Een handje pillen ligt voor me. Verschillende kleurtjes, formaten en soorten. Netjes neem ik het handje vol pillen in. Van binnen merk ik gemengde gevoelens op. Iedere avond voel ik teleurstelling naar mezelf, dat ik toegeef aan medicatie.

Als de dag van gisteren kan ik me herinneren dat ik bij de psychiater kwam. Boos op haar woorden die me lieten inzien dat ik beter gebruik kon maken van medicatie om de chaos in mijn hoofd te verminderen. Om alle gedachten die zo heftig waren iets rustiger te maken. Het enige wat ik dacht was: ‘Nooit, maar dan ook nooit, wil ik die pillen mijn lijf in.’ We hebben eindeloos gepraat maar dat moment heeft ze me niet kunnen overtuigen dat ik medicatie zou slikken. Op dat moment ging ik vol trots naar huis, want ik had me aan mijn eigen afspraak gehouden.

Eenmaal thuis kon ik niet meer. Mijn bed was de plek waar ik doorbracht, een stapel dekens lagen regelmatig over me heen en het huis durfde ik amper te verlaten. Weken later besefte ik dat ik zo echt niet verder kon. Er zijn ontzettend veel gesprekken in tussentijd geweest om te zoeken naar de juiste weg. En al met al kwam het er op neer dat ik in ieder geval het kon proberen om medicatie te slikken.

Nu zo’n drie jaar later, besef ik maar al te goed dat het mij een stuk op weg heeft geholpen. Natuurlijk zijn er momenten geweest dat het me gigantisch tegenwerkte. Maar de dingen die ik niet meer deed, omdat ik mij zó slecht voelde, lukte een klein beetje wel weer, door de medicatie die ik slikte.

Heel eerlijk heb ik de medicatie met vallen en opstaan geslikt. Soms uit pure frustratie en boosheid naar mezelf en de wereld, stopte ik er dan weer abrupt mee. Soms uit paniek naar mijn lichaam. Dan gaf mijn lichaam aan dat het genoeg was. Tot ik laatst iemand sprak en zei: ‘Maar Ber, hoe zou het zijn als iemand die insuline nodig heeft, het haar lichaam ook niet zou geven, terwijl dat de kans van leven zoveel groter maakt’. En zo ontstond er een storm aan gedachten in mijn hoofd.

Soms heeft je lichaam hulp nodig in iets wat je zelf nu niet kunt geven – of misschien wel voor een langere tijd niet. En dat is okay, meer dan okay. Ik heb voor nu besloten toe te geven aan medicatie op mijn manier. Door overleg, samen zoeken en vooral met mijn grenzen.

Hoe kijk jij naar medicatie?

Eén gedachte over “Toch wel medicatie!?”

  • Ik kijk een beetje op dezelfde manier naar medicatie. Ik heb me er net als jij lang tegen verzet, tot het niet meer ging. En hóe fijn was het toen de werking begon en ik weer kleine dingen ging doen als de afwasmachine ‘s morgens leeg maken enzo en de was opvouwen. Ik wil soms echt zonder, maar ik weet gewoon niet of dat kan en ik denk dat dat oké is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *