Doorbreek de stilte Gastblog Onzichtbaar Taboes

Huidhonger

Huidhonger. Misschien denk je bij het lezen van deze titel “eindelijk”. Of misschien heb je nog nooit van dit woord gehoord. Hoe dan ook, ik wil het onderwerp bespreekbaar maken en wellicht een dialoog hierover starten. Ja, ik vind het spannend om iets hierover te delen, maar sinds wanneer is angst een reden om iets niet te doen?

Allereerst even ter verduidelijking, zodat een ieder weet waarover deze blog gaat. Huidhonger is het verlangen naar fysiek contact. Het gaat hierbij niet per se om seksuele contacten, maar veel meer over een knuffel, een arm om je schouder of een aai over je bol. Door alle maatregelen die genomen zijn, komen deze eenvoudige aanrakingen veel minder vaak voor dan voor het virus. Ineens gaan steeds meer mensen voelen wat de impact is van die ogenschijnlijk kleine dingen.

Door mijn geschiedenis met grensoverschrijdend gedrag heb ik aanrakingen jarenlang heel naar gevonden. Nog steeds schrik ik enorm als iemand onverwachts een hand op m’n schouder legt of me even aanraakt. Tegelijkertijd heb ik de afgelopen jaren ook ontdekt hoe fijn het kan zijn om iemand een knuffel te geven of juist een knuffel te krijgen. Door de anderhalvemeterregels zijn aanrakingen echter een stuk minder normaal geworden. Eerder gaf ik vriendinnen regelmatig een knuffel, maar dat gaat eigenlijk niet meer. In contact met twee vriendinnen hebben we in april al besloten dat we elkaar knuffels blijven geven -omdat we die behoefte delen. Maar die vriendinnen zie ik in het gunstigste geval 1 keer per week. En ik merk dat ik het mis: aanraken en aangeraakt worden (binnen de grenzen van wat normaal is). Ik krijg steeds sterker de behoefte aan dat fysieke contact, maar die anderhalvemeterregel is er niet voor niets. Regelmatig komt de gedachte, “had ik maar een relatie” in me op, terwijl ik weet dat ik daar eigenlijk nog helemaal niet aan toe ben.

Tango, tanger, ergo sum. ‘Ik raak aan, ik word aangeraakt dus ik ben.’ Deze variant op het bekende “cogito ergo sum” is een uitspraak van de filosoof Wilhelm Schmid. Ik vind het een hele terechte uitspraak. Want als er een kindje geboren wordt, wordt deze baby direct na de geboorte op de borst van de moeder gelegd. Huid-op-huid-contact. Het lijkt haast een primaire levensbehoefte. En daarom vind ik de woorden van Schmid ook zo kloppend.

Ik merk dat het me verrast dat ik hier tegenaan loop. Ik had nooit verwacht dat die aanrakingen zo belangrijk voor me zouden zijn. Tegelijkertijd schaam ik me ook, omdat het met het oog op mijn verleden heel logisch zou zijn als ik een enorme afkeer zou hebben tegen fysiek contact. Hoe zie jij dit? Wat voor rol spelen aanrakingen en aangeraakt worden in jouw leven? En is dit veranderd ten opzichte van een jaar geleden? Ik ben benieuwd naar jouw mening hierover, dus laat vooral een reactie achter hieronder!

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *