Onzichtbaar

Van klinische behandeling naar crisisopname

Zo’n drie maanden terug stond ik aan de start van een klinische behandeling. Een behandeling waar ik ontzettend tegenop zag, maar ik had geen keus. Kort daarvoor hoorde ik dat ik uitbehandeld was en hier hadden ze er alle vertrouwen in, dat ik nog behandeld kon worden. Ik verzamelde alle moed bij elkaar om deze klinische behandeling aan te gaan en zo vertrok ik halverwege de week met een koffer en een stapel veilige spulletjes richting kliniek.

Kort omschreven stond het programma wat ik zou gaan volgen bekend om groepstherapie, schematherapie en het richten op terug de maatschappij in gaan. Precies iets waar ik ontzettend naar verlangde nadat ik ruim een jaar lang niets deed. Beide partijen zagen het zitten en zodoende startte ik.

Maar soms start je, loopt je hart vast. Toen ik opgenomen was in Leeuwarden benoemde ik het wel eens als ‘Ik moet meer uit mijn hoofd en meer in mijn hart komen’. En dat was precies hetgeen wat hier weer gebeurde. Moeilijk en pijnlijk. Want ik raakte ondanks het echt pittig was om rechtop te blijven staan, steeds meer wat te hebben aan de therapieën. Ik vond mijn weg om soms iets in te brengen, vond het doodeng – maar deed het wel. Huilde soms uren, maar ik had lieve mensen om mij heen die er voor mij waren. En dat was zo ontzettend warm. (Overigens liep ik vast, omdat mijn hoofd veel te vol zat, ik meer ruimte nodig had te verwerken en er zoveel trauma nog voorop lag, wat aan de kant moest. )

Toch liep ik zo ontzettend slecht rond. Met de dag voelde ik me leger, lukte me zijn niet en voelde ik me verder buiten mezelf staan. Ik ging voor een time-out. Kijken waar ik nog een beetje ruimte kon vinden voor mezelf, maar zelfs thuis kreeg ik geen ruimte meer. Ik zat helemaal vast.

Ik zat verwikkeld in alle draden die ik eerder los had geprobeerd te halen. Mijn hoofd kon niet meer dan alleen huilen. Een vraag aan me stellen, lukte al niet of er opende een sluis. En voor ik het wist, rolden alle balletjes en werd ik opgenomen op de crisisafdeling.

Op voor rust, rust in mijn hoofd, rust van door denderen. Gewoon zijn – meer niet dan dat. En ik weet niet hoe ik het moet doen. Want als ik ook maar even alleen in mijn kamer zit, zijn er tranen. Als ik aan het avondeten zit, zijn er tranen. Het lijkt wel of ik een oceaan in mijn eentje heb, die nog niet ontdekt was.

Wat ik wel weet, is dat iedere traan kan opluchten. Ik ervaar het nog niet – maar het komt vast wel. Elke golf gaat voorbij, zegt mijn ambulant begeleidster keer op keer.

Trots op de weg die ik zo ging, ben ik niet. Maar soms moet je wegen stoppen omdat ze te hooggegrepen zijn. En dat is helaas nu zo.

Ik laat voor nu heel even los.

Dit vind je misschien ook leuk...

2 Reacties

  1. Al die nooit eerder gehuilde tranen hebben je hoofd en hart misschien ook wel zo vol gemaakt. Ik hoop dat je nu los kunt gaan laten en rust kunt vinden. Veel sterkte!

  2. Hé Bernice…je mag trots zijn op de weg die je nog steeds bewandeld. En je hoeft de weg niet alleen te bewandelen, zelfs niet zelf te lopen. Wanneer het even echt niet wil wordt je door Hem gedragen.
    Iedere klein stapje is er 1. En soms wandel je met een omweg….daar leer je nog meer en mag je loslaten.
    Je kent mij niet en ik jou niet maar je bent voor mij al een held omdat je jouw pad blijft bewandelen. Hand in hand of gedragen…maar nog steeds onderweg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *