Category

Lianne

Category

Toen ik 3 jaar geleden het traject in ging om te kijken of er sprake was van autisme had ik nooit geloofd dat een langdurig intensieve opname in een autisme kliniek nodig was om iets te begrijpen van mijn autisme.
Dat ik autisme had, was voor mij wel duidelijk, al wist ik niet of ik voldeed aan alle criteria om een officiële diagnose te krijgen. Ik ging vooral het traject in omdat ik veel last had van mijn eetstoornis en de behandeling hiervoor anders is, als er ook sprake van autisme is. Een opname is nooit in mijn hoofd gekomen.

Na 2 maanden stapte ik naar buiten met een papiertje waarop de diagnose stond. Ik had officieel autisme. Het pijnlijkste vond ik, dat ze mij alleen niet verder konden helpen. Ze vonden dat ik meer hulp nodig had en zo stond ik dus weer op straat. Ik schreef hier eerder over in een blog

En nu ik dit schrijf ben ik alweer 17 maanden opgenomen in een kliniek voor mensen met autisme.
Ik heb hier de afgelopen 17 maanden veel geleerd. Veel over autisme, maar ook hulp met mijn andere diagnoses gelukkig.
Het was wennen in het begin, de aanpak hier is anders dan bij andere klinieken. In het begin vond ik frustrerend dat er weinig therapie was. Vanuit de eetstoorniskliniek was ik gewend dat ik elke dag meerdere therapieën had. Hier zijn er nauwelijks therapieën en wat er is, is individueel. Gaandeweg kwam ik erachter dat het juist fijn is.
Er is hier geen verplichte dagopening en sluiting. Je spreekt een keer per week je behandelaar, over het algemeen is dit voldoende omdat je het gesprek nog moet verwerken. Bij crisis is het soms wel vaker en daar wordt ook tijd voor vrijgemaakt. Psycho-educatie kan zowel individueel als in een kleine groep gevolgd worden.
Er wordt hier vooral gewerkt aan rust, structuur en kijken wat je nodig hebt om verder te kunnen in je leven. Dat laatste leer ik steeds meer. Rust nemen na een gesprek i.p.v nog meer gaan doen, een planning voor een dagdeel/dag/week maken als ik weet dat het lastig word met afspraken en uitspreken als ik teveel op mijn bordje heb liggen en het niet meer erbij kan hebben.

Ik kan in dit blog natuurlijk ook nog schrijven over welke kenmerken ik van autisme heb, waar ik tegenaan loop en wat ik geleerd heb om te doen. Alleen is dit zo verschillend per persoon. Autisme heet niets voor niets ASS. Autisme spectrum stoornis. Er is heel veel variatie. Waar de een wel last van heeft, hoeft niet iedereen dat te hebben. Ook in de kliniek merk ik dat, sommige dingen herken je maar andere dingen totaal ook niet. Daarnaast heeft iedereen zijn eigen ‘rugzak’ mee met ervaringen, diagnoses en kwaliteiten.
Oordeel niet te snel, diagnoses worden echt niet bij een pak melk uitgedeeld 😉

Het is begin maart als er speciale regels komen voor cliënten uit Noord-Brabant i.v.m het corona virus. Ik heb het te doen met hun, want verlof wordt afgeraden en ook bezoek ontvangen van mensen die daar wonen wordt afgeraden. Gelukkig woon ik daar niet en is het nog een grote ver-van-mijn-bed show.

Vrijdag 13 maart.
Morgen ga ik weer op verlof! Het is 2 weken geleden dat ik thuis ben geweest, waarin mijn verlof niet soepel verliep en ik eerder dan gepland terug ben gekomen. Inmiddels hangen er overal briefjes in en om het gebouw dat je direct bij binnenkomst je handen moeten wassen als je buiten bent geweest.
Gisteravond is bekend gemaakt dat evenementen met meer dan 100 personen zijn afgelast en ook wordt er geadviseerd thuis te werken. Tijdens het eten maken we grapjes dat ik straks niet meer mag terug komen omdat ze alles op slot hebben gegooid.

Zondag 15 maart.
Eind van de middag zou ik een bel afspraak hebben met begeleiding, dit omdat mijn verlof nog niet lekker gaat. Gelukkig gaat het dit keer best goed, totdat de eerste berichten binnen sijpelen dat er gaat worden aangekondigd dat ook de scholen dichtgaan en de horeca. Mijn spanning stijgt en via groepsgenootjes hoor ik dat er op de groep een totale lockdown is. Niemand mag zijn kamer meer af. Via andere hoor ik dat zij voorlopig niet meer terug komen naar de kliniek en thuis blijven.
Opeens lijken de grapjes van vrijdag serieus te worden. In paniek bel ik alvast met de afdeling, maar er heerst chaos en veel onduidelijkheid. Ik moet geduld hebben, mijn bel afspraak word ook later dan gepland.

Als ik dan eindelijk een telefoontje krijg, volgt er helaas niet veel duidelijkheid, wat iemand met autisme nog meer spanning en paniek geeft. Ik word morgen door mijn behandelaar gebeld en moet ik kijken wat voor mij de beste oplossing zou zijn. Voor nu parkeren.

Maandag 16 maart.
Het belletje met mijn behandelaar is kort. We zijn het er snel over eens dat thuis blijven voor mij geen optie is. Ik zou morgen terug komen en dat laten we doorgaan. Het enige wat veranderd is dat ik niet met de taxi kom, maar dat ik gebracht word.

Dinsdag 17 maart.
Ik ben begin van de middag terug op de afdeling. Er heerst een stilte en niet iedereen is er dus. Gelukkig hoeven we niet meer op onze kamer te blijven, maar is het onzeker wat er verder besloten wordt. Ik ben blij dat ik niet op mijn kamer hoef te blijven. Mijn kamer is gezellig en knus, maar de gedachten dat ik niet naar buiten kan maakt mij gek.

Zaterdag 4 april.
We zijn 3 weken verder. 3 weken waarin een land compleet kan veranderen. Sommige dingen beginnen hier langzaam te wennen.
Er heerst op de afdeling een weekendsfeer, er is minder kantoorpersoneel in huis en dat zorgt er voor dat er meer rust in het gebouw én op het terrein is. De parkeerplaatsen zijn leger, alle poliklinische gebouwen zijn gesloten en ook het restaurant is uiteraard gesloten.
Andere dingen zijn hier strenger dan de voorschriften van de overheid. Zo mogen wij geen bezoek ontvangen, ongeacht uit welke provincie en op verlof gaan is niet mogelijk.
Gelukkig mag je buiten nog wandelen en als het echt nodig is naar de winkel.

Ik probeer zo goed als het kan mij te redden, maar de structuur van mijn dag is anders en daar moest ik flink aan wennen. Pmt is opeens over de telefoon en mijn vaste dag waarop ik mijn behandelaar spreek moest worden gewijzigd omdat er geschoven werd met hun werkdagen. Gesprekken met persoonlijke begeleider die wel eens plaatsvonden op kantoordagen moesten we wijzigen naar werkdagen.

Er is ook goed nieuws. Want ik mag een aantal dagen naar huis toe, naar man en kind. Volgende week zal ik de paasdagen thuis doorbrengen. Ik moet wel thuis in quarantaine, om de kans op besmetting zo klein mogelijk te maken. Maar de gedachten dat ik even bij mijn gezin ben, maakt dat het absoluut de moeite waard.

Wanneer je gevoelig bent en nog niet goed in je vel zit, kan het moeilijk zijn om deze blog te lezen. Denk bij jezelf goed na, of het dan verstandig is nu deze blog te lezen.

Op het moment dat je wordt opgenomen in een kliniek, denk je dat je er altijd beter weggaat dan dat je erin komt. Dat je er weggaat met meer positieve ervaringen dan negatieve. Misschien heel naïef gedacht van mij, maar ik had nooit gedacht dat een autisme afdeling zo crisisgevoelig zou zijn. Over het algemeen hebben de mensen die hier zijn opgenomen vaak nog andere problemen, naast autisme. Op de voorgrond staat de behandeling van autisme, maar de bedoeling is dat je ook op andere vlakken hulp krijgt.

De eerste periode hou ik mij staande door vooral veel te doen! Op het werkgebouw leer ik naaien, regel ik vanuit de kliniek thuis nog steeds zoveel mogelijk, wil iedereen langskomen om mij te zien, wil ik zelf de stad hier ontdekken en draai ik ook nog het kliniekleven mee. Ik zit in een doe-modus. Ik hou mijzelf staande met vooral veel doen en weinig rusten. Ik vermijdt begeleiding en ergens moet ik weer ontladen. Ik beschadig mijzelf, dissocieer vaak en helaas focus ik ook weer op het niet-eten.

Het duurt lang voordat ik wat begin te landen hier. Ik zet hele kleine stapjes en doe er regelmatig ook een paar terug. Mijn crisissen worden heftiger, zoals ik wel eens eerder over schreef. Toch blijf ik genoeg leren om te mogen blijven.

Ik leer steeds meer wat autisme voor mij is, waardoor ik overprikkeld raak en wat er dan gebeurt. Het is alleen zo lastig om het te keren. Ik kan steeds duidelijke voorbeelden geven dat het teveel wordt, mijn hoofd overstroomd en het teveel is. Ik groei in het hulp vragen, open stellen naar andere, in contact blijven, maar vooral ook in het leren kennen wie ik zelf ben.

Het is lastig te accepteren dat toen ik iets meer dan een jaar geleden hier binnen kwam en ik op dezelfde voet verder ging als thuis, dat verrassend genoeg ook hier niet werkte. Inmiddels merk ik dat als ik wat meer luister naar mijn lijf en meer rust neem, ik minder paniek heb en mijn dag beter doorkom.

Ik begin langzaam een balans te vinden in activiteit en rust. Dat gaat met vallen en opstaan. In mijn geval heel veel vallen. Ik ben koppig en hardleers. Wil alles zelf en alleen doen en dat gaat soms ten koste van dingen.

In een vorig blog deelde ik dat wij regelmatig een boek pakken om het praten met onze dochter makkelijker te maken. Het kan enorm helpend zijn om een boek als ingang te gebruiken om het gesprek met je kind aan te gaan. Graag neem ik jullie mee, welke boeken wij in huis hebben.

Pien en de spoken. Dit boek is geschreven door Myrthe v/d Meer. Ja die bekendste schrijfster van PAAZ. In dit boek wordt er vooral ingegaan op depressie. Het is geschreven in voorleesvorm. Pien is een prinses en haar moeder de koningin heeft een depressie. In het verhaal gaat ze op zoek naar haar moeder en geven haar 3 zussen geen duidelijkheid wat haar moeder heeft en waar ze is. Zoals 1 zus die zegt “mama zit in de put” Pien is nergens bang voor en gaat dan helemaal naar de put opzoek naar haar moeder.
Het is een leuk voorleesboek wat luchtig gehouden wordt en ingang geeft om erna te praten met je kind.

Mama gaat logeren is mijn lievelingsboek voor onze dochter om te lezen. Er staat een lange inleiding in voor ouders wat ze met dit boek kunnen. Ook op de site staat nog veel extra uitleg en hulp zodat je het gesprek met je kind/kinderen aankan. Het verhaal wordt verteld vanuit Freek. Die nog 2 kleine zusjes heeft en 1 grote zus. In het verhaal wordt gebruik gemaakt dat we in een moderne tijd leven. Zo appt hij met zijn moeder en wordt dit in mooie illustraties getoond. Het is dus ook echt een voorleesboek.
In dit verhaal, gaat het niet goed met zijn moeder en die moeten worden opgenomen in een kliniek. Ze vertellen niet precies waarom, waardoor je het boek voor verschillende psychische problemen kan gebruiken.
Onze dochter vindt dit een heel boek omdat er veel herkenbare dingen instaan zoals ‘omdat papa minder goed kan koken, eten we wat vaker soep of pizza’

Dit is een van de nieuwste boeken die we hebben. Ik vind het boek wat moeilijker lezen en het is ook niet echt een voorleesboek. Er zit een lange inleiding in over waarom het goed is om met kinderen te praten over psychische problemen. Er staan plaatjes en teksten in die je samen met je kind kan lezen en daarnaast staat een kolom met extra uitleg voor ouders. Het boek is vertaald vanuit een Deens boek.
In het boek worden verschillende psychische ziektes onder de loep genomen en er word wat dieper op emoties ingegaan die mensen hebben.

22 oktober 2019
Ik heb een gesprek met mijn psychiater, ik reageer zo heftig op de zoveelste medicatiepoging dat hij oppert dat ik in aanmerking kom voor ECT. Ik had daar wel eens van gehoord, maar nooit gedacht dat het een optie voor mij zou zijn. Zo depressief ben ik toch niet?
Een week later heb ik als autist alles gelezen, gezien en gehoord over ECT wat ik maar kon vinden en zeg dat het goed is om de procedure te starten.

Er gaan wat weken overheen, ondertussen moet ik wat toestemmingsformulieren tekenen en vragen beantwoorden of ik bijvoorbeeld gereanimeerd wil worden.

19 december 2019
Eindelijk heeft mijn psychiater alle papieren aangeleverd en wordt ik deze week in het team van psychiaters die de ECT doen besproken. Het slechte nieuws schijnt helaas te zijn dat er een wachttijd is van 4 maanden. Dat is slikken, als elke dag als een teveel voelt. Daarom gaat hij bellen met Arnhem, Den Haag en Rotterdam of de wachttijd daar korter is. Helaas gaan we de vakantietijd in en wordt het verder opgepakt in januari.

8 januari 2020
Vandaag heb ik een oriënterend gesprek met een van de drie psychiaters die de ECT uitvoeren. Het is een lang gesprek waar we het hebben over mijn bijwerkingen op medicatie, mijn DNA profiel qua medicatie, mijn suïcidaliteit en mijn enorme somberheid. Ook begon hij over de wachttijd. Die is geen 4 maanden maar hij verwacht dat ik half februari/eind februari aan de beurt ben!
Ook ziet hij genoeg indicaties voor een ja! Ik word opnieuw in het team besproken daar en krijg volgende week de uitslag.

10 januari 2020
Op de afdeling komt de ECT verpleegkundige langs. Zij neemt depressiescore lijsten af, heeft vragenlijsten voor de begeleiding hier en ik moet een geheugenlijst invullen. Dit is allemaal om te monitoren of de ECT wat doet. Verder heeft zij een fotoboek mee, folders en legt het een en ander uit. Ze gaat er voor zorgen dat ik alvast een pre operatieve screening in het ziekenhuis ga krijgen, omdat ECT onder volledige narcose gaat.

13 januari 2020
Ik krijg van de begeleiding te horen dat die screening a.s. woensdag al is. Ze vertelt er meteen bij dat ik a.s. vrijdag ook meteen mijn eerste ECT behandeling ga krijgen! Wauw, dat is heel snel en enorm schakelen. Ik ga van 4 maanden wachttijd, naar 4 weken, naar nog geen week.

15 januari 2020
Een ochtendje in het ziekenhuis. Ik moet langs allerlei mensen die alles controleren. Mijn medicatie wordt gecheckt, mijn bloeddruk, er worden heel veel vragen gesteld en ik heb een gesprek met de anesthesist. Vooral die laatste is voor mij de belangrijkste afspraak, omdat ik heel onrustig uit narcose wakker wordt en ik bij mijn laatste operatie werd gefixeerd. Ik ga in het team van anesthesisten besproken worden en voor nu hebben we afgesproken dat er iemand bij mij blijft als ik wakker wordt.

In het begin stelde onze dochter vaak die vraag. Een vraag waar we niet een duidelijk antwoord op konden geven, omdat we dit zelf ook niet wisten.

Voordat ik langdurig werd opgenomen, had ik al een opname achter de rug bij een eetstoorniskliniek en een aantal crisisopnames. Als het kon, probeerden wij haar altijd voor te bereiden op een opname.

Bij mijn eerste opname in een eetstoorniskliniek wisten wij wanneer ik werd opgenomen, hoelang de opname precies duurde en wanneer ik op verlof mocht. Die verlofdagen waren altijd hetzelfde omdat de kliniek in het weekend dicht was.

Als voorbereiding voor haar maakten we een aftelkalender, zodat ze kon zien wanneer ik weer naar huis kwam. Tijdens die opname maakten we vaak gebruik van videobellen en stuurde ze mij prachtige tekeningen op.

Na deze opname volgde een periode van crisisopnames. Deze opnames waren erg onvoorspelbaar voor haar. Ze zag soms thuis dat het niet goed ging, ging naar bed en als zij wakker werd, dan was ik er opeens niet meer. Op gesloten afdelingen zijn kinderen niet gewenst en daardoor was het lastig om op bezoek te komen.

Gelukkig probeerde verpleging altijd mee te denken om een andere ruimte te zoeken. Moederdag 2017 heb ik helaas moeten vieren achter gesloten deuren, maar het was fijn dat ze op bezoek kwamen met taart en een cadeau.

Eind oktober 2018 werd duidelijk dat ik op korte termijn werd opgenomen voor langere tijd. Zo goed als het kon probeerde wij haar te begeleiden hierin. We hebben veel gehad aan boeken die wij haar voorlazen en aan met haar praten. Ik zal in een later blog wat boeken noemen die voor ons helpend waren.

Met deze opname kwam er wat meer rust thuis. De opvang voor en na school werd geregeld door vaste mensen op vaste dagen. In het begin wilde ze mij vaak bellen, moest ze ’s avonds nog wel eens om mij huilen als ze verdrietig was en klemde ze zich vast als ik thuis was. Maar langzaam vonden mijn man en dochter een ritme samen. Het bellen werd minder, het huilen werd minder en ook het aanklampen werd minder. Ze vind het heerlijk als ik thuis ben en kijkt er elke keer naar uit als ik naar huis kom. Wel krijgt ze begeleiding van een beeldende therapeut.

Inmiddels zijn we meer dan een jaar verder en langzaam komt de vraag steeds vaker terug “wanneer kom je weer thuis mama”? Eerlijk gezegd weet ik het niet. Ik hoop snel met de juiste zorg!

10-06-2011
Na 7 jaar samen trouw ik met mijn grootste liefde. Het leven lacht ons tegemoet. Ik ben 24 als ik mij gelukt is zoals de maatschappij het graag wilt zien ‘huisje, boompje, beestje’. We hebben een koophuis, allebei een vaste baan, sinds 2 maanden hebben we besloten dat er een kindje welkom is en vandaag trouwen we!
Als ik deze foto zie, dan zie ik een oprechte lach. Ik was hier toch echt gelukkig? Toch weet ik dat ik al jaren heb, dat ik aan de grote wereld en vooral naar mijzelf probeer te bewijzen dat ik het allemaal wel aan kon, dat leven.

8.5 jaar verder lig ik op de grond, het liefst omringd met muur zodat ik mij enigszins veilig voel. Mijn lijf getekend door de vele kilo’s minder.
Mijn armen en benen vol littekens die ik zelf heb toegebracht en mijn buik met littekens van operaties. Ik werk niet meer en draai niet meer mee in de maatschappij. De avonden dat ik zonder paniek doorbracht de afgelopen jaren zijn op een hand te tellen. De dagen dat ik opstond zonder op te zien tegen de dag nog minder.

Kan je eigenlijk te veel meegemaakt hebben? en wanneer mag je zeggen dat het genoeg is? Dat het nooit meer wordt zoals het was?

Deze blog bevat een trigger warning. Denk goed na of je dit nu wilt en kunt lezen in jouw situatie. Het kan triggeren i.v.m. fixatie/separeer.

Ik had het al eens gezien, het ongelijke gevecht tussen het VT ( veiligheidsteam ) en cliënt. Een gevecht waarvan je weet dat diegene dat verliest, want wie kan het winnen van zo’n overmacht? Ik had het geschreeuw, gegil en gehuil al eens gehoord. Ik had de noodbellen al eens gehoord die begeleiding indrukt en het geren over de gang. Tot een aantal maanden geleden kon ik zeggen, dat dit voor mij gelukkig nooit nodig was geweest.

Maar ik ontkwam er niet aan. Want ik ging mij steeds vaker verzetten en ik maakte al snel kennis met de piepers van de begeleiding. Hoe vaak had ik dat schelle geluid al gehoord en hoe onrealistisch was het de eerste keer dat het geluid door mijn toedoen kwam?

Ik maakte kennis met het VT omdat ik wegrende, omdat ik geen opname wilde op de gesloten afdeling. Ik rende ze eruit, maar tegen klemrijden met fietsen kon ik niet op. Als een mak lammetje liet ik mij naar de gesloten afdeling slepen en ik ging akkoord met opname en kreeg geen IBS.

Na de zoveelste wisseling en ophoging van medicatie, waarop mijn hoofd maar aan 1 ding kon denken, moest ik wederom naar de gesloten afdeling. Dit keer werkte ik niet mee en een IBS werd een feit. Ze hadden geleerd van mijn vorige vluchtpoging dus dit keer kwam er 4 man van het VT i.p.v. 2. Ik wilde geen stennis schoppen dus ik liep mee zonder een vlucht poging te doen. De opname daar verliep niet vlekkeloos en ik ben een aantal keer onder protest naar de IC gesleept.

Ik ben net een week terug op mijn eigen afdeling, als er wederom een groepsgenoot suïcide pleegt. De tweede in korte tijd. In een samenloop van spanning die ik de hele dag had opgebouwd, besloot ik dat ik naar huis wilde. Weg uit de onveilige situatie hier. Alleen gaf dat paniek bij het behandelteam hier. Ik gaf duidelijk aan dat ik niet suïcidaal was, maar ze wilde wederom geen risico lopen.

Ik moest beoordeeld worden en voor de zekerheid had iemand besloten dat er alvast een VT moest komen. Dit veroorzaakte nog meer paniek. En in plaats van mee te werken, ging ik dit keer in verzet. Ik wilde niet opnieuw opgesloten worden. “Ik had toch helemaal niets verkeerds gedaan?!” Ik maakte mijzelf zo klein mogelijk op bed en schopte van me af. Ik was niet van plan om mee te gaan.

Een gevecht wat ik nooit ging winnen, want met veel verzet van mijn kant en geweld van hun kant werd ik met een IBS naar de gesloten afdeling gedragen. Ze vonden mij schijnbaar zo overstuur dat ik meteen op een matras in een EBK werd geduwd. Een EBK is een extra beveiligde kamer annex separeer cel in mijn ogen.

Daar werken ze een procedure af en ondanks dat iemand van mijn eigen afdeling kort mijn verleden vertelde met holdingtherapie bleef er 3 man op mij zitten en werd er langdurig holding toegepast en fixatie.

Alles werd op dat moment afgepakt van mij. Mijn sieraden, waaronder zelfs mijn trouwring!? Ik vraag mij echt af, wat kan je met een trouwring doen? Mijn kleren, mijn waardigheid, mijn eigen ik, controle, eigenlijk alles. Ik kreeg 2 spuiten om mij rustig te maken en werd alleen gelaten met een scheurjurk. Nog nooit heb ik mij zo minderwaardig en eenzaam gevoeld.

De volgende dag mocht ik “gewoon” weer terug naar mijn eigen afdeling en werd de IBS opgeheven.

Ik ben nu een week verder en ik herbeleef nog steeds de beelden, voel nog steeds de eenzaamheid, machteloosheid, angst en oneerlijkheid. Ik wil antwoorden op mijn vele vragen, maar vooral; ik wil dit nooit meer.

Voor niemand is de separeer cel goed. Het is een middel dat wordt ingezet als het personeel geen controle meer over je heeft en denkt dat het veilig is om in een lege cel te liggen met een scheurjurk. Het personeel daar kent mijn geschiedenis en trauma’s niet, als zij dat misschien wel hadden geweten, dan was mij loslaten op de ic een veel betere beslissing geweest. Doordat mensen mij beethouden en volledig de controle overnemen, wakkert dit trauma’s van vroeger op.

Zorgen dat iemand weer kalm wordt door diegene te zien als mens en te behandelen als mens. Net zoals jij zelf behandeld zou willen worden in een crisis

Ik was 29, moeder van een dochter van 5 en ik had een eetstoornis. Een eetstoornis die ik prima onder controle had. Als ik wilde, zou ik echt wel kunnen stoppen. Hoe vaak had ik mijzelf niet beloofd dat ik morgen zou stoppen en weer zou gaan eten? Hoe vaak had ik niet een gewicht bedacht waarop het genoeg was en ik weer meer mocht eten van mijzelf?

Vanaf het moment dat ik in zee ging met hulpverleningsland omdat mijn eetstoornis iets hardnekkiger was, dan ik dacht werd het een race tegen de klok om een opname te voorkomen. Ik ging van een basis ggz naar de specialistische ggz. Eerst nog vrijgevestigd maar al snel was ook dit niet meer voldoende en ging ik naar een eetstoorniskliniek. Daar begon ik met individuele gesprekken en groepstherapie. Ik kreeg voor het eerst te maken met groepsgenoten en de gevechten mee, die zij voerden.

Bij  groepstherapie zakte ik verder weg en was het uiteindelijk toch de tijd die mij inhaalde en bleek een opname onvermijdelijk. Mijn allereerste opname in de GGZ werd een feit. Naïef en onbezonnen ging ik deze opname in. Ik leerde al vrij snel meiden kennen waarmee het klikte, waarmee één in het bijzonder. Zij werd mijn veilige rots tijdens die opname. Naast dat we allebei anorexia hadden, hadden we ook allebei de diagnose autisme en dat zorgde ervoor dat we elkaar als geen ander snapte.

Crisis was het daar nooit. De eetmomenten waren niet leuk, maar verder was het er gemoedelijk, huiselijk en zaten we avonds allemaal op de bank met een kom noedels.

Toen ik weer thuis was, ging het helaas niet beter. Ik was aangekomen en daarbij kwamen ook weer allerlei gevoelens los. Ook had ik mijn diagnose autisme nog geen plekje gegeven en gleed ik al snel bergafwaarts. Ik werd steeds depressiever en na nog geen 4 maanden thuis werd mijn eerste crisisopname een feit. In dat half jaar erna, ben ik 4x opgenomen geweest voor een crisisopname.   Er werd gestart met acute deeltijd, ik had daarnaast ook nog individuele therapie en werd enorm overvraagd door alle hulpverleners.

Het bleek dat het niet meer ging en ik meer hulp nodig had. De ene afwijzing na de andere afwijzing volgde. Ik heb de meest rare afwijzingen voorbij zien komen “je valt niet in het postcode gebied” “Je hebt teveel problematiek” “We kunnen geen advies geven, want je moet eerst opgenomen worden” tot de enorme wachtlijsten van 2 jaar. De ene kliniek wees mij af omdat autisme meer op de voorgrond stond, de andere vond dat ik eerst weer voor eetstoornis in behandeling moest en de laatste vond dat ik te depressief was.

November 2018 was er een instelling die het wel aandurfde met mij. Een kliniek voor autisme, maar evt. met een dubbele behandeling voor mijn eetstoornis. Ook dit keer ging ik er naïef in. Ik was tenslotte de eetstoorniskliniek gewend en daar waren geen crisissen geweest. Ik had genoeg gezien en meegemaakt bij de gesloten afdelingen, dat zou nu niet meer gebeuren toch op een open afdeling.

Ik had het mis, er gebeurde daar veel en ik merkte ook nog eens dat ik er gevoelig voor ben. Ik voel het feilloos aan en zorgt voor extra onrust bij mij.

Inmiddels ben ik daar een jaar opgenomen en is dat naïeve definitief weg. Ik heb teveel gezien en teveel meegemaakt daar. Ik heb daar ook veel geleerd en had deze opname niet willen missen, maar sommige momenten zullen niet meer van mijn netvlies afgaan. Het is een groot nadeel van klinisch opgenomen zijn, je krijgt ook de crisismomenten van anderen mee.

Inmiddels ben ik 31 en heb ik besloten dat dit mijn laatste opname is, ik weet dat crisisopnames mij niet verder helpen. Er wordt namelijk te weinig rekening gehouden met mijn autisme en eetstoornis, en de onrust die daar heerst enorm van invloed is op mijn onveilige gevoel. Daarom wil ik het hier een kans geven. Ik wil kunnen zeggen dat ik alles heb geprobeerd om mijn leven te verbeteren.

12 juli dit jaar. Het is half twee ’s nachts als ik op de ok kamer klaar wordt gemaakt voor een levensreddende operatie. Voor deze operatie heb ik zelf geen toestemming gegeven, maar ik ben wilsonbekwaam verklaard en mijn man heeft dat wél gedaan. De wil om te leven had ik al een tijd verloren, maar de dag ervoor zorgde dat ervoor dat ik daadwerkelijk een poging deed om mijn leven te beëindigen.

Zoals bij elke operatie de standaard procedure is, liggen mijn beide armen gespreid en vast. Dit om te voorkomen als je onder narcose bent ( of plots moet ), je armen van de operatietafel vallen.

Mijn beste vriendinnetje belde mijn moeder met een boodschap wat je moederhart breekt. Ik heb haar niet gevraagd hoe dat moet zijn geweest voor haar, maar ik heb genoeg inlevingsvermogen dat het verschrikkelijk moet zijn om te horen dat je dochter een poging heeft gedaan om haar leven te stoppen.

Onbewust neemt het mij terug naar 7 jaar geleden. Ook toen lag ik op de operatietafel met mijn armen gespreid en vast. Het grote verschil is dat mijn echtgenoot toen bij mijn hoofdeind zat. Samen keken wij hoe de gynaecoloog na een bevalling van 19 uur onze dochter ter wereld bracht. Ik kijk heel positief terug op de bevalling, maar ik mis het moment dat iemand erom dacht 1 van mijn armen los te maken zodat ik mijn dochter ook kon aanraken toen zij even op mijn borst werd gelegd.

Ik denk ook aan het telefoontje wat mijn moeder toen kreeg, ik kon haar vertellen dat ze oma was geworden.

2 operaties, beide draaien om het leven. De een om een nieuw leven op aarde te brengen, de ander om een leven te redden. Ooit zal ik mijn dochter uitleg geven over mijn wanhoop, mijn gevecht en de keuze die ik toen maakte. Er heerst een taboe op suïcide en zeker onder moeders.
Als je moeder bent geworden dan pleeg je geen suïcide namelijk. Je bent immers verantwoordelijk voor je kind en dan kan je niet ‘zomaar’ meer kiezen om uit het leven te stappen. Terugkijkend op mijn poging had mijn paniek zo’n climax bereikt, dat ik geen rekening meer hield dat er nog een klein meisje thuis op mij zit te wachten.

Ik besef mij steeds meer dat ik moeder ben en mijn opgroeiende dochter mij nog keihard nodig heeft. Het is nog niet genoeg geweest, ik ben nodig op deze wereld.