Category

Suus

Category

In samenwerking met Planjeweek.nl is deze blog tot stand gekomen.

Het is maandagavond even na de persconferentie over de nieuwe corona-maatregelen dat mijn hoofd een error geeft. Geen idee waarom maar ik ervaar veel onrust in mijn hoofd. Mijn gedachten schieten alle kanten op. Hoe kom ik deze week door? Is ook één van die gedachten.
Ik laat er deze keer geen gras over groeien en pak er een weekplanner bij. Eentje die heel basic is maar juist daarom effectief. Als ik wil kan ik van kwartier tot kwartier plannen, maar ook van uur tot uur. Zo kan ik ook afspraken kwijt die om kwart voor of kwart over beginnen.

Een aantal jaren geleden was ik ontzettend depressief omdat ik klem liep in een behandeling tegen PTSS. Mijn psycholoog raadde toen aan om een planning te maken. Daarnaast zei hij: ‘Copy/paste wat geslaagd is’. Zo maakt het dat ik iedere keer als ik onrust ervaar over hoe mijn week er uit ziet, ik weer een planning maak. Het kost weinig tijd, is heel simpel en effectief.

Een weekplanning maken klinkt heel overdreven maar het zorgt er voor dat je de regie en verantwoordelijkheid over je leven neemt. Je wordt niet langer meer geleefd. Daarnaast helpt het mij om rustmomenten in te plannen, dat is namelijk erg belangrijk voor een balans in mijn energieniveau.

Info over de weekplanner van Planjeweek.nl
Toen ik deze weekplanner zag was ik meteen enthousiast. Lang ben ik zelf op zoek geweest naar een fijne weekplanning met gedetailleerde tijdsvakken en waarop ik evenveel ruimte heb voor weekenddagen. Er zit overigens ook een handige stappenplan op iedere bladzijde die ik kan volgen bij het invullen.

Deze weekplanner is een erg fijn hulpmiddel voor je als je zoekt naar een manier om meer rust, overzicht en structuur te krijgen. Deze is o.a in te zetten bij:

  • stressklachten
  • overspannenheid
  • burn-out
  • ADHD
  • autisme
  • PTSS
  • depressie

In het stappenplan is er aandacht voor:
1. Je slaaptijden en ritme.
2. Je eetmomenten en bereidingstijd van je maaltijd(en).
3. Eventuele afspraken en reistijd.
4. Werk- of studeermomenten.
5. Je (vaste) sport- en beweegmomenten.
6. De afwisseling tussen inspanning en ontspanning.



Mijn mening
Eerst was het voor mij een beetje wennen dat deze planner op A3-formaat is. Maar toen ik deze de hele week gebruikte merkte ik dat het juist fijn is omdat je op een groter formaat beter in één oogopslag kan zien hoe je week ingedeeld is. Ik raad je daarom ook aan om met markers te gaan werken om dezelfde soort activiteiten te markeren zodat het heel overzichtelijk wordt.
Wat ik persoonlijk ook erg fijn vind is dat er geen vaste data in staan zodat je ook prima eens een week over kan slaan en je weekplanning weer op kunt pakken wanneer je hier behoefte aan hebt.
Het is een hele duidelijke en praktische planner met fijn stappenplan en extra tips.

Deze weekplanner is overigens ook goed te gebruiken als ondersteuning bij je professionele coaching of GGZ-behandeling. Daarnaast staat er nu ook een weekplanner online met een los stappenplan zodat je meer ruimte hebt op je weekplanner.

Benieuwd naar de planner? Je kan natuurlijk altijd een kijkje nemen op de website: Planjeweek.nl




Wat een rollercoaster is dit jaar geweest. Als ik nu terugkijk, was het niet een extreem heftige achtbaan, maar meer zo’n lieveheersbeestje op wieltjes waar je vroeger toen je écht klein was voor het eerst in mocht. Weet je dat nog? Eindelijk had je de lengte bereikt!
Zo’n achtbaan waarvan, als je net om de hoek komt kijken echt heftig lijkt, maar later ‘als je groot bent’ echt peanuts was vergeleken met waar je nu bent. Dat is 2020 icm moederschap voor mij.


Pre corona
Ik neem je even mee terug naar januari 2020. Aan het eind van januari is onze zoon geboren. Na 1 nachtje in het ziekenhuis mochten we hem mee naar huis nemen. We hebben eerst bijna anderhalve week kraamzorg gehad en in die periode kwamen alleen directe familie ons jongetje bewonderen.

Iedereen stond te popelen om onze baby te zien en tot aan de lock-down hebben we ook echt súper veel visite gehad. Om mijn man te ontlasten dacht ik dat het handig was om ook doordeweeks – als hij aan het werk was – visite te ontvangen.
Nou, toen de lock-down was voelde ik goed hoe moe ik was.
Achteraf was dat echt véél, maar als ik toen wist wat ik nu wist, had ik waarschijnlijk nog een tandje bijgezet want niet iedereen had hem uiteindelijk kunnen bewonderen.

Corona
Ja, en toen was er corona. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er echt weinig van meegekregen heb in het begin. Voor de lock-down was het wel in het nieuws maar ik heb dat niet gevolgd. Sterker nog, de tv is hier niet aan geweest (we hadden iets veel mooiers om naar te kijken immers) en de nieuws-apps heb ik ook niet aangeraakt. Ik leefde echt in een bubbel.

In het begin van de lock-down vond ik het wel super surrealistisch. Iedere ochtend werd ik wakker met de gedachte “Is dit echt? Het voelt als een film.” Verder kon ik me er niet zo druk om maken want ten eerste is het geen kinderziekte en ten tweede, zo’n kleintje die bepaald de waan van de dag.

Op een gegeven moment kreeg ik het nieuws weer mee en is het natuurlijk wel bizar. Een virus die de hele wereld overneemt. Wat ben je dan nietig als mens. Iedereen wordt gigantisch in zijn/haar vrijheid beperkt en het voelt zo tegennatuurlijk om met een grote boog om iedereen heen te lopen.

Ik ging er wel iedere dag uit om te wandelen. We vinden het beide belangrijk dat hij veel buiten is. Alleen merkte ik wel dat mensen graag in de wagen wilden kijken en daarbij geen afstand namen van ons jongetje. Er was nog heel weinig over corona bekend in het begin dus dat vond ik echt niet fijn en ik voelde me dan ook een leeuwin die haar welpje beschermde.
Daarna ben ik hem dan ook veel gaan dragen. Dit was voor beide fijn, hij werd er heel rustig van en sliep lekker tegen mij aan en voor mij als moeder waren dit ook super fijne momenten.

Ritme
Hoewel je met een kleine weinig ritme hebt en het ritme weer om gaat als je nét een ritme hebt gevonden, vonden we wel een ritme in de activiteiten.
Ik heb het eerst heel lastig gevonden dat we niet konden gaan babyzwemmen. Hier had ik in mijn zwangerschap zó naar uitgekeken. Tijdens het zwangerschapszwemmen (en dan vooral tijdens het dobberen op een stang in het water) voelde ik hem altijd en stelde ik me voor hoe lekker hij kon spartelen als hij geboren is.
Het hielp natuurlijk ook niet mee dat je verder geen mensen ziet en je véél tijd doorbrengt binnen dezelfde 4 muren.

Na de eerste golf hadden we activiteiten gevonden die ik samen met mijn zoon kon gaan doen. De kinderboerderij opende zijn deuren weer. Dus we hebben een abonnement aangeschaft en zijn heel vaak bij de geitjes geweest om die te aaien en te voeren.

Ondanks dat ik het af en toe wel lastig vond om mijn kleine in coronatijd groot te brengen, heb ik altijd gekeken naar wat wél kon. De bevalling kon gewoon – naar wens – in het ziekenhuis plaatsvinden en ook mijn man kon daar zonder problemen bij zijn.
We konden iedere dag wandelen en onze vent ontwikkelde zich super snel en goed. Het is een super vrolijk ventje en hartstikke gezond.

Babysteps
Inmiddels hebben we een zitje gekocht voor op de fiets (baby waar ben je? Hij is al 10 maanden!) en kunnen we zijn wereldje groter maken. Onze eerste keer fietsen zit er op. Wát een mijlpaal is dat. Nadat het babyzwemmen niet door kon gaan, heb ik hier zó enorm naar uitgekeken.

Moederschap is wensen dat je baby altijd een klein baby’tje blijft en tegelijk enorm uitkijken naar de volgende stappen en mijlpalen.

Het meest lastige aan een baby in coronatijd is voornamelijk het emotionele aspect. Zijn oma is de enige persoon die hem ook daadwerkelijk op ziet groeien. Natuurlijk ziet hij wel eens mensen waar we hecht mee zijn, maar niet structureel. Daar heb ik het af en toe wel moeilijk mee. Helemaal omdat mijn broer in het buitenland woont en we hem dus alleen kunnen zien als de coronamaatregelen dat toelaten.

Voor mijn gevoel heb ik zo ook de vaste volgers een beetje bij kunnen praten. Ik schrijf de laatste weken vaak onze vaste rubriek: Zelfzorg op zondag. Maar zo lezen jullie meer over hoe het mij nu vergaat.

Liefs,

Suus

  • Foto gemaakt door Mirjam Jansma (@oerfotografie op insta)

Wauw, dat is even een tijd geleden dat ik hier schreef. Wat zal het zijn? Ongeveer 10 weken geleden? Time flies. In ieder geval had ik toen een beste toeter. Mijn buik groeide flink naar voren. Op het einde leek het net of ik een bowlingbal had ingeslikt.

Enfin zoals de titel al zegt: Hij is er!
Vier weken geleden ben ik bevallen van een gezond jongetje: Gijs. Mijn man en ik zijn maar wát trots op hem.

De bevalling was razendsnel. De laatste 5 cm ontsluiting tot de geboorte van ons jochie was in 25 minuten. Hij werd er uit gelanceerd door alle oerkrachten die ik in me had. Dat de verloskundige had gezegd dat ik niet meer hoefde te persen, had ik dan ook allang niet meer gehoord. Ik wilde zo snel mogelijk ons zoontje in mijn armen.

We moesten een nachtje in het ziekenhuis blijven omdat hij in het vruchtwater had gepoept. Dat vond ik niet zo erg, want ondanks dat bovenstaande misschien als een doormbevalling klinkt, moest het echt even landen (Gijs heeft er niets aan over gehouden).

Ik had tijdens de weeën, ontsluitingsfase, het moment dat de baby ter wereld kwam en de uren daarna steeds het idee dat ik achter de feiten aan liep, zo snel moest ik schakelen.
Zo was ik bijvoorbeeld nog aan het puffen toen ik moest gaan persen en wist ik het eerst niet voor elkaar te krijgen om zoiets simpels als mijn kin op mijn borst te leggen, voor elkaar te krijgen.

De volgende dag waren we al lekker voor de lunch thuis als verliefde kersverse ouders en stond de kraamzorg 2 uren later op de stoep.
We hebben een heerlijk gezond jongentje op de wereld mogen zetten.

En zijn eerste lachje? Die was voor mij! 😉

Ik ga proberen weer wat frequenter te bloggen, maar pin me er niet op vast. Ondanks dat we een tevreden ventje hebben, zijn er ook regeldagen, nachtjes zonder slaap, heb ik rug- en bekkenpijn, krijgen we nog veel kraamvisite, draait de wasmachine overuren en wil ik genieten van hem.
Dat laatste met stip op nummer 1.

Ja, zo redelijk tegen het einde van mijn zwangerschap lijkt het me leuk om mijn ervaring te delen met de verschillende trimesters gedurende mijn zwangerschap. Op dit moment, dat ik dit schrijf, ben ik 35 weken zwanger en kan ik nog niet een volledig beeld schetsen over het laatste trimester, maar ik kom wel een eindje.

Het eerste trimester:
Wauw, wat was dat spannend! De eerste test was een super positieve test en knalde echt binnen een paar seconden al.. De test deed ik samen met mijn man en we waren zó positief verrast dat de tranen ons in de ogen spatten.
Hoewel ik maar één dag overtijd was had ik het gevoel ook dat ik wel eens zwanger kon zijn aangezien ik een aantal dagen echt misselijk was.

Die misselijkheid ging over na de 16de week. Het was lastig uitvogelen over welk eten ik wel en niet kon verdragen. Maar al snel had ik een voorkeur voor de saaie oerhollandse pot. Wat aardappels, groente en een groenteburger mét appelmoes. Terwijl ik normaal lekker veel expirimenteer met kruiden en kan het me niet gek genoeg.

Met 5 weken (sorry ma!) vertelden we mijn mijn moeder dat ik zwanger was. Ook bij haar spatten de tranen in haar ogen en wat was ze meteen blij en trots!
Met 8 weken konden we ook niet langer zwijgen tegenover mijn broer en zijn gezin. Nogmaals een emotionele bedoeling en zei hij me dat dit het mooiste nieuws ooit was.
Met 12 weken vertelden we het de rest van onze families en vrienden en hoefden we het eindelijk niet langer geheim te houden!

Het was heet, zomer en 40 graden. De éne warmterecord na de andere. Dat maakte dat ik soms echt voor pampus op de bank of op bed lag met enorme hoofdpijn en misselijkheid.

Het tweede trimester:
We besloten samen nog even een week op vakantie te gaan. We boekten een hotel met zwembad op Mallorca zodat, mocht ik niet héél mobiel zijn, we gewoon lekker af konden koelen in het zwembad.
Dat was echt heerlijk! Volgens mij hebben we iedere dag sowieso wel een moment in het zwembad gelegen en hebben we kleine wandelingetjes gemaakt langs de kust.
Stiekem ook erg fijn om in een jurkje met een bolle buik te wandelen.

Na de vakantie gaan we meteen shoppen voor de babykamer. We zijn het snel eens over de meubels voor de kamer en in dezelfde week hebben we alles gemonteerd en wel in de babykamer.

De misselijkheid was weg (super fijn!) maar daar kwam bekkenpijn voor in de plek, helaas. Ik maakte een afspraak bij de bekkenfysio en na een aantal afspraken nam de pijn redelijk af en was het wel weer te doen.
Nu ik het schrijf heb ik nog 1x in de maand een afspraak ipv iedere week.

De 20-weken-echo vond ik super bijzonder en mijn sterke vermoedens over het geslacht werd bevestigd.
Ik voel de kleine steeds meer schoppen en de schopjes nemen in kracht toe. Ook mijn man kan de schopjes nu ook echt dagelijks voelen. De baby is echt súper actief!

Het derde trimester:
Na ruim 30 weken zwangerschap werd ik echt enorm verrast! Er was een babyshower voor mij georganiseerd en ik had werkelijk niks door! Ik had net een rotweek achter de rug (moe en zat er een beetje doorheen) en voelde me dan ook echt ontzettend gesteund door iedereen.

De misselijkheid is in volle glorie teruggekomen en de vermoeidheid slaat ook toe. ‘s Nachts voel ik me een zeekoe die maar moeilijk om kan draaien in bed en ook moet ik er vaker uit om te plassen.
Wel kan ik in de ochtend wel weer mijn ‘draai’ vinden en slaap ik nog 2 uurtjes door nadat de wekker van mijn man gaat.

Ook middagslaapjes zijn een feit. Ik kan zo tussen de middag 2 uurtjes slapen en dat doe ik dan ook maar.
De rennies doen hun dienst ook goed nadat ik vanillevla en andere voedingsmiddelen heb geprobeerd tegen maagzuur.

Godzijdank heb ik geen last van stemmingswisselingen ed door de hormonen, wel frustreerd het me dat ik lang niet alles meer kan doen en dát wat ik wel doe, in een tergend langzaam tempo gaat.

We hebben nu inmiddels verschillende voorlichtingsavonden gehad en een rondleiding over de kraamafdeling. Ik ga in het ziekenhuis bevallen dus het leek me wel fijn om te zien waar we – straks met z’n drietjes- terecht komen.

Zoals je leest, geen hele gekke klachten en ik denk dat ik een redelijk ‘rustige’ zwangerschap heb. Fingers crossed voor de laatste loodjes!






Er zijn een aantal dingen die je beter niet kunt zeggen tegen mensen met psychische klachten. En misschien wel even belangrijk, wat is wel fijn te horen als je psychische klachten hebt?
Ik deel hier mijn eigen ervaringen. Heb je aanvullingen? Laat het dan vooral weten in de comments! #samensterk

Don’ts:

1: Vragen of je, je er niet overheen kunt zetten.
Psychische problemen gaan niet over één nacht ijs. Of je hebt de pech dat je ermee geboren bent, het in de genen zit óf het al jarenlang zelf hebt geprobeerd op te lossen. Er “overheen zetten”, was het maar zo magisch.

2. Met oplossingen komen.
Hoe lief en goed bedoeld ook. Mensen zijn van nature oplossingsgericht, dus ergens is het begrijpelijk. Maar het werkt averechts. De adviezen heb je vaak al geprobeerd. Daarnaast is het niet iets wat van de één op andere dag verdwijnt of beter wordt. Dit ontmoedigt dan juist ook alleen maar.

3. Bagatelliseer de situatie niet.
Het is beter om niet dingen te zeggen als “Morgen weer een nieuwe dag”, “verman jezelf”, “er zijn zoveel leuke dingen in het leven, ga wat leuks doen”. Probeer juist te luisteren naar diegene, toon begrip, neem hem of haar serieus.

4. Neem niets zonder overleg over
Waar ik zelf tegenaan liep is dat mensen, hoe goed bedoeld ook, beslisten wat ik zou moeten gaan doen, of achter mijn rug om dingen beslist hebben voor mij. Hoe zwart en zwaar het soms ook was, ik kon zelf nog wel beslissen of ik links of rechtsom wilde. Keuzes maken was de enige houvast die ik nog leek te hebben.
Overleg dit met jouw vriend/vriendin. Wat vind hij/zij fijn?

Do’s

1. Blijf contact houden
Vaak weten mensen niets te zeggen tegen mensen met mentale problemen. Maar blijf contact houden. Je hoeft niet steeds op de stoep te staan bij diegene. Maar een aantal keren een kaartje sturen is ook al super fijn. Laat weten dat je aan die persoon denkt.
Vraag regelmatig aan de persoon hoe het met hem gaat en laat zien dat je er voor hem bent.

2. Less is more
Uit ervaring weet ik dat juist kleine dingen heel waardevol zijn. Zo kreeg ik, toen ik net thuis kwam te zitten met CPTSS, een geurkaarsje van mijn vriendin “voor de donkere dagen” zei ze.
Inmiddels 3 jaar geleden, maar het heeft me zo goed gedaan dat ik dat nooit meer vergeet.
Net zoals iemand die gewoon even langs komt, maar geen vragenvuur op je af vuurt. Gewoon even ‘er zijn’ is al zo fijn.

3. Blijf checken
Al heb je misschien het idee dat jouw vriend/vriendin zicht afsluit voor de buitenwereld, laat zien dat jij er wel nog steeds bent. Vraag regelmatig hoe het gaat en laat zien dat je er bent. Houdt contact met elkaar.
Check daarnaast of er meer vrienden of vriendinnen zijn waarmee hij/zij contact kan houden. Zo draag jij het niet alleen en blijft het kringetje er.
Heeft jouw vriend/vriendin nog geen professionele hulp? Geef aan dat je die stap eventueel samen kunt zetten. Samen sta je sterk!

Tijdens de laatste afspraak bij mijn verloskundige kreeg ik een folder mee voor het kinkhoestvaccin tijdens de zwangerschap.
Vanaf 16 december dit jaar krijgen vrouwen deze tijdens de zwangerschap (gratis) aangeboden. Hierdoor zijn baby’s meteen vanaf de geboorte beschermd tegen kinkhoest. De vaccinatie wordt vanaf dat moment dan ook opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma.


Meer info: https://www.rivm.nl/kinkhoest/kinkhoestvaccinatie-voor-zwangere-vrouwen

Kort ben ik daar over in gesprek geweest. Toen ik met mijn verloskundige er over sprak, was het (nog) niet bekend dat deze vanaf 16 december gratis zou zijn. Maar dat zou voor mij ook geen doorslag hebben gegeven.
Na 16 december zou het voor mij wel last minute zijn om dan nog een afspraak te maken voor het vaccin en ik ben dan liever ‘safe than sorry’.

Wat voor mij ook de doorslag gaf is dat het RIVM deze niet voor niets in het programma opneemt. Er is gewoon een risico voor de baby.
Daarnaast geven ze het kinkhoestvaccin -als de zwangere vrouw hier niet voor ingeënt is- vervroegd aan de baby. Dat geven ze volgens mijn verloskundige dan al met 4 tot 6 weken om het risico zo klein mogelijk te maken.
Dat vind ik zelf wel erg vroeg en daarnaast blijft de baby dan nog een aantal weken onbeschermd.

Juist in de eerste weken en maanden is de baby het meest vatbaar voor kinkhoest en stelt het mij gerust, dat als ik me in laat enten tijdens de zwangerschap, de baby meteen na de geboorte beschermd is tegen kinkhoest.

De inenting stelde voor mij niks voor. Ik heb er niks van gevoeld en ook de dag erna heb ik geen spierpijn, hoofdpijn of last van andere bijwerkingen gehad.

Iedereen is natuurlijk vrij in haar eigen keuze hierin. Neem daarnaast ook niet alle info voor lief. Ik heb geen research gedaan of het bij alle GGD’s zo is dat de baby na 4 weken wordt ingeënt tegen kinkhoest als zijn/haar moeder daar niet voor ingeënt is. -Lees je in en vraag het na bij jouw verloskundige en GGD. Maak dan de keuze die voor jou, als moeder, goed voelt.

Na verschillende traumatische gebeurtenissen, praatte ik steeds minder. Het vertrouwen in iedereen was behoorlijk geschaad. Ook het vertrouwen in hulpverleners. Misschien wel juist het vertrouwen in hulpverleners. Twaalf was ik. Overleven zag ik als iets normaals, iets wat nu eenmaal zo was. 

Daar ging ik, het was niet de eerste keer, maar wel de heftigste keer: in de ambulance naar de jeugdkliniek. Vanuit de ambulance op de brancard naar het voorportaal van de separeer. Ik kende het protocol en toch probeerde ik er met man en macht onderuit te komen. 
Juist dan, werden de verpleegkundigen hardhandiger. Ik had het kunnen weten, maar opgesloten wilde ik niet, met mijn hoofd vol verdiet, onmacht, paniek en herbelevingen. Niemand leek het te snappen. 
Ze kleedden mij uit, deden mij een scheurjurk aan en fixeerden mij op het matras.



In de separeer
achter gesloten deuren
Camera’s op mij gericht 
een scheurjurk verplicht
In mijn hoofd klopte dit niet
Mijn hart zat vol verdriet
Verloor net 2 mensen
en een ‘hulpverlener’ ging over grenzen
Nu krijg ik straf
is dat niet maf?
In de separeer
achter gesloten deuren
Camera’s op mij gericht
een scheurjurk verplicht


Twee hele weken achter elkaar. Ik, alleen met de chaos in mijn hoofd. Met de onmacht, machteloosheid, reddeloosheid, paniek, herbelevingen, doodsangsten, vies. 
In een scheurjurk, 4 muren, een dikke deur met een raampje, een hard matras, camera’s en een kartonnen po. 
De kartonnen po was mijn enigste afleiding. Als ik deze in stukken scheurde, kon ik mezelf nog een klein beetje afleiden om er vormen en woorden van te maken. 

Eten kreeg ik op een kartonnen bordje, douchen moest ik onder toezicht en gepraat werd er niet.
Het voelde alsof juist ik een straf opgelegd kreeg. Ik werd opgesloten, ik werd aangepakt, ik had geen delict ondergaan, maar de benadering voelde hetzelfde.

Juist op dat moment had ik liefde nodig. Ik was geen gevaar voor een ander. Ik wilde schreeuwen, smijten met dingen, huilen tegen mijn moeders schouders, getroost worden. Ik werd afgesloten van iedereen, maar ik had juist het contact met anderen nodig.
Er was mij iets aan gedaan, maar ik zat vast.

Na 3 weken mocht ik er voor het eerst uit. De tijd uit de separeer moest opgebouwd worden. uiteindelijk hoefde ik alleen tijdens overdrachtmomenten in de separeer. Maar er werd nog steeds gedreigd met de separeer. Praten kon ik niet meer. Ik was alle dagen stil of in tranen.

Bovenstaande is maar één voorbeeld, van de vele. Op instagram heb ik gemerkt dat ik zeker niet de enige ben die zo behandeld is. Zonder te praten, zonder afleiding, in de separeer met al je demonen.
Daarom schrijf ik dit, voor jou, jij die zich hierin herkend. Het ligt niet aan jou. Dit had niet mogen gebeuren.





Het gras is altijd groener aan de overkant. Het zit in een mens gebakken om te willen hebben wat een ander heeft: Die toffe schoenen, dé perfecte relatie, een trip naar een Spaans, zonnig eiland in oktober.
Het -gras is groener aan de overkant- syndroom lijkt er stevig ingebakken.

Ik merk dat af en toe, dat als mensen feitelijk naar mij kijken, op die manier naar mij kijken. Ja, ik ben gelukkig in mijn relatie, getrouwd, een dak boven mijn hoofd die we zelf gekocht hebben, heb een leuke webshop én als kers op de taart ben ik zwanger.
Wát een paradijsje.

Dat ‘paradijsje’ heb ik keihard voor geknokt. Dat zie je er niet aan. Vanaf -ongeveer- mijn 14de tot aan mijn 29ste was het voor mij, met af en toe goede periodes, overleven. Overleven omdat ik ernstige psychische klachten had.
Er ging geen jaar voorbij zonder gedwongen opname, crisisopname, behandelopnames of intensieve therapiën. Tot ik in 2018 een interne behandeling deed tegen CPTSS.
Het blijft altijd knokken. Het voelt niet alsof ik lekker achterover kan leunen omdat ik er niet op durf te vertrouwen dat het PTSS monster me niet bij de keel zal grijpen. Hij ligt op de loer en dat weet ik. Al vertrouw ik er steeds meer op dat ik alle geleerde truucjes en tools beter in kan zetten en weet wannéér ik ze in kan zetten.

Daarnaast voel ik me nu als een bambi in de wereld staan. Wankel. Onzeker. Kan dit goed gaan? En hoe lang zal dit goed blijven gaan? Ik ben gewend om door heftige stormen te gaan, kan het water waar ik op vaar nu kalmer zijn? Het klinkt gek, maar het is wennen.

Het is niet nodig om naar het groene gras te kijken. Weet jij veel hoe de vork in de steel zit. Bovendien: Misschien lijkt de andere persoon alles te hebben, maar heeft hij of zij een narcistische partner, lekke schoenen, voelt hij of zij zich standaard eenzaam (hoeveel vrienden die ook om zich heeft) etcetc.
Van groen gras aan de overkant maak je jezelf -ten onrechte- ongelukkig.

Jarenlang liep ik tegen de lamp. Deed ik een opleiding, viel ik, stond ik weer op, probeerde ik de opleiding (met goed resultaat) weer op te pakken. Viel ik weer, stond ik weer op, probeerde ik te werken. Viel ik weer (and so on).
Wat was dat toch, waardoor ik continu toch weer in crisis verkeerde?
Wat was de reden waarom alle traumatische ervaringen me steeds harder om de oren vlogen?

Graag wil ik schrijven over mijn weg naar herstel en zal dit in delen schrijven. Het eerste deel lees je hier: weg-naar-herstel/

Nadat ik met enige regelmaat bij de crisisdienst heb gezeten en mijn man steeds vaker met de crisisdienst belde, werd ik opgenomen.
De wanhoop vloog me om de oren, een opname zou ik toch nooit meer nodig hebben? Hoe kan dat nou, dat dit nodig is en hoe kom ik hier weer uit?
In een crisisopname willen ze dat je zo snel mogelijk weer buiten staat (iets met bedden en geld) en om mijn nachtrust weer te pakken te krijgen kreeg ik verschillende medicatie voorgeschreven.
Iets waar ik fel op tegen ben, sedatie , maar wat me ook totaal niet meer uitmaakte. Alhoewel ik nog steeds ‘s nachts thee zat te drinken in de woonkamer, had ik mijn ogen wel wat langer dicht.

In de kliniek had ik -nog steeds- enorm veel last van dissociatie. We hadden de afspraak dat ze mij dan naar mijn kamer mochten begeleiden zodat de verpleging rustig contact met me kon maken met zo min mogelijk verdere prikkels.
Als ik weer contact kon maken, raakte ik standaard in paniek. Ik wist meteen hoe ver het was en dat het me voor de zoveelste keer overviel. Hoe kon ik zo doorgaan? Helemaal nu bekend was dat ik moest stoppen met mijn huidige behandeling omdat mijn psycholoog de specialiteit niet had mij verder te helpen.

Er was één verpleegkundige waar ik het fijn vond om mee te praten (en te auwehoeren). Nadat hij me op een avond uit dissociatie had geholpen en ik in paniek was, zei hij: Als je niet geholpen kan worden bij jouw huidige psycholoog, waar dan wel?
Dat verbreedde mijn blik. Hoe simpel het ook klinkt, ik was er door de kortsluiting in mijn hoofd niet opgekomen.
Zo kwam het dat ik vanaf dat moment dagelijks met mijn psycholoog belde om een plan te maken. Waar hebben ze wél de specialiteit en kan ik wel een behandeling volgen?

Na 10 nachten crisisopname ging ik, met een rits afspraken met mijn psycholoog, begeleidster en mijn man weer naar huis.

Hoe mijn weg daar verder ging, schrijf ik in het volgende deel.



Soms kun je jarenlang doorvechten. Vechten tegen allerlei monsters en draken die op je pad gekomen zijn. Die monsters en draken noemen Suus en ik ook wel trauma´s. Het kan knap lastig zijn ze te doorstaan en vooral ze aan te gaan en van ze af te komen. Toch is er een mogelijkheid om er mee om te leren gaan of zelfs helemaal vanaf te komen.

Suus en ik hebben beide dezelfde traumabehandeling gevolgd in Leeuwarden ´t Jelgerhuis. We vonden het een mooi idee om samen een blog hierover te schrijven met vragen die we beide beantwoorden.

Hoe kwam het zover/besloot je dat je traumaverwerking ging doen ( in Leeuwarden)?

Bernice: Al een lange tijd liep ik bij de GGZ. Ontzettend veel gesprekken zijn gevoerd, therapieën opgestart en net zo snel weer gestopt. Mijn hoofd werd alleen maar donkerder. Langzaamaan stopte al mijn voor mijn veilige behandelaren. Het enige wat ik echt meekreeg was ‘traumatherapie zou je nog helpen om nog iets van je leven te maken’. BAM. Die voelde ik. En met alle energie die ik nog in me had, ben ik gaan bellen. Dagenlang, wekenlang. Er ging geen dag voorbij dat ik niet aan het zoeken was naar een plek waar traumatherapie gegeven werd. Mijn behandelaren die bleven aan de zijlijn staan toekijken hoe ik ontzettend aan het strugglen was. Maar Ik hield vol, omdat ik niet wilde dat alles nog zwarter werd, dan het op dat moment al was.

Suus: Tijdens een langdurige EMDR behandeling liep ik behoorlijk klem en liep ik daardoor op alle vlakken klem. Het was thuis niet langer houdbaar en had een aantal crisisopnames.
Het was behoorlijk zwart voor mijn ogen en voelde zoveel wanhoop en machteloosheid. Als die behandeling niet werkte, wat moest ik dan nog?
Een verpleegkundige kwam – letterlijk- naast mijn bed zitten in al mijn wanhoop en zei: Maar als je daar niet meer behandeld kunt worden, waar dan wel? Het zal toch niet de enige optie zijn voor traumabehandeling?
Hij verbreedde mijn blik en zo ben ik met mijn behandelaar gaan kijken wat er meer mogelijk was, nu hij niet de specialiteit had mij verder te kunnen helpen.

Hoe heb je je voorbereid op de behandeling/ kliniek?

Bernice: Toen ik eenmaal wist dat ik de behandeling mocht volgen, bleek dat er minstens een jaar was van wachten. Dat jaar kon ik niet overbruggen. Niet alleen – want mijn hulpverleners legden langzaam steeds meer het werk neer. Want ‘Ber, was toch een wanhopig geval’. Ter overbrugging heb ik een tijdje opgenomen gezeten bij de Hezenberg. Een christelijke plek waar ze ook behandeling bieden.

Suus: In totaal stond ik een jaar op de wachtlijst. In die periode zijn er stabiliserende gesprekken opgestart, heb ik een e-module mindfulness gevolgd, ging ik naar een dagbesteding voor structuur in de dag en volgde ik een groepsmodule ‘skills’.
In die module ging ik op zoek naar welke tools mij zouden helpen bij dissociate en hoge spanning.

Er waren verschillende therapievormen, die geboden werden. Welke heeft jou het meest gebracht?

Bernice: Om heel eerlijk te zijn, vond ik álles verschrikkelijk. Maar dat kwam meer omdat je jezelf ontzettend tegenkomt. Je gaat je pijnlijkste trauma aan en dat opnieuw beleven is niet bepaald een pretje. Ik denk dat de individuele gesprekken waarin we de imaginaire exposure aangingen, het meest heftig waren, maar wel het meest hebben gebracht. Jouw trauma vertellen, waar je het liefst voor wegrent.

Daarnaast had ik heel veel aan PMT. Ik ben een sportmens, die in beweging moet blijven. Mijn motto luidt sindsdien dan ook ‘meer uit je hoofd, meer in je hart’. Bij PMT heb ik zoveel kunnen ervaren, stukjes kunnen zien waar trauma zit waarvan ik het altijd wegstopte.

Suus: Poeh, dat vind ik een lastige. Er springt niet één perse heel erg uit. Ik heb verschillende lessen uit verschillende therapieën gehaald.
Zo ervoer ik bij imaginaire exposure en exposure in vivo dat ik mijn grootste triggers wel aan kon. Hetzij met – letterlijk – zweet op mijn voorhoofd, hoge spanning, veel emoties, angst en dreigende dissociaties, maar ik kon het!
Ook ervoer ik dat die heftigheid steeds milder werd.

Daarnaast zijn er veel ‘truucjes’ en termen die ik geleerd heb, waar ik nog steeds veel aan heb. Discrimineren – benoemen wat er werkelijk anders is dan ten tijde van het trauma.
Monstergedachten – Gedachten die je belemmeren te doen wat je wil doen en misschien wel je hele functioneren belemmeren.
Tegengesteld handelen – ik had daarbij verschillende opdrachten gekregen. maar het houdt in dat je tegen je monstergedachten in handelt.
Ik had de neiging het liefst onzichtbaar door de gangen te lopen, mijn opdracht was om mensen aan te kijken en te groeten zodat mensen me zien.

Wat heeft de periode in de kliniek jou gebracht?

Bernice: Deze vraag is mij de afgelopen tijd ontzettend veel gesteld. En misschien in alles wat ik zou willen zeggen, denk ik, dat ik minder observeer, scan en kijk wie er om mij heen loopt. Hoewel – ik doe het nog, het komt terug. Maar het heeft mij enorm veel geholpen. Daarnaast is mijn index-trauma ( het trauma waarmee je daar aan de slag gaat ) niet helemaal verdwenen. Hoe graag ik dat had gewild, maar laatst was ik in een situatie waarin ik normaal compleet in paniek zou raken. Nu raakte ik niet in paniek, ik gaf aan dat ik die situatie liever niet deed. En dat ik dat kon, was meer dan ik ooit had durven dromen.

Suus: Na de kliniek heb ik geen échte crisis meer gehad. Ik heb tools die ik in kan zetten en een plan voor slechte momenten. Van tevoren hoopte ik dat ik kwaliteit van leven terug zou krijgen, en die heb ik.
Ook mijn index-trauma is niet verdwenen, maar leefbaar. Ik bevries en vlucht niet meer. Ga de triggers aan en vertrouw daar mee op mijn innerlijke kompas.

