Category

Taboes

Category

Over een depressie wordt steeds opener gesproken, maar veel kanten blijven toch onbelicht. Eén van de dingen die in de taboesfeer blijft hangen is dat wat een depressie met je seksleven doet/kan doen. We willen bij MJZENV die onderwerpen wel bespreekbaar maken, dus vandaag en de komende twee vrijdagen kun je een blog lezen over dit thema.

In Nederland heeft ongeveer 5% van de volwassenen jaarlijks last van een depressieve episode. Een depressie heeft in veel gevallen gevolgen voor de seksuele relatie van iemand. Er is vooral sprake van minder behoefte aan en zin in seks. Uit onderzoek blijkt dat 50% van de vrouwen en 40% van de mannen tijdens een depressie minder zin hebben in seks. Dat hoeft natuurlijk niet bij iedereen zo te zijn, je kunt ook bij de 12% van de mensen horen die juist tijdens de depressie meer zin krijgt in seks. (Herder, De Boer, Griffioen, Waldinger & Knegtering, 2015)

Als ik naar mezelf kijk, is mijn seksleven zo’n beetje het enige waar niet iets mee mis is in mijn leven. Natuurlijk heb ik ook periodes waarin ik het ander is of ik minder zin heb, moe ben of door andere omstandigheden minder seks heb, maar over het algemeen genomen is mijn seksleven zelfs verbeterd. Op dat gebied voel ik me ook even geen mislukkeling. en gelukkig begrijpt mijn man het ook en accepteert hij het wel als het minder gaat of ik even niet wil maar daar in tegen, zijn we zelfs op ontdekkingstocht gegaan en nieuwe dingen aan het ontdekken, iets wat ons seksleven juist alleen maar spannender maakt. En koopt hij soms lingerie voor me en laat dan weten dat ik wel mooi ben. Ik had nooit verwacht dat ik bij die 12% hoor, helemaal als je ziet hoe donker mijn gedachtes en gevoelens soms zijn. Maar dat is bij iedereen natuurlijk anders.

Depressie en seksualiteit gaan bij mij redelijk goed samen. Er is in ons seksleven niet heel veel veranderd sinds ik in mijn depressie ben beland.
Het enige wat eigenlijk veranderd is, zijn mijn gedachten wat betreft het ‘belang’ van seks in een relatie. Vroeger kon ik enorm onzeker zijn als wij bijvoorbeeld twee weken geen seks hadden gehad. Immers, we zijn jong en dat hoort toch en waarom is dat bij ons dan niet zo? Nu denk ik daar een stuk makkelijker over. Of dit door mijn depressie komt of omdat we al steeds langer bij elkaar zijn, weet ik niet.
Wij zijn nooit een stel geweest dat hele dagen met elkaar lagen te rollebollen (om het maar even zo te zeggen). Wij vinden seks belangrijk, maar niet het belangrijkste. Intimiteit is op zoveel manieren te bereiken,
dat hoeft niet altijd door seks. Natuurlijk is het fijn en belangrijk, maar wij vinden het samen zijn en knuffelen en praten in bed net zo belangrijk.

Herder, T., de Boer, M., Griffioen, T., Waldinger, M. en Knegtering, R. (2015). Psychiatrie psychofarmaca en seksuologie. Handboek Seksuologie.

We deden een oproepje aan jou, als lezer, om een gastblog te schrijven en in te sturen. Chantal schreef al eerder een gastblog voor ons en wil vandaag opnieuw haar verhaal delen.

Sommige dagen vallen zwaarder dan andere dagen, iedereen zal dit kunnen beamen. In sommige periodes komen je struggles vaker naar boven, zijn ze heftiger. Ik heb dit zelf altijd in de winter, dan komt mijn winterdepressie weer om de hoek kijken. Alleen mijn winter begint helaas al vroeg. Mijn vader is in oktober 2016 plotseling overleden waardoor het eigenlijk vanaf oktober al heel zwaar voor me wordt.

Elk jaar weer lijkt het gemis van papa erger te worden en dit is niet alleen bij mij, maar ook bij mijn zusje. Dit jaar ook weer: ‘s ochtends voelde ik al dat het een zware dag zou worden. Ook voor mijn zusje was dit het geval. ‘s Ochtends om half 8 hingen wij al met elkaar aan de telefoon om even ons hart te luchten en even te horen dat we er niet alleen voor staan. Dat we elkaar hebben en dat we er samen wel doorheen zouden komen.

De rest van die dag ging eigenlijk best goed, tot mijn verbazing. Toch merk ik wel dat ik het rouwen om zijn dood vier jaar heb uitgesteld en dat dat wellicht een reden is dat het gemis elk jaar erger wordt. Wel merk ik al resultaten van de rouwverwerking -welke ik heb opgestart met mijn behandelaren. Want ondanks dat het gemis er niet minder om wordt, kan ik wel al beter over papa praten en merk ik wel dat ik iets meer vrede begin te krijgen met het feit dat hij er niet meer is.

Ik heb mezelf voorgenomen om weer te stoppen met blowen, omdat ik weet dat papa daar echt een hekel aan had. Dat wat ik in huis heb, rook ik nog op. Zeker vandaag zal ik dit wel kunnen gebruiken om een beetje normaal in slaap te kunnen komen, zeg ik tegen mezelf om een soort excuus te hebben waarom ik niet meteen stop.

Toch wil ik er wel echt mee stoppen en kies ik ervoor dit al tegen de mensen om me heen te zeggen, zodat zij mij hier ook in kunnen steunen. Mijn vriend, mijn beste vriendin, maar ook mijn behandelaren heb ik verteld dat ik er weer mee wil stoppen. Ja je leest het goed: “weer”. Twee dagen nadat mijn vader overleed, ben ik namelijk ook gestopt met blowen en ik was er 2,5 jaar vanaf. Dit heb ik nu weer gedaan en ik zal het nu langer volhouden, ik ben het zo zat om elke ochtend zo verrot wakker te worden puur omdat ik die zooi rook.

Ik ben nu een week verder en moet zeggen dat het me best wel zwaar valt, maar toch voelt het wel heel goed dat ik het alweer een week volhoud nu. Alleen mijn slaapritme is een beetje naar de knoppen nu: ik val laat in slaap en doorslapen zit er momenteel ook niet echt in. Dit heb ik ook bij mijn behandelaren aangegeven en we hebben afgesproken dat we naar een oplossing gaan kijken als dit over een maand nog steeds het geval is. Anders ga ik er aan onderdoor, want een slaaptekort is niet bepaald goed voor je humeur of depressie.

Ook wil ik graag stoppen met normaal roken, maar dit wil ik pas gaan doen als ik geen last meer heb van m’n ontwenningsverschijnselen van het blowen. Ik moet niet alles in één keer willen doen, dan leg ik de lat namelijk te hoog en is de kans groot dat ik één van de twee dingen toch niet volhoud. En een teleurstelling om iets wat juist een goede stap moet zijn, is het laatste wat ik wil.

Weer een stap in de goede richting, ook al ben ik er nog lang niet. Je kunt niet alles in één keer veranderen en ik ben trots op de stappen die ik nu zet. Ik hoop dat mijn papa van boven meekijkt en ook ziet dat ik echt wel mijn best doe, ook al gaat het niet altijd zoals ik zou willen, of zoals het zou moeten. Ik maak ook zeker nog wel fouten en heb af en toe een terugval in bepaalde dingen. Ik doe het meeste wel op eigen kracht en ik hoop gewoon dat hij daar, net als ik, onwijs trots op is.

Een paar weken terug was de intocht van Sinterklaas weer op tv te volgen en de komende weken staan voor veel kinderen in het teken van de goedheiligman. Vroeger geloofde ik zeker in zijn bestaan. Door alle volwassenen om mij heen werd immers verteld dat Sint en Piet alle cadeautjes brachten, prachtig vond ik het! Maar hier zat ook een keerzijde aan. In deze blog vertel ik jullie meer over hoe ik nu als moeder omga met dit feest. 

In de opvoeding van mijn dochter vind ik eerlijkheid heel belangrijk. Ook leugentjes om bestwil vermijd ik zoveel als mogelijk. Ik wil dat mijn dochter leert dat zij altijd eerlijk moet zijn en dit zal ik ook naar haar zijn. Maar hoe moet dat met Sinterklaas? Hoe goed bedoeld het ook is, in mijn ogen valt ook dit onder de categorie “liegen”, iets wat ik voor haar dus niet wil. Wat mij betreft komt het Sinterklaasfeest zoals dit de afgelopen decennia is gevierd er op neer dat je je kinderen jarenlang voorliegt. 

Ik kan me als kind herinneren dat ik het behoorlijk beangstigend vond dat er ‘s nachts mensen binnenkwamen om cadeautjes te brengen. Nachten lang sliep ik slecht en in de aanloop naar Sinterklaas had ik soms buikpijn van de spanning. Door menig volwassen persoon om mij heen werd ook nog even benoemd dat je in de zak mee zou moeten naar Spanje als je niet lief was, of dat piet je de roe zou geven. 

Mijn dochter is pas twee jaar oud en dus krijgt ze er nog niet zoveel van mee. Ik hoor om mij heen veel ouders “klagen” over het gedrag van hun kinderen rondom de sinterklaastijd. Dat zal de “spanning” wel zijn. In mijn ogen vieren wij Sinterklaas om onze kinderen een leuke tijd te bezorgen en niet om ze weken lang met een hoop onnodige stress op te zadelen. Want voor wie is dit dan eigenlijk leuk? Voor ons als ouders om te zien hoe onze kinderen in het hele verhaal opgaan? 

Wij kiezen er bewust voor om onze dochter vanaf het begin te vertellen dat Sinterklaas niet bestaat. Sinterklaas en Piet zijn verkleedde mensen in een pak. Ik zal haar later vertellen over de geschiedenis van dit feest. Ze mag haar schoen zetten zodat papa en mama er een cadeautje in stoppen en we vieren pakjes avond met pepernoten, chocomel en cadeaus. Cadeaus die papa en mama hebben gekocht. Voor ons net zo leuk! 

Iedereen is uiteraard vrij hierin een keuze te maken. Ik zal mijn dochter ook vertellen dat ze dit niet tegen andere kinderen mag vertellen, die keuze is niet aan mij namelijk. Er zijn ongetwijfeld veel meer mensen die Sinterklaas op de traditionele manier vieren. Hoe gaan jullie om met het sinterklaasverhaal tegenover je kinderen? 

Twee maanden geleden begon ik met een klinische behandeling van drie maanden. Een behandeling gericht op mijn traumaklachten. Voorafgaand aan de behandeling was er eigenlijk maar één ding dat me bezighield: het eten in de kliniek. Na talloze opnames is het voor mij wel duidelijk dat het per groep en behandeling verschilt of, hoe en wat er gekookt wordt. Van mensen die eerder deze behandeling hadden gevolgd, had ik hele uiteenlopende berichten gehoord: ‘je mag blij zijn als je niet iedere avond broodjes knakworst eet’ en ‘een grote stapel pannenkoeken staat regelmatig op het menu’ en ‘ik kookte dingen die bijna niemand kende’ en alles daar tussenin. Ik wist dus echt niet wat ik kon verwachten.

Ik was vooral bang dat mijn groepsgenoten niet bereid zouden zijn om rekening te houden met mijn coeliakie en lactose-intolerantie. Ik was bang dat ze zouden denken dat ik glutenvrij eet, omdat ik “hip” wil zijn. Ik was bang dat ze me zouden afwijzen, omdat ik te ingewikkeld zou zijn op het gebied van eten -nog even los van alle andere mogelijke gronden voor afwijzing die ik me kon indenken.

In de intakeprocedure had ik deze angsten en twijfels op tafel gelegd en daar werd mij geadviseerd om contact op te nemen met de sociotherapeuten als ik een startdatum zou hebben. Zo gezegd, zo gedaan. Toen ik een startdatum had, belde ik een dag later de sociotherapeuten. Tot mijn grote verbazing kreeg ik een sociotherapeut aan de lijn die zelf coeliakie heeft. Dat was ontzettend fijn, want zij begreep mijn angsten. Ze wist van binnenuit hoe nauw kruisbesmetting komt. Ze snapte heel goed dat coeliakie niet gaat over het willen volgen van een hype, maar dat het ‘gewoon’ een auto-immuunaandoening is. We maakten wat afspraken en ze stelde me gerust: als er onvoldoende eten zou zijn, mocht ik met de pinpas van de kliniek boodschappen doen.

Gewapend met drie bakken lactosevrije kwark, een zak muesli, glutenvrij brood en een bakje bevroren pompoenpindastoofpot meldde ik me een aantal weken later bij de kliniek. Tijdens de lunch maakte ik kennis met mijn groepsgenoten. Na een voorstelrondje vroeg één van hen, ‘heb je ook dieetwensen?’ Het zweet brak me uit en voorzichtig heb ik gezegd dat ik coeliakie en een lactose-intolerantie heb. Ik vervolgde, ‘ik eet in principe ook vegetarisch, maar als het allemaal te ingewikkeld wordt, wil ik ook wel een keertje vlees eten. Ik heb trouwens lactasepillen, dus die lactose-intolerantie kan ik ondervangen. En ik wil ook zelf wel koken hoor.’ Mijn hart zat in mijn keel terwijl meerdere groepsgenoten reageerden: ‘ik eet ook vegetarisch, dus dat komt wel goed.’ ‘Het is een uitdaging, maar we gaan gewoon voor je koken hoor.’ ‘Als jij ons wil uitleggen wat je wel en niet mag, dan komen we een heel eind.’
Wát een opluchting was die reactie.

Inmiddels zijn we twee maanden verder en al mijn groepsgenoten hebben zich aan hun woord gehouden. Ik heb in geen enkele kliniek zó gevarieerd, uitgebreid en lekker gegeten als ik in de afgelopen twee maanden deed in deze kliniek. En daar ben ik mijn groepsgenoten ontzettend dankbaar voor.

Na aanleiding van mijn eerdere blog “Vind je het hebben van kinderen leuk?” schrijf ik nu een vervolg. Deze blog gaat over de reacties die ik kreeg, wat die reacties met mij deden en hoe het nu gaat.

Ik wilde mijn vorige blog eerst anoniem online zetten, omdat het toch wel erg persoonlijk is. Er rust een behoorlijk taboe op dit thema en ik vond het een behoorlijk grote stap om dit vanuit mijn eigen naam te doen. Iemand van ons MJZENV-team vroeg me of ik het ook aandurfde om ‘m onder mijn eigen naam te publiceren en na lang twijfelen heb ik dit gedaan.

De ochtend dat de blog online zou komen, had ik echt kriebels in mijn buik. Hoe zullen de lezers erop reageren? Zullen meer ouders zich hierin herkennen? Is het niet te persoonlijk? Zullen de lezers het überhaupt wel wat vinden?

Maar niets was minder waar: ik werd overdonderd met appjes en reacties op Facebook. Reacties met begrip en herkenning, met steun en support. Ik kreeg terug dat ik zo open en mooi had geschreven. En dat had ik allemaal niet verwacht.

Nu zijn jullie vast benieuwd hoe het nu gaat. We zijn inmiddels een paar weken verder en ik zou het liefste willen vertellen dat het beter gaat. Echter, met de feestdagen voor de deur en de coronamaatregelen die nog steeds gelden wordt het er niet makkelijker op. Eerder moeilijker zelfs.

Zwemles die ineens niet meer doorging en dagbesteding die ineens een dag minder werd… het hakte er allemaal in bij de kinderen. Zeker de oudste had het daar erg moeilijk mee, waardoor hij erg dwars werd. Hij kan niet goed tegen verandering, wat het voor mij alleen maar zwaarder maakte. Gelukkig is mijn schoonmoeder hier in huis om mij daarin te steunen, want alleen kan ik het gewoon nog niet.

Ook kwam er nog eens bij dat mijn man na maanden thuis weer ging werken. Dat was voor iedereen omschakelen, ook voor mij omdat hij er altijd was en nu ineens de hele week weg is. Maar de allerkleinste had daar het meeste moeite mee: elke ochtend zocht hij in huis naar papa. Als we zeiden dat papa aan het werk was, leek hij het niet te begrijpen. Ook begon ik met wat werkzaamheden op kantoor, iets waar iedereen aan moest wennen.

Momenteel vind ik het hebben van kinderen nog steeds niet leuk, maar ik kan er wel steeds meer van genieten. Dat genieten is voor mij al een grote stap vooruit. Uiteindelijk hoop ik het weer leuk te gaan vinden, maar die weg is nog lang.


Op 31 oktober 2020 was het zover. Het was dé dag: mijn tweede keer Last Man Standing. 

Last Man Standing is een evenement dat georganiseerd wordt door Stichting Mind. Het doel is om geld op te halen dat gebruikt gaat worden om psychische problemen bij jongeren te voorkomen. Een deel van het geld gaat ook naar het ondersteunen van jongeren met psychische problematiek. Dit jaarlijks terugkerende evenement vindt normaalgesproken op het water plaats: je staat dan 6 uur op een paal in het water.

Ik stond dit jaar voor Stichting Zebra. Zij geven voorlichting aan GGZ personeel, artsen, naasten en lotgenoten die te maken hebben met zelfbeschadiging. Zelf ben ik twee keer naar de Self Injury Awareness Day geweest die zij hadden georganiseerd. Ook de picknick die Zebra had opgezet, vond ik gezellig en fijn.

Voor mezelf stond ik om het taboe rond automutilatie te doorbreken, zowel onder de mensen of als een wond verzorging nodig heeft. Vorig jaar stond ik op een paal in het water, nu op een krukje op mijn terrasje van de kliniek. Vanwege corona was het nu niet met z’n allen op het water, maar moest iedereen het thuis/in z’n eigen omgeving doen. Het was zwaar maar het was het waard. Op het eind kwam een gedeelte van de kliniek waar ik behandeling volg, mij aanmoedigen en begeleiding kwam tussendoor kijken. 

Ik ben dankbaar dat ik deze kans heb gekregen en dat ik mijn stem mag gebruiken voor hen die het moeilijk hebben. Volgend jaar sta ik, hopelijk, op een paal in het water en dit keer met team Mijn Glimlach 🙂

Deze week is het de Week tegen Kindermishandeling en we willen hier als team aandacht aan besteden. Uit diverse onderzoeken komt namelijk naar voren dat minimaal 3% van de kinderen in Nederland te maken heeft met kindermishandeling. Hierbij worden alleen de kinderen meegeteld bij wie hulpverleners de mishandeling hebben gesignaleerd. In veel gevallen wordt de mishandeling helemaal niet opgemerkt, dus men verwacht dat dit werkelijke aantal veel hoger ligt. (Alink e.a., 2018) Uit zelfrapportages onder leerlingen van groep 7 en groep 8 blijkt namelijk dat 27% te maken heeft gehad met één of meerdere vormen van kindermishandeling (De Augeo Taskforce, 2016 & Vink, e.a. 2016). Dat verschil is dus enorm. Juist die onzichtbare gevallen leiden vaak tot de meeste schade. In deze blog gaat het over de onzichtbaarheid van de mishandelingen en de onzichtbaarheid van de gevolgen.

Toen ik op sociale media de hashtag #weektegenkindermishandeling tegenkwam, moest ik even slikken. Ik durf inmiddels te zeggen dat ik te maken heb gehad met huiselijk geweld. Maar kindermishandeling? Nee, dat klinkt veel te heftig. En zo heftig was het niet -denk ik vaak. Toch is kindermishandeling wel de officiële benaming voor dat wat ik van jongs af aan heb meegemaakt.

Misschien ken je de uitspraak van WarChild wel: ‘je kunt een kind uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind?‘ Opgroeien in een onveilige situatie, een situatie met huiselijk geweld en of kindermishandeling vergelijk ik vaak met een privé-oorlog. Inmiddels ben ik uit die privé-oorlog, want ik woon niet meer thuis en ben op een veilige plek. Echter, die oorlog is daarmee niet uit mijn hoofd, want nog dagelijks moet ik omgaan met de sporen die het heeft achtergelaten.

De verleden tijd is voor mij de onvoltooide tijd.

Het zijn niet de klappen of koude douches die me dagelijks bezighouden. Ja, de herinneringen hieraan -en aan nog zoveel meer- komen nog regelmatig als herbelevingen en flashbacks voorbij, maar daar heb ik in verhouding niet zoveel last van. Wat veel meer impact heeft gehad, is de constante dreiging. De eerste 23 jaar van mijn leven heb ik continu in angst geleefd. Ik was altijd bang voor geweld, voor de afwijzing en voor de vernedering. Altijd bang zijn voor hoe een pet staat. Nooit weten wat je aan zult treffen als je uit school komt. Bang voor ruzies als er vriendjes of vriendinnetjes over de vloer waren. Bang voor hun afwijzing en bang voor mijn eigen schaamte. Dag in dag uit. Het heeft me mijn kind-zijn ontnomen.

Ik voelde vroeger heel goed aan dat het thuis niet oké was. Altijd buikpijn en hoofdpijn. Niet durven huilen en niet meer vertellen dat ik bang of verdrietig was. Het werd toch allemaal weggemaakt. Al heel jong leerde ik om te dissociëren van mijn gevoel en van de werkelijkheid. Het was nodig om de oorlog te kunnen overleven.

Ik heb talloze keren om hulp gevraagd. Direct en indirect. Bij juffen en meesters, bij docenten op de middelbare school, bij mijn behandelaren… maar niemand greep in. Een aantal jaar geleden zag ik dit filmpje. De orthopedagoog in het filmpje sluit haar verhaal af met de woorden, ‘de meeste cliënten zeggen dat ze het heel vaak verteld hebben, maar dat niemand ze gehoord heeft’. Het is precies wat ik zó ontzettend vaak gevoeld heb, maar niet onder woorden kon brengen.

Het voelde vroeger vaak alsof ik gek was. Alsof ik degene was die het fout deed. Langzaam leer ik dat dat niet zo was. Ik voelde het wel goed aan. Mijn lijf heeft altijd heel duidelijk aangegeven wat ik wel en niet fijn vond, maar ik kon er niet naar handelen. En daarmee heb ik geleerd om niet op mijn lijf te vertrouwen en het vooral te haten.

Ik heb een valse start gehad. Ik heb geen basis kunnen leggen om de rest van mijn leven op verder te bouwen. Ik heb niet geleerd hoe het is om lief te hebben en respectvol met jezelf, elkaar en de wereld om te gaan. Maar bovenal heb ik niet geleerd wat liefde is. En is dat niet wat kinderen nodig hebben, als plantjes water?

Maak je je zorgen om iemand of heb je zelf te maken met een onveilige thuissituatie? Blijf er niet alleen mee zitten, maar maak het bespreekbaar. Soms kan alleen het verhaal delen je al helpen en soms is een beetje advies ook heel fijn. Via 0800-2000 kun je bij Veilig Thuis terecht voor advies en hulp. Ben je getuige of slachtoffer van seksueel geweld? Bel Centrum Seksueel Geweld via 0800-0188.

Bronnen:
– Alink, L., Prevoo, M., van Berkel, S., Linting, M., Klein Velderman, M. & Pannebakker, F. (2018). NPM-2017: Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen. Leiden: Universiteit Leiden/ TNO.
– De Augeo Jongerentaskforce (2016). Ik heb al veel meegemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACEs) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Driebergen-Rijssenburg: Augeo.
– Vink, R., van der Pal, S., Eekhout, I., Pannebakker, F. Mulder, T. (2016). Ik heb al veelgemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACE) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Leiden: TNO.

Hoera, een meisje! Zit je al op een grote roze wolk? Nee? Dat is waar mijn verhaal ook begint… Eerst zal ik me even voorstellen. Mijn naam is Daisy, nog lang geen 30 en woonachtig in het prachtige Friesland. Wel een echte import Fries (geboren en getogen in Hoorn NH), getrouwd met Hessel en sinds maart 2019 grutske mem. Nu hoor ik je denken: ‘grutske mem’? Ja, grutske mem. Aangezien wij in Friesland wonen en wij onze dochter de Friese taal meegeven beschrijf ik mijn gevoel als moeder in het Fries. In het Nederlands kan je gewoon zeggen ‘trotse mama’!

Ondanks dat ik die roze wolk niet zo heb ervaren, ben ik namelijk een super trotse mama. Speelt onze dochter in de speeltuin met andere kindjes? Ik glunder van oor tot oor. Leest ze haar boekjes voor aan onze kat Duke? Gniffel ik zachtjes terwijl ik dit tafereel film. Ik ben zo gelukkig met ons meisje (en natuurlijk is haar heit/papa net zo gelukkig met ons gezin en ik met hem). En toch kreeg ik na de geboorte in de kraamweek een gevoel wat ik absoluut niet had verwacht en ook absoluut niet herkende.

Een zware zwangerschap en een inleiding
Tijdens mijn zwangerschap zat ik vanaf week 19 thuis. Harde buiken en onverklaarbaar vochtverlies in combinatie met enorme buikpijn, maakte de zwangerschap best wel zwaar en ook zeker spannend! Hoe langer onze Mini in mijn buik bleef zitten, hoe beter het voor haar ontwikkeling was. Toen ze vanaf 37 weken steeds minder begon te bewegen in mijn buik, vond ik het echt spannend worden. Met 37 weken en 6 dagen werd dan ook besloten om de volgende dag te beginnen met inleiden. Ik kies bewust voor het woord beginnen: Mini zou op 5 maart geboren worden. Op mijn verjaardag dus! Het mooiste verjaardagscadeautje ooit. Maar uiteindelijk is het pas op 11 maart gelukt om haar gezond en na een pittige bevalling en spoedkeizersnede op de wereld te zetten.

Wat een geluk
Wat een mooi meisje en wat doet ze het goed! En wat een enorme bos haar heeft ze! Wat is iedereen trots en blij! Het eerste kleinkind voor mijn ouders en het tweede kleinkind voor mijn schoonouders. Wat een geluk! Na een paar prettige dagen in het ziekenhuis mochten we naar huis. Daar zouden we voor het eerst kennis maken met onze kraamhulp. En pfieuw… gelukkig daar troffen we het mee!

De kraamtranen
Toen begon de kraamweek. En tegelijkertijd begon toen pas het herstellen van de bevalling en keizersnede én het wennen aan de nieuwe samenstelling van ons gezin. Van tevoren had ik daar weinig verwachtingen van omdat ik me er echt geen voorstelling van kon maken.

En toen kwamen ze: De Kraamtranen. Wist ik veel dat ongeveer 80% van alle kersverse moeders te maken krijgt met kraamtranen. Eerlijk? Ze overvielen me best wel. ‘Normaal’ gesproken, als je fysiek fit bent, kan je mentaal best wel wat opvangen. Want zo’n powervrouw is niet omver te blazen toch? Nou, deze powervrouw was na haar keizersnede fysiek een vaatdoek (achteraf gezien dan hè, want toen vond ik mezelf zo sterk als spiderman en alle andere superhelden bij elkaar).

Grijze wolken
De roze wolk ging al heel snel weg en maakte plaats voor grijze wolken die ook al aardig snel donker kleurden. Maar dit was niet het gevoel dat ik, als kersverse moeder en powervrouw, wilde ervaren. Ik hoor je denken: maar dat zijn kraamtranen en het komt allemaal goed, het is gewoon even wennen.

En natuurlijk was het ook wennen, maar het bleek al snel meer te zijn dan ‘gewone’ kraamtranen. Dit gevoel was er niet zomaar en in mijn geval had het niets te maken met onze dochter of mijn liefde voor haar. Bij mij ging het om dingen die ik in het verleden had meegemaakt, zoals een lange relatie die op een vervelende manier stuk liep, waarna er onder andere een huis verkocht moest worden.

Tijdens mijn kraamweek dacht ik alleen maar: “was alles maar weer normaal”. Want de donkere wolken vond ik alles behalve normaal. Natuurlijk word je geleefd in de kraamweek, maar als je je op dat moment niet lekker in je vel voelt zitten en er veel donkere wolken boven je hoofd hangen, is dat echt niet fijn!

Drang naar controle
Controle, controle en nog eens controle, daar draaide mijn leven ineens om. Nooit had ik gedacht ik dat ik het zo fijn zou vinden om controle over mijn leven te hebben. En je raadt het al, tijdens de kraamweek had ik juist geen controle, werd ik totaal geleefd en voelde ik mezelf heel zwaar en donker. Ik vond het heel zwaar om me zo te voelen, ik vond dat ik heel blij moest zijn! Ik wilde mijn normale leven weer terug waarin ik me goed voelde. Met normaal bedoelde ik weer fysiek fit, lekker aan het werk en controle over ons leven hebben. Want dan, ja dan, zou ik vast sterk genoeg zijn om mijn ‘mentale poorten’ lekker dicht te houden.

Rode vlag! Dit kan en mag niet de bedoeling zijn na een bevalling. Mijn tranen kwam vaak alleen als mijn man in de buurt kwam, maar als hij wegging voelde ik me ook rot. Dat was voor hem het moment om aan de bel te trekken. Hij ging naar de huisarts om die middag nog een afspraak te ‘eisen’. Want dit soort situaties doen zich natuurlijk altijd voor op vrijdagmiddag.


Vallen en opstaan
En wat heb ik het daarmee getroffen. We hebben gelukkig een hele fijne huisarts en ook op dit gebied wist ze precies wat ze met mij aan moest. Na overleg met de POP-poli in het ziekenhuis werd er een plan bedacht om mij weer heerlijk de ‘oude’ Daisy te laten zijn. Was dat binnen een week klaar? Nee, maar de eerste stappen werden gezet. Ik kreeg medicijnen en een aantal gesprekken met de huisarts. Erna kon ik starten met EMDR (therapievorm). Dit was het wondermiddel in mijn geval. Ik heb er zelf keihard voor moeten werken, maar ik kan echt zeggen dat ik er bovenop ben.

Hoe gaat het nu?
Is de ‘oude’ Daisy dan terug? Nee! Absoluut niet zelfs. Ik ben ervan overtuigd dat er een veel leukere en meer enthousiaste Daisy achter de ‘mentale poortjes’ vandaan is gekomen.  Het heeft me zo enorm veel gebracht. Als mijn fysieke gestel het zou toelaten, zou ik nu huppelend door een veld met bloemen willen dansen, samen met mijn dochter en man, en genieten van alle vogels en beestjes. Want dat is waar ik onwijs van kan genieten. Klinkt degelijk hé? Maar de kleine dingen in het leven kunnen echt het verschil maken.

Mijn tip voor iedereen is dan ook om echt te genieten van de allerkleinste dingen. Want ook hier geldt, wie het kleine niet eert, is het grote niet ‘weerd’.

Postnatale klachten
Had ik een klassieke postnatale depressie? Nee, dat denk ik niet. Ik had geen hekel aan mijn kind. Ik was niet van plan mijn kind, partner of mijzelf iets aan te doen. En nee, ook had ik niet de wens om alles terug te draaien naar het oude. Dit zijn veel voorkomende symptomen van een klassieke postnatale depressie. Ik had die symptomen dus niet, maar de hormonen, mijn fysieke gesteldheid tijdens en na de bevalling, het traject naar zwanger worden en de zwangerschap zelf, kunnen wel allemaal triggers zijn om een postnatale depressie te krijgen. Zonder de klassieke kenmerken.

Maar van welke symptomen je last hebt, maakt niets uit! Ieder negatief symptoom na de bevalling is vervelend en wil je natuurlijk niet en al helemaal niet als je net een kindje hebt gekregen. En de taboesfeer die er heerst over mentale klachten na de bevalling maakt het al helemaal niet makkelijk om erover praten.

Maar als ik je één tip mag geven, praat! Met wie? Dat maakt niet uit! Zolang het maar iemand is waar jij je goed bij voelt en wie jij vertrouwt. Samen sta je sterker dan alleen en kan je het juiste pad gaan bewandelen.

Mijn missie
Mijn missie na mijn mentale dip na de bevalling is om mentale struggles na de bevalling bespreekbaar maken en het taboe te doorbreken. Voor mijn bevalling werkte ik in de financiële wereld, maar hier zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet naar terugkeren. Ik ga mijn hart volgen! Ik droom ervan om mijn missie en ervaring te gebruiken in een eigen zaak. Ik wil elke mem/moeder zich weer een powerwoMEM laten voelen! Ik voel mij elke dag een beetje meer powerwoMEM worden en daar ben ik ontzettend trots op. Dus aan alle superwoMEM: ga ervoor en maak je gevoel bespreekbaar! Wil je mij volgen op mijn pad? Volg mij dan op instagram: Memmeleafde.

Dit verhaal is eerder geplaatst op ouders.nl

Heel lang heb ik het voor de buitenwereld verborgen gehouden en gedaan of er nooit wat aan de hand was. Ik deed alsof mijn relatie perfect was. Maar niet was minder waar. Mijn ex was verslaafd aan alcohol.

Ik duik een heel stuk in mijn verleden. Op mijn 12e kreeg ik een relatie met een jongen die vijf jaar ouder was dan ik. Hij mocht dus al drank kopen en we waren in de leeftijd dat we vooral feest vierden, dronken en rondreden op scooters. Alles was nog leuk en nieuw en je ging dingen uitproberen.

Van huis uit ben ik gewend dat er weinig alcohol wordt gedronken. Voor mij hoefde dat dus allemaal niet zo. Toch begon ik te merken dat mijn ex steeds meer ging drinken: ik vond hem straal bezopen op zijn bed of in zijn eigen braaksel. Ik had alles altijd gedaan, het was altijd mijn schuld. Ook bij zijn ouders liet hij doorschemeren dat hij door mij zoveel dronk. Ik was niet goed genoeg, ik was te dik en te dom. Als hun zoon weer dronken thuiskwam zonder dat ik erbij was, was het altijd mijn schuld.
Ook zijn ouders waren vaak dronken. Ze begonnen om 12 uur al met de bier, wijn en jenever en dat ging de hele dag zo door. Je kunt wel stellen dat de appel niet ver van de boom valt.

Keer op keer beloofde hij te stoppen met drinken en dus bleef ik toch maar weer bij hem. Ik hield immers wel, van hem en wilde hem ook niet de vernieling in zien gaan. Dat heeft hij een half jaar volgehouden en toen begon hij met stiekem drinken. Overal vonden we blikjes bier of andere alcoholische dranken. Ondertussen bleef hij volhouden dat hij niet meer dronk, ondanks dat je het van een afstand al kon ruiken -een lucht waar ik een trauma aan over heb gehouden. Het liegen, bedriegen en stelen duurde jaren en al die jaren heb ik gedaan alsof het normaal was. Ik hield het voor me, ik kropte het op en duwde het weg.
Nu mag iedereen weten wat een alcoholverslaafde als naaste met je doet. Je wordt vernederd, uitgescholden en voor de naarste dingen uitgemaakt. Je bent nooit goed genoeg en je verliest je eigenwaarde.

Ik trouwde met hem, onder de belofte dat hij (alweer) zou stoppen met drinken. Dat deed hij uiteraard niet en na 8 jaar durfde ik er een punt achter te zetten. Ik was totaal onverwachts iemand anders tegengekomen, wat liefde op het eerste gezicht was. Ik probeerde die gevoelens tegen te houden, maar het lukte niet en dus koos ik voor hem. Na 8 jaar durfde ik eindelijk voor mezelf op te komen. Ik voelde me weer geliefd.

Die keuze heeft me ups en down gebracht, maar wel twee prachtige kinderen. Inmiddels zijn we al bijna negen jaar samen waarvan vijf jaar getrouwd. Mijn man en mijn kinderen zijn het mooiste wat ik in mijn leven heb.

In mijn vorige blogs schreef ik over de moeilijke weg die wij moeten bewandelen om zwanger te worden. De tweede ICSI-poging was mislukt en vol goede moed begonnen wij aan poging drie. In deze blog vertel ik jullie hoe dit is verlopen.

Onze eerste poging in Duitsland begon na een heerlijke vakantie op Bonaire. Volledig uitgerust en opgeladen gingen we van start. Al na zes dagen hormooninjecties had ik mijn eerste echo om te zien hoe de eitjes groeiden. De eerste echo was goed, er waren eitjes aan het groeien maar nog niet zo veel. Drie dagen later, op een donderdag, mocht ik weer terugkomen. Inmiddels groeiden er een hoop eitjes, maar ze waren nog niet groot genoeg. Om die reden moest ik dagelijks een extra injectie zetten: twee per dag dus. Een paar dagen later, op zaterdag, moest ik terugkomen. Het zag er goed uit en de punctie werd gepland. De woensdag daarna was het zover. Op maandag heb ik nog vier injecties moeten zetten en daarna kon het wachten beginnen.

Op woensdag mochten wij ons om om 9:30 uur melden. Mijn man ging naar een kamertje om zijn deel in te leveren en ik mocht mee naar de OK. Vanwege corona mocht mijn man verder nergens bij zijn en ging hij na zijn taak volbracht te hebben, even naar buiten.

Op de OK werd alles voorbereid: ik kreeg een infuus en pijnmedicatie. Daarna kwam de dokter en werd ik onder narcose gebracht. Ik werd wakker al wandelend naar de uitslaapkamer, dat was een hele rare gewaarwording. Daar lekker bijgekomen met een dekentje. Ik had flink veel buikpijn dus ik kreeg nog wat extra medicatie. Na een kwartier mocht de monitor eraf en kreeg ik een kop thee. Ook kwam de dokter om te vertellen dat er twaalf eicellen waren gevonden! Helaas waren er nog geen zaadcellen en mijn man moest dus nog een keer.

Na een uur op de uitslaapkamer mochten we naar huis en de volgende ochtend zouden we gebeld worden met hoeveel bevruchtingen er zouden zijn. Eenmaal thuis ben ik op de bank gekropen, toch met flink wat buikpijn. Rond 15:00 uur op diezelfde dag ging de telefoon: een Duits nummer en dat betekent vaak geen goed nieuws. Er waren geen zaadcellen gevonden. Ook de tweede keer niet. Het operatief verkregen zaad dat al drie jaar in de vriezer lag, is ontdooid, maar ook daar vonden ze niets levends. Dit betekent dat mijn verkregen eicellen niet bevrucht konden worden. De eicellen hebben ze ingevroren.

Dit nieuws was heel verdrietig. Een half jaar geleden was er nog wel genoeg zaad en nu ineens niet meer. Hoe kan dit?? Volgens de dokter kan zaadkwaliteit fluctueren, dus gaan we het gewoon opnieuw proberen. We hebben echt wel even tijd nodig gehad om dit te verwerken. De kans op een kindje van ons samen wordt steeds kleiner.

Een aantal weken later zijn we tot een plan gekomen. Begin november gaan we in Duitsland nog een poging wagen. Manlief gaat zijn zaad inleveren en mocht er iets gevonden worden, ontdooien ze mijn eicellen en gaan ze die bevruchten. Vinden ze niets? Dan hebben we eind november een second opinion in Groningen. Hier hebben we een half jaar geleden nog wel een poging gedaan waar zaad is gevonden, dus dat biedt ons iets meer ‘’zekerheid’’. Ook hebben we eind november een evaluatie met onze Duitse arts staan over hoe nu verder. Meerdere scenario’s zijn mogelijk, maar eerst nog een maand geduld, dan zal er meer duidelijk zijn.

En om nog even terug te komen op de titel van deze blog, de opmerking ‘dan doe je toch gewoon ivf’ is iets wat ik heel, heel vaak heb gehoord. Helaas lukt bij een groot deel van de koppels ook IVF niet en houdt het dus gewoon op. Je krijgt maar drie pogingen vergoed en daarna is het klaar, of kost het heel veel geld. IVF is helaas geen garantie en gaat gepaard met heel veel teleurstellingen en verdriet.