En toen besefte ik het. Ik doe je pijn. Ik vecht, ik strijd. Eindeloos hard. Ik vervloek je, haal adem maar stik. Ik spring, ren rond en val neer. Compleet tot het uiterste en verder dan dat. Mijn lijf. Mag ik héél even nog? Hou vol. Ik kan je wel haten. Ik verlies mezelf, val. Ik duik en sprint omdat het moet. Ik snak naar lucht en ben bang. Maar mag ik heel even. Laat me. Voor nu.

Mijn lijf geeft grenzen aan. En het enige wat ik doe, is er keihard aan voorbij rennen. Ik wil door. Alles in me wil door. Maar mijn lijf niet. Stukje bij beetje merk ik dat ik niet meer kan. Wandelen een half uurtje, vergt alles. En ik put het gerust uit tot twee uur. – maar het is zo mooi buiten, wandelen is fijn, ik laad eruit op – . Ik sport, ga tot het uiterste, want het helpt. Stofjes komen vrij, is beter. Dat is wat mijn hoofd wil, om niet te voelen. Maar mijn lijf, mijn lijf wil rust. Heel veel rust.

Mijn lijf, ik doe je pijn. Kapot. Gewoon alleen maar meer en meer. Ik ga aan signalen voorbij, wil niet wat jij wil. Alleen maar omdat ik weet dat ik op deze manier alle pijn die ik van binnen voel, heel even niet hoef te voelen. Het gaat niet omdat ik het wegduw, ik voel het gewoon letterlijk niet. Met sporten zet ik me volledig in op de zwaarte van de gewichten. Met wandelen probeer ik doelen te hebben naar dat waar ik naar zoek. Zolang het maar veel, zwaar en het uiterste is om aan mezelf voorbij te gaan.

Mijn lijf wil niet meer. Ik voel me zo ontzettend leeg. En het enige is, dat ik degene ben die er echt wat aan kan doen. Herken je het? Je lijf zo kapot te maken? Moeilijk he, je lijf zoveel te kort te doen.

Lief lijf, de strijd stopt, ik beloof het. Ik weet niet wanneer. Maar ik doe mijn best. Van binnen, van buiten. Mentaal, fysiek. Het stopt. Want samen kunnen we niet meer strijden. Soms is het gewoon even helemaal klaar. Ik beloof, ik weet niet hoe, maar ik beloof.

Eén gedachte over “Ik doe je pijn”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *