Ik denk terug aan koningsdag 2016. Aan de rit naar het dorp waar ik nu al 3 jaar woon. Ik denk terug aan het gevoel van vrijheid, maar toch ook mijn angst. De angst van hoe moet het verder kende ik al. Ik had al vaak genoeg het leven niet meer zien zitten. Toch ging ik door, omdat het vuur van vertrouwen groter was dan mijn angst.

Hoe moest het verder vroeg ik me ook af in mei 2018. Ik was slachtoffer geworden. Het lag niet aan mij en het ligt nog steeds niet aan mij. Dat wat mij was overkomen was vreselijk. Ik kon niet meer normaal naar mezelf kijken, niet meer normaal naar de straat waar ik op koningsdag 2016 was komen wonen. Het gevoel van mentaal vies zijn wat een vreselijk iets is dat. Geen douche dat helpt, aanraking die het erger maken.
Alleen tijd die het nog kan verzachten maar weggaan dat doet het nooit. Hoe het verder moest? Ik wist het echt niet meer.

Ik was slachtoffer geworden op dinsdag en zaterdagnacht durfde ik pas te vertellen dat ik slachtoffer was geworden. Wat heb ik me ontzettend eenzaam gevoeld. Ik mocht het niet delen. De eerste dagen kon ik het niet. Als ik naar mijn lichaam keek walgde ik. Terwijl dat lichaam me gered had van iets dat anders af had kunnen lopen. Maandenlang walgde ik van mezelf en van mijn lijf. Waarom ik? Was ik te goed van vertrouwen geweest? Of zat er bij de ander een steekje los?

Ik heb aangifte gedaan. Mijn lichaam voelde niet meer van mij. Mijn lichaam voelde een eigendom van een ander. Dit heeft maandenlang geduurd. Mijn therapeut vertelde mij week na week dat, wat ik ben en dat dat wat ik doe , helemaal oke is. Zo kreeg ik langzaam het vertrouwen in mijn hoofd en lichaam terug. Inmiddels is de dag waarop het gebeurde bijna 1 jaar geleden. Ik vraag me dan nu ook voorzichtig af hoe het met die persoon zou zijn. Zou hij nog steeds aan mij denken? Zou hij doorhebben (gehad) hoeveel hij in mij kapot gemaakt heeft?

Ik weet dat niet, voor nu laat ik mezelf nog maar even in die waan. Ooit komt er een moment waarin ik kan vragen hoe hij dit heeft beleeft. Tot die tijd koester ik iedere morgen die ons vond, ook al verloor ik bijna de morgen.

Eén gedachte over “Brief aan de dader”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *