Category

Gastblog

Category

We deden een oproepje aan jou, als lezer, om een gastblog te schrijven en in te sturen. Chantal schreef al eerder een gastblog voor ons en wil vandaag opnieuw haar verhaal delen.

Sommige dagen vallen zwaarder dan andere dagen, iedereen zal dit kunnen beamen. In sommige periodes komen je struggles vaker naar boven, zijn ze heftiger. Ik heb dit zelf altijd in de winter, dan komt mijn winterdepressie weer om de hoek kijken. Alleen mijn winter begint helaas al vroeg. Mijn vader is in oktober 2016 plotseling overleden waardoor het eigenlijk vanaf oktober al heel zwaar voor me wordt.

Elk jaar weer lijkt het gemis van papa erger te worden en dit is niet alleen bij mij, maar ook bij mijn zusje. Dit jaar ook weer: ‘s ochtends voelde ik al dat het een zware dag zou worden. Ook voor mijn zusje was dit het geval. ‘s Ochtends om half 8 hingen wij al met elkaar aan de telefoon om even ons hart te luchten en even te horen dat we er niet alleen voor staan. Dat we elkaar hebben en dat we er samen wel doorheen zouden komen.

De rest van die dag ging eigenlijk best goed, tot mijn verbazing. Toch merk ik wel dat ik het rouwen om zijn dood vier jaar heb uitgesteld en dat dat wellicht een reden is dat het gemis elk jaar erger wordt. Wel merk ik al resultaten van de rouwverwerking -welke ik heb opgestart met mijn behandelaren. Want ondanks dat het gemis er niet minder om wordt, kan ik wel al beter over papa praten en merk ik wel dat ik iets meer vrede begin te krijgen met het feit dat hij er niet meer is.

Ik heb mezelf voorgenomen om weer te stoppen met blowen, omdat ik weet dat papa daar echt een hekel aan had. Dat wat ik in huis heb, rook ik nog op. Zeker vandaag zal ik dit wel kunnen gebruiken om een beetje normaal in slaap te kunnen komen, zeg ik tegen mezelf om een soort excuus te hebben waarom ik niet meteen stop.

Toch wil ik er wel echt mee stoppen en kies ik ervoor dit al tegen de mensen om me heen te zeggen, zodat zij mij hier ook in kunnen steunen. Mijn vriend, mijn beste vriendin, maar ook mijn behandelaren heb ik verteld dat ik er weer mee wil stoppen. Ja je leest het goed: “weer”. Twee dagen nadat mijn vader overleed, ben ik namelijk ook gestopt met blowen en ik was er 2,5 jaar vanaf. Dit heb ik nu weer gedaan en ik zal het nu langer volhouden, ik ben het zo zat om elke ochtend zo verrot wakker te worden puur omdat ik die zooi rook.

Ik ben nu een week verder en moet zeggen dat het me best wel zwaar valt, maar toch voelt het wel heel goed dat ik het alweer een week volhoud nu. Alleen mijn slaapritme is een beetje naar de knoppen nu: ik val laat in slaap en doorslapen zit er momenteel ook niet echt in. Dit heb ik ook bij mijn behandelaren aangegeven en we hebben afgesproken dat we naar een oplossing gaan kijken als dit over een maand nog steeds het geval is. Anders ga ik er aan onderdoor, want een slaaptekort is niet bepaald goed voor je humeur of depressie.

Ook wil ik graag stoppen met normaal roken, maar dit wil ik pas gaan doen als ik geen last meer heb van m’n ontwenningsverschijnselen van het blowen. Ik moet niet alles in één keer willen doen, dan leg ik de lat namelijk te hoog en is de kans groot dat ik één van de twee dingen toch niet volhoud. En een teleurstelling om iets wat juist een goede stap moet zijn, is het laatste wat ik wil.

Weer een stap in de goede richting, ook al ben ik er nog lang niet. Je kunt niet alles in één keer veranderen en ik ben trots op de stappen die ik nu zet. Ik hoop dat mijn papa van boven meekijkt en ook ziet dat ik echt wel mijn best doe, ook al gaat het niet altijd zoals ik zou willen, of zoals het zou moeten. Ik maak ook zeker nog wel fouten en heb af en toe een terugval in bepaalde dingen. Ik doe het meeste wel op eigen kracht en ik hoop gewoon dat hij daar, net als ik, onwijs trots op is.

Hoera, een meisje! Zit je al op een grote roze wolk? Nee? Dat is waar mijn verhaal ook begint… Eerst zal ik me even voorstellen. Mijn naam is Daisy, nog lang geen 30 en woonachtig in het prachtige Friesland. Wel een echte import Fries (geboren en getogen in Hoorn NH), getrouwd met Hessel en sinds maart 2019 grutske mem. Nu hoor ik je denken: ‘grutske mem’? Ja, grutske mem. Aangezien wij in Friesland wonen en wij onze dochter de Friese taal meegeven beschrijf ik mijn gevoel als moeder in het Fries. In het Nederlands kan je gewoon zeggen ‘trotse mama’!

Ondanks dat ik die roze wolk niet zo heb ervaren, ben ik namelijk een super trotse mama. Speelt onze dochter in de speeltuin met andere kindjes? Ik glunder van oor tot oor. Leest ze haar boekjes voor aan onze kat Duke? Gniffel ik zachtjes terwijl ik dit tafereel film. Ik ben zo gelukkig met ons meisje (en natuurlijk is haar heit/papa net zo gelukkig met ons gezin en ik met hem). En toch kreeg ik na de geboorte in de kraamweek een gevoel wat ik absoluut niet had verwacht en ook absoluut niet herkende.

Een zware zwangerschap en een inleiding
Tijdens mijn zwangerschap zat ik vanaf week 19 thuis. Harde buiken en onverklaarbaar vochtverlies in combinatie met enorme buikpijn, maakte de zwangerschap best wel zwaar en ook zeker spannend! Hoe langer onze Mini in mijn buik bleef zitten, hoe beter het voor haar ontwikkeling was. Toen ze vanaf 37 weken steeds minder begon te bewegen in mijn buik, vond ik het echt spannend worden. Met 37 weken en 6 dagen werd dan ook besloten om de volgende dag te beginnen met inleiden. Ik kies bewust voor het woord beginnen: Mini zou op 5 maart geboren worden. Op mijn verjaardag dus! Het mooiste verjaardagscadeautje ooit. Maar uiteindelijk is het pas op 11 maart gelukt om haar gezond en na een pittige bevalling en spoedkeizersnede op de wereld te zetten.

Wat een geluk
Wat een mooi meisje en wat doet ze het goed! En wat een enorme bos haar heeft ze! Wat is iedereen trots en blij! Het eerste kleinkind voor mijn ouders en het tweede kleinkind voor mijn schoonouders. Wat een geluk! Na een paar prettige dagen in het ziekenhuis mochten we naar huis. Daar zouden we voor het eerst kennis maken met onze kraamhulp. En pfieuw… gelukkig daar troffen we het mee!

De kraamtranen
Toen begon de kraamweek. En tegelijkertijd begon toen pas het herstellen van de bevalling en keizersnede én het wennen aan de nieuwe samenstelling van ons gezin. Van tevoren had ik daar weinig verwachtingen van omdat ik me er echt geen voorstelling van kon maken.

En toen kwamen ze: De Kraamtranen. Wist ik veel dat ongeveer 80% van alle kersverse moeders te maken krijgt met kraamtranen. Eerlijk? Ze overvielen me best wel. ‘Normaal’ gesproken, als je fysiek fit bent, kan je mentaal best wel wat opvangen. Want zo’n powervrouw is niet omver te blazen toch? Nou, deze powervrouw was na haar keizersnede fysiek een vaatdoek (achteraf gezien dan hè, want toen vond ik mezelf zo sterk als spiderman en alle andere superhelden bij elkaar).

Grijze wolken
De roze wolk ging al heel snel weg en maakte plaats voor grijze wolken die ook al aardig snel donker kleurden. Maar dit was niet het gevoel dat ik, als kersverse moeder en powervrouw, wilde ervaren. Ik hoor je denken: maar dat zijn kraamtranen en het komt allemaal goed, het is gewoon even wennen.

En natuurlijk was het ook wennen, maar het bleek al snel meer te zijn dan ‘gewone’ kraamtranen. Dit gevoel was er niet zomaar en in mijn geval had het niets te maken met onze dochter of mijn liefde voor haar. Bij mij ging het om dingen die ik in het verleden had meegemaakt, zoals een lange relatie die op een vervelende manier stuk liep, waarna er onder andere een huis verkocht moest worden.

Tijdens mijn kraamweek dacht ik alleen maar: “was alles maar weer normaal”. Want de donkere wolken vond ik alles behalve normaal. Natuurlijk word je geleefd in de kraamweek, maar als je je op dat moment niet lekker in je vel voelt zitten en er veel donkere wolken boven je hoofd hangen, is dat echt niet fijn!

Drang naar controle
Controle, controle en nog eens controle, daar draaide mijn leven ineens om. Nooit had ik gedacht ik dat ik het zo fijn zou vinden om controle over mijn leven te hebben. En je raadt het al, tijdens de kraamweek had ik juist geen controle, werd ik totaal geleefd en voelde ik mezelf heel zwaar en donker. Ik vond het heel zwaar om me zo te voelen, ik vond dat ik heel blij moest zijn! Ik wilde mijn normale leven weer terug waarin ik me goed voelde. Met normaal bedoelde ik weer fysiek fit, lekker aan het werk en controle over ons leven hebben. Want dan, ja dan, zou ik vast sterk genoeg zijn om mijn ‘mentale poorten’ lekker dicht te houden.

Rode vlag! Dit kan en mag niet de bedoeling zijn na een bevalling. Mijn tranen kwam vaak alleen als mijn man in de buurt kwam, maar als hij wegging voelde ik me ook rot. Dat was voor hem het moment om aan de bel te trekken. Hij ging naar de huisarts om die middag nog een afspraak te ‘eisen’. Want dit soort situaties doen zich natuurlijk altijd voor op vrijdagmiddag.


Vallen en opstaan
En wat heb ik het daarmee getroffen. We hebben gelukkig een hele fijne huisarts en ook op dit gebied wist ze precies wat ze met mij aan moest. Na overleg met de POP-poli in het ziekenhuis werd er een plan bedacht om mij weer heerlijk de ‘oude’ Daisy te laten zijn. Was dat binnen een week klaar? Nee, maar de eerste stappen werden gezet. Ik kreeg medicijnen en een aantal gesprekken met de huisarts. Erna kon ik starten met EMDR (therapievorm). Dit was het wondermiddel in mijn geval. Ik heb er zelf keihard voor moeten werken, maar ik kan echt zeggen dat ik er bovenop ben.

Hoe gaat het nu?
Is de ‘oude’ Daisy dan terug? Nee! Absoluut niet zelfs. Ik ben ervan overtuigd dat er een veel leukere en meer enthousiaste Daisy achter de ‘mentale poortjes’ vandaan is gekomen.  Het heeft me zo enorm veel gebracht. Als mijn fysieke gestel het zou toelaten, zou ik nu huppelend door een veld met bloemen willen dansen, samen met mijn dochter en man, en genieten van alle vogels en beestjes. Want dat is waar ik onwijs van kan genieten. Klinkt degelijk hé? Maar de kleine dingen in het leven kunnen echt het verschil maken.

Mijn tip voor iedereen is dan ook om echt te genieten van de allerkleinste dingen. Want ook hier geldt, wie het kleine niet eert, is het grote niet ‘weerd’.

Postnatale klachten
Had ik een klassieke postnatale depressie? Nee, dat denk ik niet. Ik had geen hekel aan mijn kind. Ik was niet van plan mijn kind, partner of mijzelf iets aan te doen. En nee, ook had ik niet de wens om alles terug te draaien naar het oude. Dit zijn veel voorkomende symptomen van een klassieke postnatale depressie. Ik had die symptomen dus niet, maar de hormonen, mijn fysieke gesteldheid tijdens en na de bevalling, het traject naar zwanger worden en de zwangerschap zelf, kunnen wel allemaal triggers zijn om een postnatale depressie te krijgen. Zonder de klassieke kenmerken.

Maar van welke symptomen je last hebt, maakt niets uit! Ieder negatief symptoom na de bevalling is vervelend en wil je natuurlijk niet en al helemaal niet als je net een kindje hebt gekregen. En de taboesfeer die er heerst over mentale klachten na de bevalling maakt het al helemaal niet makkelijk om erover praten.

Maar als ik je één tip mag geven, praat! Met wie? Dat maakt niet uit! Zolang het maar iemand is waar jij je goed bij voelt en wie jij vertrouwt. Samen sta je sterker dan alleen en kan je het juiste pad gaan bewandelen.

Mijn missie
Mijn missie na mijn mentale dip na de bevalling is om mentale struggles na de bevalling bespreekbaar maken en het taboe te doorbreken. Voor mijn bevalling werkte ik in de financiële wereld, maar hier zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet naar terugkeren. Ik ga mijn hart volgen! Ik droom ervan om mijn missie en ervaring te gebruiken in een eigen zaak. Ik wil elke mem/moeder zich weer een powerwoMEM laten voelen! Ik voel mij elke dag een beetje meer powerwoMEM worden en daar ben ik ontzettend trots op. Dus aan alle superwoMEM: ga ervoor en maak je gevoel bespreekbaar! Wil je mij volgen op mijn pad? Volg mij dan op instagram: Memmeleafde.

Dit verhaal is eerder geplaatst op ouders.nl

De afgelopen jaren was er een flinke toename van stress en burn-out klachten in Nederland. En eigenlijk ook wereldwijd. Waarschijnlijk zal dit het komende jaar alleen maar meer worden omdat Corona en een lockdown het onze mentale gezondheid niet makkelijker maken. We lopen vast. In ons hoofd en in ons lijf. Ik kan erover meepraten. Ik kwam in oktober 2019 in een burn-out en een depressie terecht.

Dat ik uitgeput was, daar kon ik niet meer omheen, maar dat depressieve gedeelte was nieuw voor me. Toen ik die diagnose kreeg, verklaarde dat een heleboel dingen en viel veel op zijn plek. Ik had een heftig jaar achter de rug met familieproblemen, issues op werk, hoge verwachtingen van mijzelf en het niet uiten van mijn gevoelens. Ik liep compleet vast.

Deze blog gaat echter niet over het ontstaan van een burn-out of andere mentale ziektes. Daar wordt al genoeg over geschreven. We weten dat het door een door een langdurige blootstelling aan stress kan ontstaan en vaak weten we ook wat de symptomen zijn. Wat dat betreft raken we als bevolking steeds bekender met deze ziektes.
Ik wil het graag hebben over herstel. Als je net als in ik een burn-out zat of zit of vecht tegen een andere mentale ziekte dan weet je hoe zwaar, uitputtend en uitzichtloos dit soms kan voelen. Het is altijd donker voordat het licht wordt, neem dat van mij aan. Het kost tijd. Pijnlijke gebeurtenissen en emoties achter je laten kan weken, maanden of zelfs jaren duren. Het is niet makkelijk en het is niet iets wat je zomaar eventjes doet. Je moet geduld hebben en lief zijn voor jezelf.

Maar het wordt beter! Zonder enige vorm van aankondiging of uitleg zal er een moment of dag komen dat je opmerkt dat je niet langer boos bent. Of dat de pijn lichter is. Of dat dingen ineens minder energie kosten dan eerst. Op dat moment weet je dat het beter gaat worden. Niet direct, maar het begin is er. Houd vast aan dat gevoel!

Ikzelf ben sinds september 2020 genezen verklaard van mijn burn-out en depressie. Het was een lange weg maar ik ben een ander mens geworden en had het voor geen goud willen missen. Het was deze maand ook precies een jaar geleden dat ik naar de huisarts ging en de diagnose burn-out en depressie kreeg. In dat jaar van keihard werken, leren en aan mijzelf sleutelen heb ik een aantal lessen geleerd die hielpen in mijn herstel. Die lessen deel ik nu graag met jou, in de hoop dat jij er ook iets aan hebt in jouw herstel.

De tien lessen die ik leerde…

1. Geef emoties de tijd en ruimte. Ga niet direct verder met werken of afleiding zoeken maar laat moeilijke of lastige emoties er gewoon zijn en probeer ze een plekje te geven.
2. Om hulp vragen is geen teken van zwakte. Kwetsbaarheid tonen levert je meer op dan emoties en gevoelens opkroppen.
3. Mensen hebben vaak helemaal niks tegen jou. Ze reflecteren alleen hun eigen onzekerheden op je af.
4. Vraag je niet af waarom jou dit nou weer moet overkomen. Je bent niet voor niks in deze situatie beland. Vraag je af wat deze situatie je probeert te leren, leer de les en ga door.
5. Perfectionisme bestaat niet. Je hoeft niet altijd een 10 te scoren. Focus je in plaats van perfectie op groei en je zal het jezelf veel makkelijker maken.
6. Je bent niet de enige die het ergens moeilijk mee heeft. Er zijn miljoen anderen met hetzelfde probleem of dezelfde ziekte. Je bent niet alleen!
7. Maak je niet druk over dingen waar je geen controle over hebt. Veel van de stress die we ervaren ontstaat door onze reactie op dingen waar we helemaal geen controle over hebben. Als je die reactie onder controle hebt, dan heb je direct ook een groot deel van de stress onder controle.
8. Het is niet erg als het even niet goed gaat. De zon kan niet altijd schijnen.
9. Wees dankbaar voor wat je hebt in het leven en schrijf dat op. Het liefst 3 dingen. Elke dag.
10. Om van jezelf te kunnen houden en jezelf te accepteren kun je de ervaringen die je hebben gevormd niet haten.

Misschien te veel lessen nu even in je op te nemen. Vergeet niet dat dit is opgebouwd in een jaar tijd. Als één van deze lessen je aansprak en het kan je helpen, focus je dan daarop.

Hopelijk heb je er iets aan gehad. En hopelijk gaat het goed met je. Mocht je meer willen weten, vragen hebben of zelf een les willen delen dan kan je mij vinden op Instagram als @Thiescipline. Een DM is altijd welkom.

Sterkte!

Ik voel je aankomen, ik word onrustig, mijn ademhaling versnelt en wordt oppervlakkig. Ogen dicht, inademen door mijn neus, en uitademen door mijn mond. “Hier blijven” spreek ik mezelf toe, als ik merk dat mijn angstgedachten binnensluipen.

Het gevoel neemt de overhand en flashbacks schieten door mijn hoofd. Het liefste ga ik in foetushouding in het hoekje van de bank zitten, gordijnen dicht, dekentje over me heen en wachten tot dit gevoel weer zakt. Ik weet dat dit gevoel alleen overgaat als ik er niet aan toegeef, maar ik voel me verdoofd en weet niet meer hoe ik me hiertegen kan verzetten. 

Ik adem nog een keer diep in en open mijn ogen. Ik draai me om en kijk naar de foto’s op mijn muur. Tranen van trots schieten in mijn ogen. Alle belangrijke mensen in mijn leven hangen op mijn muur, om mij op dit soort momenten te laten beseffen dat ik thuis ben, in een veilige omgeving. Ik kijk naar de foto’s, gegroepeerd per gebeurtenis, en de personen. Mijn oog valt op het groepje foto’s met mijn zoontje en ik voel een traan over mijn wang rollen. Een schuldgevoel besluipt me, tegelijk met weer dat angstige gevoel.

Waarom voel ik me zo vaak slecht als ik zo’n mooi zoontje heb? Waarom is hij niet reden genoeg om mij 24/7 een goed gevoel over mezelf te geven? Waarom heb ik nog steeds dagen dat er niets uit mijn handen komt Waarom kan ik die depressie niet overwinnen voor hem? Het schuldgevoel wordt sterker en m’n bril gaat af, want ik kan de tranen niet meer tegenhouden. Ik moet voor mezelf weer doelen gaan stellen, want de doelen van dit jaar heb ik ook bereikt en dat gaf mij een heel goed gevoel.

Ik pak pen en papier om mijn doelen op te schrijven, maar ik blijf even hangen. Mijn gedachten gaan wel naar de doelen die ik wil behalen, maar tegelijkertijd gaan ze ook naar mijn vader. Vaak als ik die angstgevoelens op voel komen, ga ik op de grond zitten, trek mijn knieën op, en leg mijn hoofd op mijn knieën. En hoe gek het ook klinkt, ik praat dan met hem. Hij is 27 oktober 2016 overleden en dat is mij heel zwaar gevallen. ‘Pa help me alsjeblieft om de kracht te vinden om te blijven vechten. Ik mag niet opgeven, maar ik heb je nodig.’ Mijn vader was de ouder waar ik altijd heen ging om advies te vragen. Mijn moeder en ik hebben vanaf mijn pubertijd een hele slechte band en ook op dit moment heb ik geen contact met haar.

Ik kom met m’n gedachten alweer snel terug en schrijf drie doelen op papier. Ik stel dit keer meerdere kleine doelen, zodat ik ze iets beter kan verdelen. De doelen moeten wel haalbaar zijn, dus ik moet niet te groot denken. Ik leg m’n schrijfblok weer weg en geef mezelf de tijd om tot twaalf kleine doelen te komen.
Dit is een kleine stap maar met grote gevolgen, ik voel me al een heel stuk beter. De volgende keer als ik wat bedenk, schrijf ik het gewoon weer op. 

We deden een oproepje aan jou, als lezer om een gastblog te kunnen schrijven. Alladinn schreef een aangrijpend verhaal waarvan je afgelopen weken deel 1, deel 2 en deel 3 hebt kunnen lezen. Vandaag volgt het vierde en laatste deel van haar verhaal.

Terwijl ik hard aan mezelf werkte in therapie om mijn ervaringen met de dood op peuterleeftijd te verwerken, onderging mijn moeder in 2018 een operatie waar ze niet goed uit kwam. Toen ze door haar huisarts werd afgewezen voor euthanasie, sneed me dat door mijn ziel. Ik wist hoe ze zich voelde en ik wilde haar zo graag die pijn besparen. De boosheid die ik had tegen de artsen die mij destijds hadden gereanimeerd, werd aangewakkerd door de huisarts van mijn moeder en richtte zich nu op hem. Woest was ik. Toen besefte ik hoe diep dit zat en hoe ingewikkeld ook. Mijn eigen ervaringen rondom leven en dood zorgden er wel voor dat ik, samen met mijn zussen er alles aan heb gedaan om de lijdensweg van mijn moeder zo kort mogelijk te maken en haar wens in vervulling te laten gaan. Natuurlijk ben ik heel verdrietig dat mijn moeder is overleden, maar iemand zo te zien lijden tijdens het leven, vind ik erger dan verdriet en gemis na de dood. En wie ben ik om te bepalen of iemand klaar is om te sterven? Ik besef dat ik wat dit betreft geen doorsnee mening heb. Net als dat ik hard ben voor mezelf: ik denk vaak dat ik alles aan kan in het leven: zelfs de dood. Ik sta eigenlijk altijd standaard in de overlevingsstand. Dat heeft me gemaakt tot wie ik nu ben en daar ben ik trots op, maar het leven is leuker dan dat.

Door alles wat ik heb meegemaakt en onverwerkt is gebleven, ben ik depressief geworden. Dezelfde vechtersmentaliteit die me zo ver had gebracht, hielp me alleen maar dieper de put in, want ik bleef eindeloos streng voor mezelf. Terwijl ik juist ‘moet’ leren lief te zijn voor mezelf, dat ik niet (meer) voor alles hoef te knokken. Dat door dingen er simpelweg te laten ‘zijn’ ik gelukkig ben. Door middel van therapie en heel veel lieve mensen om mij heen, ben ik nu op de goede weg. Dat gaat met vallen en opstaan. Dat kleine meisje dat destijds zo graag dood wilde omdat het leven ondraaglijk was, is ongelooflijk bang geweest. Er was niemand die haar kon beschermen voor de dood noch het leven. Ik weet nu dat ik lief moet zijn voor haar. Ik omarm haar steeds meer. Ze mag er simpelweg ‘zijn’.

We deden een oproepje aan jou, als lezer om een gastblog te kunnen schrijven. Alladinn schreef een aangrijpend verhaal waarvan je afgelopen twee weken al deel 1 en deel 2 hebt kunnen lezen. Vandaag is deel 3 aan de beurt en volgende week het vierde en tevens laatste deel van haar verhaal.

Tijdens de sessies met de lichaamsgerichte therapeut kwamen we erachter dat ik als peuter van nog geen drie jaar heel duidelijk heb gevoeld hoe mijn hersenen bezig waren af te sterven. Op dat moment was ik klaar om dood te gaan en dat was ook gebeurd als de artsen mij niet hadden gereanimeerd. De vernietigende pijn die je voelt als je lichaam van binnenuit afsterft, kan ik niemand uitleggen die het niet zelf heeft meegemaakt. Maar probeer je eens voor te stellen dat het innerlijk afsterven zo onmenselijk veel pijn doet, dat je er vrede mee hebt om ‘over te steken’…en dat er dan artsen zijn die je terug naar het leven halen? Het lijdt geen twijfel dat alles in het werk wordt gesteld om een kind het leven te redden. Maar wie beslist er over leven en dood? Artsen? God? De patiënt zelf? Ik was klaar om dood te gaan en ik ben teruggehaald naar het leven. Maar ik leef al bijna 40 jaar met het verlangen naar de dood, terwijl ik nog leef. Of eigenlijk: leef ik met het kleine meisje van toen wat verlangt naar de dood. Haar draag ik voor altijd met me mee. Als je al op zo’n vroege leeftijd met leven en dood wordt geconfronteerd, krijg je geen gezonde basis mee. Zo is er diep lijdzaam verzet tegen het leven terwijl ik nu geen doodswens heb. Je bent niet meer onbevangen, zoals elk kind hoort te zijn. Alles in het leven krijgt een extra lading, die je op die leeftijd nog helemaal niet hoort te kennen. In plaats van dat ik leerde dat de wereld een fijne plek was, leerde ik dat ik vanaf het begin af aan voor alles moest vechten. Dat het leven niet vanzelfsprekend was, dat ik niet op mijn lichaam kon vertrouwen en ik leerde een soort pijn kennen die ik sommige volwassenen nu nog niet eens kan uitleggen.
Dát tekent je als mens

Waarschijnlijk verklaart iedereen me voor gek nu. De dood is taboe, over de dood wordt niet gepraat. Terwijl de dood bij het leven hoort. Wat ik ervaar is een enorme boosheid naar artsen die van mening zijn dat elk leven moet worden gered. Ik ben het daar niet mee eens. Soms is de dood humaner dan het leven. Ik lees steeds meer over mensen die in een soortgelijke situatie zitten als ik, de discussie omtrent euthanasie of de opschuiving vanaf welk aantal weken een baby levensvatbaar zou zijn: het raakt me enorm. Steeds wordt de kwaliteit van leven benadrukt, en is het standpunt ‘het mogen sterven’ onderbelicht. Terwijl ik niet geloof dat ik de enige ben met zulke ervaringen rondom de dood.

We deden een oproepje aan jou, als lezer om een gastblog te kunnen schrijven. Alladinn schreef een aangrijpend verhaal waarvan je vorige week het eerste deel kon lezen. Vandaag is deel 2 aan de beurt en de komende twee vrijdagen zullen de andere delen volgen.

Iedereen maakt verschillende levensfasen door: die jongere versies van jezelf draag je altijd met je mee. Weet je nog hoe je met vriend(innet)jes speelde op het schoolplein? Of hoe je als puber voor de eerste keer ging stappen? Of misschien herinner je de rook van de sigaar van je opa? Tot mijn elfde jaar heb ik weinig tot geen herinneringen aan mijn jeugd. Mijn jeugd was door meerdere oorzaken te traumatisch, waardoor dat stuk geheugen als het ware is afgesneden of diep weggestopt, maar…het zit er wél. Je hoofd kan herinneringen vergeten, maar je lichaam slaat alles op. Dit klinkt misschien zweverig, maar herken je het dat je in de stad loopt en ineens een geurtje ruikt wat je doet denken aan je oma? Of dat je een liedje hoort wat je doet denken aan vroeger? Dat geurtje of liedje heet een trigger en roept een herinnering en gevoelens van vroeger op. Iedereen heeft dit. Ik wist niet dat dit bestond en leerde dit pas toen ik bij mijn huidige therapeut terecht kwam. Ik was volledig vastgelopen. Eerder heb ik al intensieve, interne therapie gehad, maar ik merkte dat wat ik toen had geleerd, me nu niet verder hielp. De stroom aan gedachten stopte maar niet en ik kon niet met (heftige) gevoelens omgaan. Mensen hield ik veelal op afstand, want als je in contact met mensen bent, komen gevoelens los en daar kon ik niks mee. Gevoel overspoelde me regelmatig en soms ook zo heftig dat ik (een soort van) flauwviel.

Bij mijn therapeut bleek dat ik veel opgeslagen herinneringen niet had verwerkt. Mijn moeder heeft lijdzaam moeten zien hoe ze een kaakklem bij mij plaatsten, zodat ik de beademingsbuis niet kapot zou bijten die ik zo hard nodig had. Een peuter kan je niet uitleggen waarom dit moet, maar als volwassen vrouw snap ik nu waarom ik een hekel heb aan tandenpoetsen, of bijna in paniek raak als ik naar de tandarts moet. Als kind ben ik ook nooit onbevangen geweest. Al heel vroeg was ik met (veel te) serieuze zaken bezig, waar mijn leeftijdsgenoten geen weet van hadden. Daardoor had ik weinig aansluiting met bijvoorbeeld klasgenoten: mijn leefwereld was totaal anders dan die van hen. Dat ik van de basisschool tot aan het MBO ben gepest heeft daar ongetwijfeld mee te maken.

Toen wij voor de keuze werden gesteld een fertiliteitstraject in het ziekenhuis te starten vanwege onze onvervulde kinderwens, heb ik heel diep nagedacht of ik dit wel aan zou kunnen. Waarom zou ik het ziekenhuis vrijwillig opzoeken, daar waar ik zo veel trauma’s op heb gelopen? Zou ik mezelf kunnen injecteren met hormonen, terwijl ik als klein meisje lek ben geprikt en ze uiteindelijk een ‘kraantje’ in mijn lies hebben geplaatst, omdat ze nergens meer een ader konden aanprikken? Mijn kinderwens bleek groter dan de angst voor mijn trauma: twee jaar hebben we in de medische mallemolen gezeten. Helaas zonder resultaat, maar het was een heel bewuste keuze voor mij omdat ik wist dat het ziekenhuis confronterend zou zijn.

Dat mijn vroege ervaring met leven en dood mentaal een grote invloed heeft gehad op verschillende vlakken, mag duidelijk zijn. Ik heb verschillende therapieën gehad, maar bij therapieën waarbij je praat, blijf je op verstandelijk niveau. Daar was ik vroeger al sterk in: (logisch) beredeneren en praten. Nog steeds kan ik mijn mondje wel roeren, maar ik hield daarmee mensen ook op afstand, zodat ik niet hoefde te voelen. Ik had het idee dat gevoelens me zouden vernietigen als ik ze zou toelaten. Ik moest op emotioneel gebied aan het werk en zo kwam ik bij een lichaamsgerichte therapeut in Barendrecht terecht.

We deden een oproepje aan jou, als lezer om een gastblog te kunnen schrijven. Alladinn schreef een aangrijpend verhaal waarvan je vandaag het eerste deel kunt lezen. De komende drie vrijdagen zul je de volgende delen kunnen lezen.

Leuk om een blog voor MJZENV te schrijven. Ik houd van schrijven, maar nu dat lege witte scherm naar me staart denk ik: hmm, waar wil ik eigenlijk over schrijven? Dan maar eerst een kleine introductie.
Ik ben alweer vijftien jaar samen, waarvan negen jaar getrouwd, met de liefste man. Sinds anderhalf jaar hebben wij gezinsuitbreiding van een lief, klein teckelmeisje. Een positieve wending in ons leven, want die teckel wilde ik al heel lang, maar we hebben ook een onvervulde kinderwens. We hebben de afgelopen jaren flink wat voor onze kiezen gekregen. Daar speelt mijn verleden een grote rol in. Omdat mijn situatie zo uniek is, schrijf/blog ik heel bewust anoniem. Ik wil me vrij voelen alles te kunnen delen, zonder dat het naar mij (of mijn naasten) herleidbaar is. Reacties uit het verleden hebben mij geleerd dat mensen het soms ineens overdreven bijzonder vinden wat ik doe. Ik wil niet apart, of bijzonder zijn. Het liefst heb ik dat mensen mij zien zoals ik ben, wié ik ben. Ik ben ook gewoon maar een mens en iedereen heeft zijn/haar eigen rugzakje.

Zonder teveel in te gaan op details ben ik als peuter ernstig ziek geweest. Wat begon als een griepje bij mijn zussen en mij, sloeg bij mij door naar een levensbedreigende situatie. Ik kreeg geen lucht meer en artsen konden de oorzaak niet vinden in mijn keel. Logisch, achteraf bleek dat het probleem van het zuurstoftekort niet ín mijn luchtpijp zat, maar ernaast. Waarschijnlijk is er een ader naar mijn rechterhersenhelft tijdelijk ontstoken geweest, waardoor er te weinig/geen bloed en daarmee zuurstof naar mijn hersenen kon. Een grote hersenbeschadiging was het gevolg. We hebben het hier over midden jaren tachtig toen ze nog niet de beschikking hadden over de kennis en apparatuur van nu. Het is ook maar de vraag of de uitkomst anders was geweest als ze die wel hadden gehad.

Mijn lichaam zette alles in het werk om te blijven functioneren en het bleek een ongelijke strijd. Artsen hebben me meermaals moeten reanimeren omdat ik een hartstilstand kreeg. Mijn zus heeft me ooit verteld dat ze me eens twintig minuten lang hebben gereanimeerd. Als je een kind dreigt te verliezen doe je er, zeker als arts, alles aan om het te redden. Zoals de eed van Hippocrates ook zegt: men zal geen kwaad doen. Het feit dat ik dit nu schrijf, mag duidelijk maken dat ik het heb overleefd en daar ben ik dankbaar voor. Dankzij vele therapieën ben ik lichamelijk gezien bijzonder goed hersteld. Ik heb een hekel aan de term, maar dat ik nog leef en (bijna) functioneer als ieder ander is een (medisch) wonder. Maar de reddingsactie van de artsen is niet zonder gevolgen geweest. Volgende week vertel ik meer hierover.

De pop die ik vasthoud op de foto moest altijd mee als ik weer werd opgenomen in het ziekenhuis. Ze is voor mij dé belichaming van mij als klein meisje.

Huidhonger. Misschien denk je bij het lezen van deze titel “eindelijk”. Of misschien heb je nog nooit van dit woord gehoord. Hoe dan ook, ik wil het onderwerp bespreekbaar maken en wellicht een dialoog hierover starten. Ja, ik vind het spannend om iets hierover te delen, maar sinds wanneer is angst een reden om iets niet te doen?

Allereerst even ter verduidelijking, zodat een ieder weet waarover deze blog gaat. Huidhonger is het verlangen naar fysiek contact. Het gaat hierbij niet per se om seksuele contacten, maar veel meer over een knuffel, een arm om je schouder of een aai over je bol. Door alle maatregelen die genomen zijn, komen deze eenvoudige aanrakingen veel minder vaak voor dan voor het virus. Ineens gaan steeds meer mensen voelen wat de impact is van die ogenschijnlijk kleine dingen.

Door mijn geschiedenis met grensoverschrijdend gedrag heb ik aanrakingen jarenlang heel naar gevonden. Nog steeds schrik ik enorm als iemand onverwachts een hand op m’n schouder legt of me even aanraakt. Tegelijkertijd heb ik de afgelopen jaren ook ontdekt hoe fijn het kan zijn om iemand een knuffel te geven of juist een knuffel te krijgen. Door de anderhalvemeterregels zijn aanrakingen echter een stuk minder normaal geworden. Eerder gaf ik vriendinnen regelmatig een knuffel, maar dat gaat eigenlijk niet meer. In contact met twee vriendinnen hebben we in april al besloten dat we elkaar knuffels blijven geven -omdat we die behoefte delen. Maar die vriendinnen zie ik in het gunstigste geval 1 keer per week. En ik merk dat ik het mis: aanraken en aangeraakt worden (binnen de grenzen van wat normaal is). Ik krijg steeds sterker de behoefte aan dat fysieke contact, maar die anderhalvemeterregel is er niet voor niets. Regelmatig komt de gedachte, “had ik maar een relatie” in me op, terwijl ik weet dat ik daar eigenlijk nog helemaal niet aan toe ben.

Tango, tanger, ergo sum. ‘Ik raak aan, ik word aangeraakt dus ik ben.’ Deze variant op het bekende “cogito ergo sum” is een uitspraak van de filosoof Wilhelm Schmid. Ik vind het een hele terechte uitspraak. Want als er een kindje geboren wordt, wordt deze baby direct na de geboorte op de borst van de moeder gelegd. Huid-op-huid-contact. Het lijkt haast een primaire levensbehoefte. En daarom vind ik de woorden van Schmid ook zo kloppend.

Ik merk dat het me verrast dat ik hier tegenaan loop. Ik had nooit verwacht dat die aanrakingen zo belangrijk voor me zouden zijn. Tegelijkertijd schaam ik me ook, omdat het met het oog op mijn verleden heel logisch zou zijn als ik een enorme afkeer zou hebben tegen fysiek contact. Hoe zie jij dit? Wat voor rol spelen aanrakingen en aangeraakt worden in jouw leven? En is dit veranderd ten opzichte van een jaar geleden? Ik ben benieuwd naar jouw mening hierover, dus laat vooral een reactie achter hieronder!

‘Maar je komt je dagen wel gewoon door’, zei mijn behandelaar tegen me. ‘Ja, maar vraag me niet hoe,’ gaf ik enigszins geïrriteerd, maar vooral heel wanhopig, als reactie. ‘Hoe?’ vroeg ze -en daarop barstte ik in tranen uit.

Ik weet nog een beetje hoe het ooit begon. Hoe ik me gewoon iets somberder voelde. Met hard studeren, niet teveel stilstaan en af en toe een flinke huilbui kon ik daar best mee dealen. Ik weet nog hoe ik langzaam iets minder ging eten. Op een koekje minder kun je immers ook prima functioneren -en op nog een koekje minder ook. Heel langzaam sloop ook angst mijn leven in. Spanning in de pauzes en tussenuren, omdat ik dan gesprekken met klasgenoten moest aangaan.

Totdat het ineens minder makkelijk ging. Regelmatig duizelig tijdens de gymles of na het hardlopen; paniek, wanneer je voor je kledingkast staat, omdat je bang bent voor de afwijzing van anderen om de kleding die je draagt; moeite met het nemen van beslissingen.
Dan ineens merk je dat je jezelf aan de trapleuning omhoog moet trekken. Dat je niet meer naar die borrel of vergadering durft. Dat je ’s ochtends huilend wakker wordt, omdat je niet aan een nieuwe dag wil beginnen. Kleren zijn te groot geworden en je ziet bleek.

Bovenstaande voorbeelden zijn eigen ervaringen die relatief eenvoudig zijn. Dat doe ik bewust, want het zit ‘m vaak in die ogenschijnlijk kleine dingen. Een depressie betekent namelijk niet dat je alleen maar de hele dag in bed ligt. Dat kan best, maar het is meer dan dat. Het betekent ook dat je last hebt van besluiteloosheid en geen energie meer hebt. Angstig zijn betekent niet dat je alles direct maar uit de weg gaat. Het betekent in mijn geval dat ik soms inderdaad zaken uit de weg ga, maar in veel gevallen wel ga -óndanks alle paniek.

Veel psychische aandoeningen zijn onzichtbaar en dat maakt het leed alleen maar groter. Eigenlijk precies wat mijn behandelaar zei: ‘maar je komt je dagen wel gewoon door’. Ik voelde me op dat moment ontzettend onbegrepen en alleen, want blijkbaar zag ze niet hoeveel het me kostte om mijn dag door te komen. Ik denk dat dat voor veel psychische aandoeningen geldt: het is amper tot niet zichtbaar voor de buitenwereld en dus denken mensen al snel dat het wel meevalt.

En het antwoord dat ik uiteindelijk half huilend gaf op de vraag die ze stelde? ‘Mijn dagen zijn gevuld met paniekaanvallen, ik vecht continue tegen de gedachtes in m’n hoofd, tegen de neiging om mezelf iets aan te doen. Ik slik al mijn standaard en zo-nodig medicatie, maar ik weet niet hoe ik de dagen door moet komen. Ik blijf in contact en zet mijn signaleringsplan in, maar het enige wat ik wil is rust.’ ‘Dat is inderdaad geen leven meer,’ zei mijn behandelaar. ‘Dat is overleven en ik kan me voorstellen dat je er compleet uitgeput door bent.’

“Ja,” dacht ik -en dat zei ik ook.