Met mijn sporttas voor zwemmen, vertrek ik naar het zwembad. Ik heb ontzettend veel zin om na drie maanden kliniek eindelijk weer te gaan zwemmen. Drie maanden geen borst crawltraining is lang. Vaak genoeg ging het door mijn gedachten dat wanneer ik klaar was in de kliniek, ik er net zo snel weer mee zou beginnen.

Ik was oprecht even alles van wat ik geleerd had in de kliniek vergeten. Letterlijk voor dat moment. Ik wilde zwemmen en had alleen dat voor ogen. De tijd in de kliniek was een tijd waarin ik had geleerd dat ik de lat niet te hoog moest leggen. Dat ik balans moest maken tussen rust en een activiteit. En dat je met minder net zoveel kon bereiken als honderd procent geven.

Met mijn badpak aan, badmuts en duikbril op, zwemflippers aan, sprong ik in het water. Het ene baantje na het andere. Ik wilde niet toegeven aan mezelf dat ik uitgeput was. Stiekem na dat eerste baantje al. Nee, dat kon ik niet toegeven. Ik moest immers net zo goed zwemmen als voor die drie maanden opname. Dat ik er tijdens mijn opname slecht aan toe was, waardoor ik fysiek en mentaal behoorlijk achteruit gegaan was, wilde ik niet toegeven. Ik wilde alles voor dat moment vergeten. Ik moest zo gigantisch hoog en goed presteren van mezelf.

Tot ik letterlijk niet meer kon. Daar stond ik, met tranen in mijn ogen. In een zwembad vol met mensen. De badmeester, die mij goed kende, waar ik regelmatig training van kreeg, maakte een praatje met me. Hij gaf mij terug dat ik drie maanden lang keihard gewerkt had. Niet aan zomaar iets. Maar aan mezelf. Dat ik alles op alles had gezet om mezelf weer erboven op te krijgen. Dat ik tot het uiterste ben gegaan en zo diep geweest ben, dat ik nu niet kon verwachten dat ik mega goed kon presteren. Ik was immers fysiek én mentaal zo hard achteruit gegaan.  Dat ik al gigantisch goed gepresteerd had, om tijd in mezelf te steken. Het was al goed als ik een baantje heen en weer gezwommen had. Ik moest die lat niet te hoog leggen. Ja hoor, daar had je ‘m weer. Die lat. En bam – daar was ‘ie. De flashback uit de kliniek. Hij begon opnieuw te rollen.

We praatte even verder, ik mocht trots zijn dat ik probeerde, een baantje meer dan goed was en ik fysiek én mentaal mezelf weer mocht gaan trainen. Het heeft tijd nodig. Ieder mens heeft tijd nodig. Niemand kan zo ineens na een lange break weer het beste uit zichzelf halen. Hij noemde heel wat voorbeelden van mensen die zwommen. En stukje bij beetje ging ik er in geloven. Ik deed mijn flippers uit, gooide mijn duikbril af en liet het zwemmen voor wat het was. Het was goed voor die dag.

Ik hoef de lat niet zo hoog te leggen. Daarin wil ik nog een voorbeeld geven. Want die flashback uit de kliniek kwam, vanuit PMT. Er lagen twee hoepels op de grond. In een hoepel zo’n vijftien ballen. Binnen een minuut moest ik zoveel mogelijk ballen naar de overkant brengen. Ik had ze, allemaal naar de overkant. Kapot was ik. Ik wilde het uiterste uit mezelf halen. Ik dacht dat het alleen maar zou lukken door mezelf maximaal te geven. Tot ik nog een keer hetzelfde moest doen. Maar dan niet het maximale mocht geven. Wonderlijk was het, want ik had met minder energieverbruik ook de vijftien ballen naar de overkant. Het liet me inzien, dat je wat het ook kost, je nooit je maximale energie hoeft te verbruiken.

Het is niet makkelijk, en blijft een aandachtspunt. Maar wie weet, dat het voor jou ook iets is, wat je mee kunt nemen! Je hoeft niet het uiterste uit jezelf te halen om datgene voor elkaar te krijgen wat je graag wilt. Met minder kun je net zoveel bereiken. Lukt het jou de lat lager te leggen?

One thought on “De lat lager leggen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *