Het is een strijd tussen de GGZ en mij. Een strijd die ik eigenlijk helemaal niet wilt leveren, maar moet leveren. Een strijd die me ten onder laat gaan. En nu, ik sta opnieuw met mijn rug tegen de muur. Leeg, mijn hoofd is leeg van ideeën en vol van alle horrorgedachten die ik iedere dag meesleep. Mag ik uit, mijn hoofd? Mag mijn hoofd uit? Nu. Gewoon echt per direct nu?

Denkbeeldig stapte ik aan het begin van de reis in een trein. Het zou een lange rit worden, maar dat alles wat ik meemaakte, was ook niet niks, dus die treinreis moest ook wel komen. Tijdens mijn treinreis zocht ik naar traumatherapie. Zo nu en dan stapte ik uit bij een halte om te kijken of de GGZ die ik benaderd had, goed was. Maar veelal stapte ik netjes terug de trein in. Alleen, zonder behandelaren. Want die hielpen me niet. Toen ik bij de halte in Leeuwarden kwam, stapte ik uit. Het voelde goed. Ik volgde therapie, drie maanden lang intern. Het was niet makkelijk. Zo vocht, viel en stond ik weer op. Zo zwaar als het was, zo blij was ik dat het klaar was en ik de trein verder kon nemen. Terug met de trein naar huis, dacht ik.

Maar toen ik eenmaal in de trein naar huis zat, vertelde het thuisfront – de GGZ waar ik in behandeling was, dat ik uitbehandeld was. Ik deed niets, kon niets en was tot niets toe in staat. En zo pats boem, stond ik daar in een lege coupé. Alleen, verbijsterd vol met tranen. Een jaar lang reed mijn trein rond. Zo nu en dan vroeg ik de trein heel even te stoppen, in de hoop dat ik een nieuwe halte gevonden had. Maar niks bleek minder waar.

Terwijl de trein maar bleef rijden, bleef ik niet stilzitten. Ik moest en zou verder komen. Uitbehandeld zijn, daar stond ik niet achter. Na een zoektocht, gesprekken en heel veel tranen later, stopte mijn trein bij Scelta. Een plek waar ik voor nu even terug de trein in gestapt ben. Mijn lijf was er niet aan toe, dit aan te gaan. En zo stond ik terug met de trein bij mijn beginhalte. De GGZ die vond dat ik uitbehandeld was, niets kon, niets deed en vooral nergens voor ging. Laat ik voorop stellen – in de brief die ik kreeg van Scelta staat heel mooi voorwoord dat ik er voor ging. Dat gaf Leeuwarden me ook terug. Ik geloof gewoon dat twee werelden soms heel erg naast elkaar kunnen lopen.

Goed, mijn trein is dus gestopt bij de halte, daar waar hij ooit begon. Ik ben uitgestapt. Uitgestapt omdat ik me leeg voel. Moegestreden, op. De GGZ waar ik terug naar toe zou gaan, gaat mij niet verder helpen en dat is vandaag opnieuw meer dan duidelijk geworden. Ik sta met mijn rug tegen de  muur. Ik ga op zoek naar een andere trein die mij wel verder wil brengen, met een omweg terug naar Scelta. Want dat is hoe het is. Een behandeling vinden om ruimte te maken in mijn hoofd. Om mijn lijf weer lucht te geven zodat ik Scelta af kan maken. Maar de trein waar in ik in zat, die laat ik achter.

Die nieuwe trein komt wel. Dat weet ik zeker. Ik vind het ontzettend moeilijk om mezelf hier heel erg in vol te laten houden. Maar het moet – want ik heb gezegd alles een kans te geven. Op naar iets nieuws, hoe lang ik ook zoeken moet en hoeveel tranen me daarbij ook gaan stromen. Dat is okay. Er rijden meerdere treinen door de wereld heen. Dus kansen genoeg – toch!?

Eén gedachte over “De trein rijd wel”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *