Deze week is het de Week tegen Kindermishandeling en we willen hier als team aandacht aan besteden. Uit diverse onderzoeken komt namelijk naar voren dat minimaal 3% van de kinderen in Nederland te maken heeft met kindermishandeling. Hierbij worden alleen de kinderen meegeteld bij wie hulpverleners de mishandeling hebben gesignaleerd. In veel gevallen wordt de mishandeling helemaal niet opgemerkt, dus men verwacht dat dit werkelijke aantal veel hoger ligt. (Alink e.a., 2018) Uit zelfrapportages onder leerlingen van groep 7 en groep 8 blijkt namelijk dat 27% te maken heeft gehad met één of meerdere vormen van kindermishandeling (De Augeo Taskforce, 2016 & Vink, e.a. 2016). Dat verschil is dus enorm. Juist die onzichtbare gevallen leiden vaak tot de meeste schade. In deze blog gaat het over de onzichtbaarheid van de mishandelingen en de onzichtbaarheid van de gevolgen.

Toen ik op sociale media de hashtag #weektegenkindermishandeling tegenkwam, moest ik even slikken. Ik durf inmiddels te zeggen dat ik te maken heb gehad met huiselijk geweld. Maar kindermishandeling? Nee, dat klinkt veel te heftig. En zo heftig was het niet -denk ik vaak. Toch is kindermishandeling wel de officiële benaming voor dat wat ik van jongs af aan heb meegemaakt.

Misschien ken je de uitspraak van WarChild wel: ‘je kunt een kind uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind?‘ Opgroeien in een onveilige situatie, een situatie met huiselijk geweld en of kindermishandeling vergelijk ik vaak met een privé-oorlog. Inmiddels ben ik uit die privé-oorlog, want ik woon niet meer thuis en ben op een veilige plek. Echter, die oorlog is daarmee niet uit mijn hoofd, want nog dagelijks moet ik omgaan met de sporen die het heeft achtergelaten.

De verleden tijd is voor mij de onvoltooide tijd.

Het zijn niet de klappen of koude douches die me dagelijks bezighouden. Ja, de herinneringen hieraan -en aan nog zoveel meer- komen nog regelmatig als herbelevingen en flashbacks voorbij, maar daar heb ik in verhouding niet zoveel last van. Wat veel meer impact heeft gehad, is de constante dreiging. De eerste 23 jaar van mijn leven heb ik continu in angst geleefd. Ik was altijd bang voor geweld, voor de afwijzing en voor de vernedering. Altijd bang zijn voor hoe een pet staat. Nooit weten wat je aan zult treffen als je uit school komt. Bang voor ruzies als er vriendjes of vriendinnetjes over de vloer waren. Bang voor hun afwijzing en bang voor mijn eigen schaamte. Dag in dag uit. Het heeft me mijn kind-zijn ontnomen.

Ik voelde vroeger heel goed aan dat het thuis niet oké was. Altijd buikpijn en hoofdpijn. Niet durven huilen en niet meer vertellen dat ik bang of verdrietig was. Het werd toch allemaal weggemaakt. Al heel jong leerde ik om te dissociëren van mijn gevoel en van de werkelijkheid. Het was nodig om de oorlog te kunnen overleven.

Ik heb talloze keren om hulp gevraagd. Direct en indirect. Bij juffen en meesters, bij docenten op de middelbare school, bij mijn behandelaren… maar niemand greep in. Een aantal jaar geleden zag ik dit filmpje. De orthopedagoog in het filmpje sluit haar verhaal af met de woorden, ‘de meeste cliënten zeggen dat ze het heel vaak verteld hebben, maar dat niemand ze gehoord heeft’. Het is precies wat ik zó ontzettend vaak gevoeld heb, maar niet onder woorden kon brengen.

Het voelde vroeger vaak alsof ik gek was. Alsof ik degene was die het fout deed. Langzaam leer ik dat dat niet zo was. Ik voelde het wel goed aan. Mijn lijf heeft altijd heel duidelijk aangegeven wat ik wel en niet fijn vond, maar ik kon er niet naar handelen. En daarmee heb ik geleerd om niet op mijn lijf te vertrouwen en het vooral te haten.

Ik heb een valse start gehad. Ik heb geen basis kunnen leggen om de rest van mijn leven op verder te bouwen. Ik heb niet geleerd hoe het is om lief te hebben en respectvol met jezelf, elkaar en de wereld om te gaan. Maar bovenal heb ik niet geleerd wat liefde is. En is dat niet wat kinderen nodig hebben, als plantjes water?

Maak je je zorgen om iemand of heb je zelf te maken met een onveilige thuissituatie? Blijf er niet alleen mee zitten, maar maak het bespreekbaar. Soms kan alleen het verhaal delen je al helpen en soms is een beetje advies ook heel fijn. Via 0800-2000 kun je bij Veilig Thuis terecht voor advies en hulp. Ben je getuige of slachtoffer van seksueel geweld? Bel Centrum Seksueel Geweld via 0800-0188.

Bronnen:
– Alink, L., Prevoo, M., van Berkel, S., Linting, M., Klein Velderman, M. & Pannebakker, F. (2018). NPM-2017: Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen. Leiden: Universiteit Leiden/ TNO.
– De Augeo Jongerentaskforce (2016). Ik heb al veel meegemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACEs) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Driebergen-Rijssenburg: Augeo.
– Vink, R., van der Pal, S., Eekhout, I., Pannebakker, F. Mulder, T. (2016). Ik heb al veelgemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACE) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Leiden: TNO.

Author

Write A Comment