag ik voor altijd met me mee. Als je al op zo’n vroege leeftijd met leven en dood wordt geconfronteerd, krijg je geen gezonde basis mee. Zo is er diep lijdzaam verzet tegen het leven terwijl ik nu geen doodswens heb. Je bent niet meer onbevangen, zoals elk kind hoort te zijn. Alles in het leven krijgt een extra lading, die je op die leeftijd nog helemaal niet hoort te kennen. In plaats van dat ik leerde dat de wereld een fijne plek was, leerde ik dat ik vanaf het begin af aan voor alles moest vechten. Dat het leven niet vanzelfsprekend was, dat ik niet op mijn lichaam kon vertrouwen en ik leerde een soort pijn kennen die ik sommige volwassenen nu nog niet eens kan uitleggen.
Dát tekent je als mens

Waarschijnlijk verklaart iedereen me voor gek nu. De dood is taboe, over de dood wordt niet gepraat. Terwijl de dood bij het leven hoort. Wat ik ervaar is een enorme boosheid naar artsen die van mening zijn dat elk leven moet worden gered. Ik ben het daar niet mee eens. Soms is de dood humaner dan het leven. Ik lees steeds meer over mensen die in een soortgelijke situatie zitten als ik, de discussie omtrent euthanasie of de opschuiving vanaf welk aantal weken een baby levensvatbaar zou zijn: het raakt me enorm. Steeds wordt de kwaliteit van leven benadrukt, en is het standpunt ‘het mogen sterven’ onderbelicht. Terwijl ik niet geloof dat ik de enige ben met zulke ervaringen rondom de dood.

We deden een oproepje aan jou, als lezer om een gastblog te kunnen schrijven. Alladinn schreef een aangrijpend verhaal waarvan je vorige week het eerste deel kon lezen. Vandaag is deel 2 aan de beurt en de komende twee vrijdagen zullen de andere delen volgen.

Iedereen maakt verschillende levensfasen door: die jongere versies van jezelf draag je altijd met je mee. Weet je nog hoe je met vriend(innet)jes speelde op het schoolplein? Of hoe je als puber voor de eerste keer ging stappen? Of misschien herinner je de rook van de sigaar van je opa? Tot mijn elfde jaar heb ik weinig tot geen herinneringen aan mijn jeugd. Mijn jeugd was door meerdere oorzaken te traumatisch, waardoor dat stuk geheugen als het ware is afgesneden of diep weggestopt, maar…het zit er wél. Je hoofd kan herinneringen vergeten, maar je lichaam slaat alles op. Dit klinkt misschien zweverig, maar herken je het dat je in de stad loopt en ineens een geurtje ruikt wat je doet denken aan je oma? Of dat je een liedje hoort wat je doet denken aan vroeger? Dat geurtje of liedje heet een trigger en roept een herinnering en gevoelens van vroeger op. Iedereen heeft dit. Ik wist niet dat dit bestond en leerde dit pas toen ik bij mijn huidige therapeut terecht kwam. Ik was volledig vastgelopen. Eerder heb ik al intensieve, interne therapie gehad, maar ik merkte dat wat ik toen had geleerd, me nu niet verder hielp. De stroom aan gedachten stopte maar niet en ik kon niet met (heftige) gevoelens omgaan. Mensen hield ik veelal op afstand, want als je in contact met mensen bent, komen gevoelens los en daar kon ik niks mee. Gevoel overspoelde me regelmatig en soms ook zo heftig dat ik (een soort van) flauwviel.

Bij mijn therapeut bleek dat ik veel opgeslagen herinneringen niet had verwerkt. Mijn moeder heeft lijdzaam moeten zien hoe ze een kaakklem bij mij plaatsten, zodat ik de beademingsbuis niet kapot zou bijten die ik zo hard nodig had. Een peuter kan je niet uitleggen waarom dit moet, maar als volwassen vrouw snap ik nu waarom ik een hekel heb aan tandenpoetsen, of bijna in paniek raak als ik naar de tandarts moet. Als kind ben ik ook nooit onbevangen geweest. Al heel vroeg was ik met (veel te) serieuze zaken bezig, waar mijn leeftijdsgenoten geen weet van hadden. Daardoor had ik weinig aansluiting met bijvoorbeeld klasgenoten: mijn leefwereld was totaal anders dan die van hen. Dat ik van de basisschool tot aan het MBO ben gepest heeft daar ongetwijfeld mee te maken.

Toen wij voor de keuze werden gesteld een fertiliteitstraject in het ziekenhuis te starten vanwege onze onvervulde kinderwens, heb ik heel diep nagedacht of ik dit wel aan zou kunnen. Waarom zou ik het ziekenhuis vrijwillig opzoeken, daar waar ik zo veel trauma’s op heb gelopen? Zou ik mezelf kunnen injecteren met hormonen, terwijl ik als klein meisje lek ben geprikt en ze uiteindelijk een ‘kraantje’ in mijn lies hebben geplaatst, omdat ze nergens meer een ader konden aanprikken? Mijn kinderwens bleek groter dan de angst voor mijn trauma: twee jaar hebben we in de medische mallemolen gezeten. Helaas zonder resultaat, maar het was een heel bewuste keuze voor mij omdat ik wist dat het ziekenhuis confronterend zou zijn.

Dat mijn vroege ervaring met leven en dood mentaal een grote invloed heeft gehad op verschillende vlakken, mag duidelijk zijn. Ik heb verschillende therapieën gehad, maar bij therapieën waarbij je praat, blijf je op verstandelijk niveau. Daar was ik vroeger al sterk in: (logisch) beredeneren en praten. Nog steeds kan ik mijn mondje wel roeren, maar ik hield daarmee mensen ook op afstand, zodat ik niet hoefde te voelen. Ik had het idee dat gevoelens me zouden vernietigen als ik ze zou toelaten. Ik moest op emotioneel gebied aan het werk en zo kwam ik bij een lichaamsgerichte therapeut in Barendrecht terecht.

We deden een oproepje aan jou, als lezer om een gastblog te kunnen schrijven. Alladinn schreef een aangrijpend verhaal waarvan je vandaag het eerste deel kunt lezen. De komende drie vrijdagen zul je de volgende delen kunnen lezen.

Leuk om een blog voor MJZENV te schrijven. Ik houd van schrijven, maar nu dat lege witte scherm naar me staart denk ik: hmm, waar wil ik eigenlijk over schrijven? Dan maar eerst een kleine introductie.
Ik ben alweer vijftien jaar samen, waarvan negen jaar getrouwd, met de liefste man. Sinds anderhalf jaar hebben wij gezinsuitbreiding van een lief, klein teckelmeisje. Een positieve wending in ons leven, want die teckel wilde ik al heel lang, maar we hebben ook een onvervulde kinderwens. We hebben de afgelopen jaren flink wat voor onze kiezen gekregen. Daar speelt mijn verleden een grote rol in. Omdat mijn situatie zo uniek is, schrijf/blog ik heel bewust anoniem. Ik wil me vrij voelen alles te kunnen delen, zonder dat het naar mij (of mijn naasten) herleidbaar is. Reacties uit het verleden hebben mij geleerd dat mensen het soms ineens overdreven bijzonder vinden wat ik doe. Ik wil niet apart, of bijzonder zijn. Het liefst heb ik dat mensen mij zien zoals ik ben, wié ik ben. Ik ben ook gewoon maar een mens en iedereen heeft zijn/haar eigen rugzakje.

Zonder teveel in te gaan op details ben ik als peuter ernstig ziek geweest. Wat begon als een griepje bij mijn zussen en mij, sloeg bij mij door naar een levensbedreigende situatie. Ik kreeg geen lucht meer en artsen konden de oorzaak niet vinden in mijn keel. Logisch, achteraf bleek dat het probleem van het zuurstoftekort niet ín mijn luchtpijp zat, maar ernaast. Waarschijnlijk is er een ader naar mijn rechterhersenhelft tijdelijk ontstoken geweest, waardoor er te weinig/geen bloed en daarmee zuurstof naar mijn hersenen kon. Een grote hersenbeschadiging was het gevolg. We hebben het hier over midden jaren tachtig toen ze nog niet de beschikking hadden over de kennis en apparatuur van nu. Het is ook maar de vraag of de uitkomst anders was geweest als ze die wel hadden gehad.

Mijn lichaam zette alles in het werk om te blijven functioneren en het bleek een ongelijke strijd. Artsen hebben me meermaals moeten reanimeren omdat ik een hartstilstand kreeg. Mijn zus heeft me ooit verteld dat ze me eens twintig minuten lang hebben gereanimeerd. Als je een kind dreigt te verliezen doe je er, zeker als arts, alles aan om het te redden. Zoals de eed van Hippocrates ook zegt: men zal geen kwaad doen. Het feit dat ik dit nu schrijf, mag duidelijk maken dat ik het heb overleefd en daar ben ik dankbaar voor. Dankzij vele therapieën ben ik lichamelijk gezien bijzonder goed hersteld. Ik heb een hekel aan de term, maar dat ik nog leef en (bijna) functioneer als ieder ander is een (medisch) wonder. Maar de reddingsactie van de artsen is niet zonder gevolgen geweest. Volgende week vertel ik meer hierover.

De pop die ik vasthoud op de foto moest altijd mee als ik weer werd opgenomen in het ziekenhuis. Ze is voor mij dé belichaming van mij als klein meisje.

Doe ik er wel toe? Doe ik wel genoeg voor anderen? Kom ik wel genoeg uit m’n comfort zone?

Dus ik schraap m’n liefde van de vloer nu”

Linde Schone – liefde van de vloer

Deze vragen spelen op een avond als deze vaak door m’n hoofd. Ik ben 31 jaar oud op het moment dat ik deze blog aan het schrijven ben, ik ben 13 jaar internationaal chauffeur, ik ga overal naartoe en het maakt me niet uit of het weekenden zijn of doordeweeks. Maar het maakt je ook eenzaam, ik heb niemand, ja m’n ouders, maar verder niemand. Ik probeer het wel hoor, en dat gaat dan een tijdje goed, maar iets hoeft er te gebeuren en ik sta weer alleen.. 

Lonely Heart, why you so upset? Don’t you smile when you remember some beautiful days?”

Lonely heart – Polyana Felbel

Ik zou ook wel ‘s een keer geknuffeld of aangeraakt willen worden, maar het zijn er maar weinig die het mogen: anders blokkeer ik of ga ik in de verdediging.
Dat is wat bij mij hoort, bij het leven van een autist met ADHD, maar autisten zijn niet gek of raar, ze zijn anders bedraad en met de juiste discipline komen ze heel ver in het leven. Zoals ik: ik heb een goeie baan, een mooi huis en eigenlijk toch wel wat vrienden, ook al verloopt contact soms moeizaam, ze blijven toch naast me staan. 

Maar ga nu niet meer wachten, kan dat niet langer, ik heb wel meer te doen”

Totdat iemand mij pas geleden erop wees om mijn horoscoop te lezen. Ik ben totaal niet van dat soort dingen, maar deed het toch en de uitkomst was eigenlijk wat ik al die jaren al ben. Ik ben een schorpioen, die zijn mysterieus, als ze iets zeggen menen ze dat ook, ook al kan je niet altijd zeggen wat je denkt natuurlijk, vertrouwen staat hoog in het vaandel, eigenzinnig en ambitieus. Al die dingen die ik ben, die mij maken tot wie ik ben en door mijn autisme worden dingen soms extra versterkt.
Het is soms ook wel een warboel in mijn hoofd hoor, dan trek ik mij terug en sluit me af. Soms is dat nodig. Tegelijkertijd zou het ook fijn zijn als er iemand zegt, ‘joh Jasper, kop op, ik ben er voor je, wat is er?’ Gelukkig heb ik wel een aantal van die mensen om me heen, maar ze zijn zeldzaam, helaas.
Maar ondanks dat ik wel in een ruimte sta met mensen, op een terras of in de kroeg, dan nog kan je je eenzaam voelen, ik wel tenminste. Ik werk eraan, maar ik denk dat dat gevoel nooit helemaal weggaat, misschien is dit voor meer mensen herkenbaar?

Zo zien jullie maar, iedereen is verschillend en je ziet heel veel dingen niet aan de buitenkant. Je schermt de buitenwereld vaak af omdat dat wat er in je eigen hoofd gebeurt, positiever of negatiever is. Iedereen is tenslotte anders, omarm ze daarom en haat ze niet. Spread the love!

We zijn tenslotte allemaal als treinen zonder station en blijven zoeken tot we er één vinden.” 

Jasper Scholten – Spoor bijster

Mijn hele puberteit bestond uit vervelende gevoelens. In mijn hoofd paste ik nergens bij en toen mijn beste vriendin verhuisde naar Zweden leek ik nergens nog zo goed aansluiting te vinden, nergens, behalve in muziek. Muziek werd een vervanging voor de leegte die ik altijd bleef voelen qua vriendschap en zo ook dit nummer. Als ik vrij was verbleef ik grotendeels alleen op mijn kamer met muziek in mijn oren en ergens in 2007 kwam dit nummer voorbij; het gaf mij troost en hoop dat ik er ondanks mijn sombere gevoelens toch echt niet alleen voor stond.

Als je weer een wedstrijd hebt verloren
en je voelt je niet zo fijn
weet dan dat je extra goed moet zaaien
wil de oogst wat beter zijn
maar je vind de hulp zo overbodig
want je weet het zelf zo goed
toch heb je je naaste mensen nodig
die vertellen hoe het moet

Ook al kreeg ik heus fijne complimenten van mijn familie en waren er meestal wel leerlingen op school die mij aardig leken te vinden, voor mijn gevoel verloor ik altijd alles waar ik aan begon. Om hulp vragen zat er voor mij niet bij want ik voelde me te min om hulp te krijgen. Die andere mensen hadden naar mijn weten wel wat beters te doen dan zich druk maken om waar ik mee zat. Wat ik te vertellen had was niet belangrijk genoeg.
Het was dan ook heel fijn om in deze mannen te horen zingen dat je best andere mensen nodig mag hebben om even te vertellen hoe het leven nou eigenlijk moet.

”Want het een kan niet zonder het ander
Dus pak maar m’n hand
stel niet teveel vragen
je kunt niet als enige de wereld dragen
pak nou maar m’n hand
laat mij de weg wijzen
er is geen probleem als je keer op keer jezelf wilt bewijzen
maar je kunt het niet alleen”

Ondanks mijn buitengewoon goede talent om mezelf overal buiten te sluiten deed ik wel altijd en overal (veel te veel) mijn best om leuk gevonden te worden. Een gevolg daarvan was dat anderen heel goed door kregen hoe zij misbruik van mijn goedheid konden maken, iets wat zorgde voor situaties die nu in mijn herinneringen gebrand staan als trauma’s. Praten over dat wat ik meemaakte deed ik niet, nooit. Maar muziek heeft mij altijd geholpen om overeind te blijven en enigszins door te gaan.

”ik reik je m’n hand dus grijp deze kans
want ik bied graag m’n hulp aan jou
aan jou
ik hoop dat jij m’n handen vertrouw
t

Pak maar m’n hand
stel niet teveel vragen
je kunt niet als enige de wereld dragen
pak nou maar m’n hand
laat mij de weg wijzen
er is geen probleem als je keer op keer jezelf wilt bewijzen
maar je kunt het niet alleen”

Heel lang voelde ik mij alleen op de wereld, heel lang had ik het gevoel dat ik nergens terecht kon en dat mijn verhaal er niet toe deed. In 2010 ging ik uit met wat meiden van school en daar stond Bas. Een leuke vent die mij aan keek en ik snapte werkelijk niet waarom. Stond m’n blouse open? Was m’n make-up uitgelopen? Zat m’n haar gek door het fietsen naar Saasveld? Wat was er toch? Waarom keek hij zo? Neen, hij keek zo omdat hij interesse had in mij terwijl ik daar helemaal niets voor hoefde te doen. Ik weet nog hoe bijzonder ik het vond dat ik aandacht kreeg van een degelijke vent (hallo, eindelijk geen aso!) en zou nooit vergeten hoe speciaal het voelde toen hij me aankeek en mijn handen pakte. Was dit waar Nick en Simon over zongen?
In de week daarop had ik mijn hele levensverhaal voor het eerst vertelt, gooide ik alle traumatische ervaringen op tafel én kreeg ik te horen dat ik altijd bij hem terecht zou kunnen met alles wat ik meegemaakt had en zou meemaken.

Ik had nooit verwacht dat een liedje zó van toepassing zou kunnen zijn op de rest van mijn leven en toen ik dit nummer voor het eerst hoorde had ik nooit durven hopen dat ik er ooit over zou schrijven zoals ik dat doe.
Nu ik dit schrijf ben ik nog blijer met mijn muziek tattoo dan ik al was, mijn liefde voor muziek zou nóóit stoppen.
Ik doe er toe, ik mag mijn verhaal delen, ik mag die ene hand pakken en ik hoef het niet alleen te doen!