‘Maar je komt je dagen wel gewoon door’, zei mijn behandelaar tegen me. ‘Ja, maar vraag me niet hoe,’ gaf ik enigszins geïrriteerd, maar vooral heel wanhopig, als reactie. ‘Hoe?’ vroeg ze -en daarop barstte ik in tranen uit.

Ik weet nog een beetje hoe het ooit begon. Hoe ik me gewoon iets somberder voelde. Met hard studeren, niet teveel stilstaan en af en toe een flinke huilbui kon ik daar best mee dealen. Ik weet nog hoe ik langzaam iets minder ging eten. Op een koekje minder kun je immers ook prima functioneren -en op nog een koekje minder ook. Heel langzaam sloop ook angst mijn leven in. Spanning in de pauzes en tussenuren, omdat ik dan gesprekken met klasgenoten moest aangaan.

Totdat het ineens minder makkelijk ging. Regelmatig duizelig tijdens de gymles of na het hardlopen; paniek, wanneer je voor je kledingkast staat, omdat je bang bent voor de afwijzing van anderen om de kleding die je draagt; moeite met het nemen van beslissingen.
Dan ineens merk je dat je jezelf aan de trapleuning omhoog moet trekken. Dat je niet meer naar die borrel of vergadering durft. Dat je ’s ochtends huilend wakker wordt, omdat je niet aan een nieuwe dag wil beginnen. Kleren zijn te groot geworden en je ziet bleek.

Bovenstaande voorbeelden zijn eigen ervaringen die relatief eenvoudig zijn. Dat doe ik bewust, want het zit ‘m vaak in die ogenschijnlijk kleine dingen. Een depressie betekent namelijk niet dat je alleen maar de hele dag in bed ligt. Dat kan best, maar het is meer dan dat. Het betekent ook dat je last hebt van besluiteloosheid en geen energie meer hebt. Angstig zijn betekent niet dat je alles direct maar uit de weg gaat. Het betekent in mijn geval dat ik soms inderdaad zaken uit de weg ga, maar in veel gevallen wel ga -óndanks alle paniek.

Veel psychische aandoeningen zijn onzichtbaar en dat maakt het leed alleen maar groter. Eigenlijk precies wat mijn behandelaar zei: ‘maar je komt je dagen wel gewoon door’. Ik voelde me op dat moment ontzettend onbegrepen en alleen, want blijkbaar zag ze niet hoeveel het me kostte om mijn dag door te komen. Ik denk dat dat voor veel psychische aandoeningen geldt: het is amper tot niet zichtbaar voor de buitenwereld en dus denken mensen al snel dat het wel meevalt.

En het antwoord dat ik uiteindelijk half huilend gaf op de vraag die ze stelde? ‘Mijn dagen zijn gevuld met paniekaanvallen, ik vecht continue tegen de gedachtes in m’n hoofd, tegen de neiging om mezelf iets aan te doen. Ik slik al mijn standaard en zo-nodig medicatie, maar ik weet niet hoe ik de dagen door moet komen. Ik blijf in contact en zet mijn signaleringsplan in, maar het enige wat ik wil is rust.’ ‘Dat is inderdaad geen leven meer,’ zei mijn behandelaar. ‘Dat is overleven en ik kan me voorstellen dat je er compleet uitgeput door bent.’

“Ja,” dacht ik -en dat zei ik ook.

2 Comments

  1. De conclusie van je behandelaar is volgens mij de enige juiste. Prachtige blog, waarin je heel goed uitlegt hoe het voelt.

  2. Te herkenbaar. Nu hopen dat ze ook door kan pakken. Dat mis ik nog zo vaak.

Write A Comment