‘Het wordt echt beter.’ ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen met jou.’ ‘Nog even doorbijten.’ ‘Jij komt er echt wel, je hebt zoveel in je mars!’ ‘Je bent zo sterk en zo’n doorzetter.’

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Hoe vaak ik dit wel niet heb gehoord, in een kaartje zag staan of in een appje heb gelezen… het leek en lijkt vaak alsof de hele wereld vertrouwen in mij heeft, behalve ikzelf.

Even terug in de tijd
Zo’n tien jaar geleden kwam ik als cliënt in de GGZ terecht. Ik had geen idee wat er aan de hand was, behalve dat ik mezelf te dik vond en niet wilde eten. Ik wist niet wat ik moest met de hulp en begeleiding die ik kreeg en had ook geen idee van wat ik zou kunnen bereiken als ik die hulp zou aanvaarden. Door de jaren heen heb ik de wereld van de GGZ leren kennen. Ik leerde wat de geschreven en ongeschreven regels zijn; ik leerde de mores in groepsbehandelingen en ik maakte kennis met eindeloze vragenlijsten.

Als ik nu terugkijk op die eerste jaren begrijp ik ontzettend goed dat ik niet wist wat me overkwam. Ik leefde in een vrij giftig milieu, maar dat was het enige wat ik kende: ik dacht dat het normaal was. Na jarenlange groepstherapieën, waarin ik verhalen van groepsgenoten hoorde, begon langzaam door te dringen dat mijn achtergrond misschien niet heel normaal was. Maar écht vertellen wat ik meemaakte? Tot in details? Nee, dat deed ik niet. Ik schaamde me. Ik was bang voor de veroordeling en de afwijzing. Ik was bang dat mensen boos zouden worden en me niet zouden geloven.

Intensieve behandelingen
De afgelopen jaren heb ik heel wat klinieken en instellingen van binnen gezien. In intensieve behandelingen leerde ik om de lat een stukje lager te leggen en om wat vaker rust te nemen. Ik leerde me uitspreken en ik stond iets vaker stil bij hoe ik me voelde. Ook kreeg ik mijn destructieve gedrag steeds meer onder controle. Gedragsmatig ging het dus best redelijk goed -en dat is ook wat de mensen om mij heen zien.

Echter, gevoelsmatig was er nog maar weinig veranderd…

En nu verder…
Momenteel ben ik weer opgenomen: een klinische traumabehandeling van drie maanden vanwege mijn PTSS-klachten. Deze kliniek is een wereld van verschil in vergelijking met andere klinieken waar ik ben geweest. En meer dan ooit sluit de zelfstandigheid, de eigen verantwoordelijkheid en regie die ik hier heb en krijg, aan bij wat ik nodig heb.
Het geeft me namelijk de ruimte om verder uit te bouwen wat ik de afgelopen jaren geleerd heb. Ik vind het sinds een paar jaar fijn om een middag voor mezelf te hebben of om een serie te kijken onder een dekentje met een kop thee. Ik mag en kan en durf te voelen waar mijn behoeftes liggen en daarnaar te handelen. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Er zijn steeds vaker momenten dat ik durf na te denken over de toekomst. Dat ik terug durf te komen op eerder genomen besluiten waarin ik vooral gehandeld heb naar de wens van anderen in plaats van naar mijn eigen wensen. Mijn leven bestaat niet meer voornamelijk uit de GGZ en, belangrijker nog, er zijn momenten waarop ik ook niet meer wil dat mijn leven om de GGZ draait. Dat niet meer willen, is doodeng. Ik heb ruim twintig jaar moeten óverleven en vond in de GGZ voor het eerst een stukje veiligheid. Maar steeds vaker kan en durf ik te voelen dat ik mezelf die veiligheid ook kan geven. Ik leer langzaam om mildheid en zelfcompassie te waarderen en daarnaar te handelen: iets wat in schril contrast staat met wat ik gewend ben. Met andere woorden, het wordt een stukje lichter in mijn hoofd. En eerlijk? Het bevalt me wel.

Al die mensen hadden gelijk:
iedere storm gaat liggen.

Author

1 Comment

Write A Comment