21 jaar geleden kwam ik op de wereld. Niet wetende dat ik een pretpakket zou hebben. Nog helemáál niet wetende dat mijn pretpakket autisme met een angststoornis zou heten. Niet wetende dat ik zoveel therapieën nodig zou hebben, dat zelfs opname niet genoeg was om mij te laten groeien.

De eerste jaren gingen voorbij, ik sprak, liep en fietste laat. Alles op een eigen tempo. Mijn gewone basisschool tijd was moeilijk. Mijn beperking nekte me (wat later autisme bleek te zijn) .

Wanneer ik van een therapeut nee moest leren oefenen, was alles gelijk nee. Ik werd veel gepest, omdat ik anders was.
In februari 2009, voordat ik naar de gewone middelbare school ging, werd een vorm van autisme gediagnosticeerd. Dit verklaarde een hoop. Tegelijkertijd wisten mijn ouders en ik dat er een lange weg op ons stond te wachten.

Op de gewone middelbare school liep ‘t opnieuw moeilijk. Mijn IQ was, en is, heel veel hoger dan mijn EQ – mijn sociaal emotionele leeftijd. Met de hakken over de sloot ging ik van vmbo-t 3 naar vmbo-t 4.

Toen ik terug kwam uit de Belgische Ardennen van kamp, stortte ik in. Alles werd me teveel, herpakken kon ik niet. Jarenlang op mijn tenen lopen was me teveel geworden. Mijn hoofd was op. Mijn lijf was op. Ik was doodop van jaar na jaar van dag tot dag leven. Ik kon het niet meer. Mijn gedachten werden me teveel. In die zin teveel dat ik niet meer wilde leven. Waar leefde ik voor? Iedere dag naar school te gaan en te doen wat sociaal wenselijk is? Het leek alsof ik midden in een onweersbui buiten was. Gitzwarte wolken, nergens een streepje blauw meer te zien.

Ik voelde me zwart. Ik raakte in crisis. Dit ging een aantal dagen door en als mijn moeder dan vroeg wat ik het liefste zou willen ,dan zei ik dat ik niet meer wilde leven. Het leven wat bij anderen zo leuk leek, leek bij mij als een hel.

In oktober 2012 werd ik vrijwillig opgenomen op de crisisafdeling. Na 3 weken mocht ik weer naar huis. Daar raakte ik nog verder in crisis. Oudejaarsavond 2012 proostte we op een beter jaar. In januari 2013 begon ik op de dagbehandeling in Barendrecht. Twee dagen per week, daar zagen ze hoe hoog mijn nood was.
In maart 2013 werd ik opgenomen in Barendrecht, daar zag ik de man van de medicatie voor het eerst: dokter Y.
Y de psychiater, een lange man uit België, die wist mij met zijn Belgische stem op me gemak wist te stellen.

Er volgde een intensieve samenwerking van een jaar. Mijn medicatie werd door hem aangepast en ook zag ik ‘t leven niet zitten. Dat is waar we vele malen over spraken, over de zin en onzin van ‘t leven. Over datgene wat mijn hoofd al maanden bezig hield ; de dood, maar toch ook beter in mijn vel willen komen te zitten. Na een jaar was het geld voor mijn opname op en moest ik naar een andere plek maar eerst moest ik 6 weken bij mijn ouders wachten op die plek. Een situatie die uiterst moeilijk was, voor mij maar ook voor mijn ouders.

Zes weken lang met de taxi naar t speciaal onderwijs, het waren lange dagen voor een uit een dal opkrabbelend persoon. Een jaar uit de crisissen en het gewone leven begon voor mij. Ik was nog helemaal niet aan toe aan het van alles moeten.
Ik verhuisde na 6 lange, moeilijke weken naar Rotterdam. Ook daar moest ik gewoon naar speciaal onderwijs. Waar het eerst op de fiets was, werd het al snel de tram en later lukte het me opnieuw niet om meer te gaan. Het voelde alsof ik opnieuw gefaald had.

In september 2014, halverwege mijn tijd in Rotterdam, werd er een her-diagnostisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit kwam mijn hoge IQ en mijn ontzettend lage EQ. Dit was dan ook hét moment waarop er ontzettend veel puzzelstukjes in elkaar vielen. Mijn ouders en ik huilden van opluchting. Éíndelijk wisten we wat mijn weg zo zwaar gemaakt had. Mijn moeder, die jarenlang gevochten had als een leeuwin voor mij,  stortte in.

Hoe moeilijk het ook was, we vulden we ons met moed en kracht. Eindelijk wisten we wat datgene was wat mij zolang belemmerd had. Zo konden we ook op zoek naar goede hulpverlening die zoveel beter mij mijn IQ en EQ aansloten.

In april 2015 werd ik opgenomen in Breda. Een intensieve tijd van therapieën volgden. Ook leerde ik in die tijd mijn vriend John kennen. Het was een moeilijke en ontzettend intensieve tijd waarin John en ik elkaar leerden kennen. Toch koos John er iedere keer voor om mij beter te leren kennen. Om die potentie die hij in mij zag en nog steeds ziet te laten groeien. Koningsdag 2016, John was het die me haalde uit de instelling. John die ik nog maar zo kort kende. Hij besloot om mij een leven buiten de instellingen te geven. Een plek in zijn huis en in zijn hart!

Liefs, Kirsz

3 gedachten over “De weg naar mijn diagnose”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *