Ik voel je aankomen, ik word onrustig, mijn ademhaling versnelt en wordt oppervlakkig. Ogen dicht, inademen door mijn neus, en uitademen door mijn mond. “Hier blijven” spreek ik mezelf toe, als ik merk dat mijn angstgedachten binnensluipen.

Het gevoel neemt de overhand en flashbacks schieten door mijn hoofd. Het liefste ga ik in foetushouding in het hoekje van de bank zitten, gordijnen dicht, dekentje over me heen en wachten tot dit gevoel weer zakt. Ik weet dat dit gevoel alleen overgaat als ik er niet aan toegeef, maar ik voel me verdoofd en weet niet meer hoe ik me hiertegen kan verzetten. 

Ik adem nog een keer diep in en open mijn ogen. Ik draai me om en kijk naar de foto’s op mijn muur. Tranen van trots schieten in mijn ogen. Alle belangrijke mensen in mijn leven hangen op mijn muur, om mij op dit soort momenten te laten beseffen dat ik thuis ben, in een veilige omgeving. Ik kijk naar de foto’s, gegroepeerd per gebeurtenis, en de personen. Mijn oog valt op het groepje foto’s met mijn zoontje en ik voel een traan over mijn wang rollen. Een schuldgevoel besluipt me, tegelijk met weer dat angstige gevoel.

Waarom voel ik me zo vaak slecht als ik zo’n mooi zoontje heb? Waarom is hij niet reden genoeg om mij 24/7 een goed gevoel over mezelf te geven? Waarom heb ik nog steeds dagen dat er niets uit mijn handen komt Waarom kan ik die depressie niet overwinnen voor hem? Het schuldgevoel wordt sterker en m’n bril gaat af, want ik kan de tranen niet meer tegenhouden. Ik moet voor mezelf weer doelen gaan stellen, want de doelen van dit jaar heb ik ook bereikt en dat gaf mij een heel goed gevoel.

Ik pak pen en papier om mijn doelen op te schrijven, maar ik blijf even hangen. Mijn gedachten gaan wel naar de doelen die ik wil behalen, maar tegelijkertijd gaan ze ook naar mijn vader. Vaak als ik die angstgevoelens op voel komen, ga ik op de grond zitten, trek mijn knieën op, en leg mijn hoofd op mijn knieën. En hoe gek het ook klinkt, ik praat dan met hem. Hij is 27 oktober 2016 overleden en dat is mij heel zwaar gevallen. ‘Pa help me alsjeblieft om de kracht te vinden om te blijven vechten. Ik mag niet opgeven, maar ik heb je nodig.’ Mijn vader was de ouder waar ik altijd heen ging om advies te vragen. Mijn moeder en ik hebben vanaf mijn pubertijd een hele slechte band en ook op dit moment heb ik geen contact met haar.

Ik kom met m’n gedachten alweer snel terug en schrijf drie doelen op papier. Ik stel dit keer meerdere kleine doelen, zodat ik ze iets beter kan verdelen. De doelen moeten wel haalbaar zijn, dus ik moet niet te groot denken. Ik leg m’n schrijfblok weer weg en geef mezelf de tijd om tot twaalf kleine doelen te komen.
Dit is een kleine stap maar met grote gevolgen, ik voel me al een heel stuk beter. De volgende keer als ik wat bedenk, schrijf ik het gewoon weer op. 

1 Comment

Write A Comment