Als je terugdenkt aan de drie maanden behandeling, wat zou je dan anders gedaan hebben of juist niet?

Bernice: De eerste weken van mijn behandeling waren behoorlijk heftig dankzij groepsgenoten. Ik denk als ik iets anders had gedaan, dat ik dit nog duidelijker had willen aangeven. Daarnaast ben ik juist heel blij hoe de behandelaren en ik met elkaar elke keer weer in overleg gingen. Hierdoor kon ik het programma volgen op mijn eigen tijd en ritme. Meer sport, minder theorie.

Suus: Dan had ik mezelf een tijd opgelegd om op bed te gaan. Soms heb ik het véél te laat gemaakt omdat ik nog zoveel lol had met andere groepsgenoten. Dat terwijl ik gesloopt was na een therapie-dag en de volgende dag de wekker weer vroeg ging om, om 07:00 te gaan hardlopen buiten.

Hoe zie jij jezelf nu ruim een jaar verder na je behandeling?

Bernice: Deze vraag zou ik wel willen ontwijken. Want wat is er een bizar heftig jaar voorbij gegaan. Ik sta totaal niet daar, waar ik staan wil en ben net gestopt bij GGNet Scelta omdat mijn hoofd te vol raakte. Ik voel me terug bij af. Er is aangegeven opnieuw traumabehandeling te volgen en dat doet pijn. Ik hoopte dat ik echt een stuk verder was, dan waar ik nu sta. Maar zoals een vriendin van mij eens zei; ‘Soms is je boom aan de bovenkant niet aan het groeien, maar zijn de wortelen in de grond je fundament aan het vergroten’. Ik hoop dat ik daar mee bezig ben en niet terug ben bij af.

Suus: Het voelde heel bambi-achtig om thuis te zijn, om weer in mijn woonplaats contacten op te doen en mijn leven op te bouwen.
Na 3 maanden kliniek begon het pas, had ik soms het idee. De kliniek was een warm bad, daar keek niemand je gek aan als je je tools nodig had, je je terug trok, je even uit moest rusten, je in paniek was door een trigger etcetc.
In mijn omgeving dacht iedereen dat ik er was, mijn behandeling was immers afgerond. Maar ik was – maandenlang – onwijs moe en ik zag in het begin lang niet altijd meteen welke tool ik wanneer in moest zetten.

Op een gegeven moment had ik steeds een beetje meer energie en begonnen er kwartjes op hun plek te vallen. Mijn man vroeg me wanneer ik met mijn webshop zou beginnen die ik altijd al had willen hebben.
Met zijn vertrouwen in mij ben ik die begonnen: www.postvansuus.nl
Daarnaast kreeg ik steeds meer rust en vertrouwen in mezelf dat we onze andere wens ook in vervulling mochten en konden brengen: we verwachten ons wondertje in januari 2020.

Zijn er naast de therapiëen ook andere dingen waar je veel aan hebt gehad?

Bernice: Voor mij waren dat de gesprekken die ik had met de socio’s. Sommigen hebben me echt op mijn diepste momenten er doorheen gesleept. Door zichzelf te zijn, hun mens zijn te laten zien en mee te denken waar dat nodig was. Daarnaast heb ik een heel waardevol gesprek gehad met een PMT therapeute. Soms tussen de therapieën door, was daar tijd voor.

Suus: Van binnenuit had ik standaard het gevoel dat ik ‘er niet mocht zijn’. In de kliniek heb ik beetje bij beetje mogen ervaren dat mensen mij oké vinden en het leuk vinden met me om te gaan.
Daarnaast heb ik ontzettend waardevolle gesprekken gehad met de systeemtherapeute en heeft een creatieve therapeut extra tijd voor mij gemaakt om bepaalde beelden, die ik in mijn hoofd had, uit te tekenen en te verbranden.

Wat waren naast alle heftige therapieën, leuke dingen die je hebt beleeft?

Bernice: HOW ABOUT SARDIENTJE? Okay, geloof me. Ik weet niet hoe vaak we het gedaan hebben. Maar vaak! Ik heb op de gekste plekken verstopt gezeten. Keukenkastjes, waszakken, achter kasten die we eerst verplaatst hadden, etc. Een van de mooiste situaties was dat we besloten een verdieping naar beneden te gaan. Op zoek in een totaal andere gang met ontzettend veel deuren. En ineens viel er een deur in het slot. We konden er niet meer uit en hebben alle deuren geprobeerd die op andere klinieken uitkwamen. Uiteindelijk was er een deur die uitkwam op de gang richting het ziekenhuis. Gered!

Suus: JAAA, sardientje! Wat hebben we gelachen, in waszakken, achter gordijnen en stoelen. Hi-la-risch.
Mijn liefde voor pannekoek stapels is hier ook geboren. In het eerste weekend op de kliniek bakte Bernice een huge stapel en aan het einde van de behandeling nogmaals. Het was super mooi weer, dus hebben we die lekker buiten opgegeten.

Wil je meer weten over de traumaverwerkingskliniek t’Jelgerhuis van GGZ Friesland. Klik dan even door naar deze link.